4
Elektrische aansluiting
Bij verdeelkasten op bouwplaatsen moeten de voorschriften inzake aardlekschakelaars in acht
worden genomen. Het lasapparaat mag uitsluitend via een aardlekschakelaar (Residual Current
Device, RCD) worden gebruikt.
Zorg ervoor dat de aansluiting van het apparaat op het lichtnet resp. de generator beveiligd is
met een zekering van maximaal 20 A (traag).
Er mogen uitsluitend goedgekeurde en gemarkeerde verlengkabels met de volgende aderdia-
meters worden gebruikt.
Tot 20 meter:
Langer dan 20 meter:
De verlengkabel mag uitsluitend volledig afgerold en uitgestrekt worden gebruikt om oververhit-
ting te voorkomen.
Het vereiste nominale vermogen van de generator is afhankelijk van de maximale vermogens-
opname van de gebruikte fittings. Daarnaast moeten voor de installatie de aansluitvoorwaarden
ter plaatse, de milieu-omstandigheden en de technische gegevens van de generator zelf in acht
worden genomen.
Nominaal afgegeven vermogen van een generator 1-fase, sinusoïdaal, 220 – 240 V, 50/60 Hz:
d 20 - d 160: 3,2 kW
Schakel eerst de generator in voordat u het lasapparaat aansluit. De nullastspanning moet op
ca. 240 volt ingesteld worden.
Opmerking: Sluit tijdens het lassen geen andere apparaten aan op dezelfde generator!
Koppel na het beëindigen van de laswerkzaamheden eerst het apparaat los van de generator.
Schakel daarna de generator uit.
5
Werking van de machine
5.1
Inschakelen van het lasapparaat
Aan de linkerkant van het lasapparaat is de groene hoofdschakelaar voorzien waarmee het las-
apparaat in- en uitgeschakeld kan worden. Na het inschakelen wordt de volgende afbeelding op
de display getoond:
Onder de display zijn vier toetsen voorzien, waarmee de basisinstellingen van de ROFUSE
TURBO S kunnen worden gewijzigd en de lasparameters handmatig ingevoerd kunnen worden.
Elke toets is toegewezen aan het daarboven aanwezige vakje op de display. Tijdens de invoer
van de parameters wordt met de rechter toets de ingestelde waarde bevestigd. Met de linker
toets kan het menu weer worden verlaten. De beide middelste toetsen dienen voor het instellen
van de waarde binnen de menu's. Alle geselecteerde lasparameters moeten tijdens het laspro-
ces worden ingevoerd en bevestigd. Anders wisselt de software niet naar het volgende menu-
punt een kan het lasproces niet worden gestart. In het lasprotocol worden alleen de geselec-
teerde parameters geregistreerd. Niet-geselecteerde parameters worden niet in het lasprotocol
weergegeven.
1,5 mm² (geadviseerd 2,5 mm²); type H07RN-F
2,5 mm² (geadviseerd 4,0 mm²); type H07RN-F
NEDERLANDS
65