Herunterladen Diese Seite drucken

Het Luidspreker Instellingsmenu "Speaker Setup - Rotel Rsp-1066 Bedienungsanleitung

Verfügbare Sprachen

Verfügbare Sprachen

RSP-1066 Surround Sound Voorversterker
Het luidspreker instellingsmenu
"SPEAKER SETUP"
SPEAKER SETUP
FRONT: Large
CENTER: Large
SURROUND: Large
CENTER BACK: Large
SUBWOOFER: Yes
CB SPKR SEL: 1 SPEAKER
ENT KEY=MAIN MENU
UP KEY=up
+/– KEY=change
DWN KEY=down
Het luidspreker instellingsmenu is gemaakt om
de RSP-1066 specifiek voor uw luidsprekers
te configureren. Ook dit menu is bereikbaar
via het hoofdmenu.
Thuistheater luidsprekersystemen variëren nogal
in grootte en prestatie, dit laatste vooral in de
lagere regionen. Surround processors hebben
stuurlogica aan boord om de lage tonen naar
die luidsprekers te leiden, die die lage tonen
het best kunnen weergeven: subwoofers en
grote luidsprekers. Voor maximale prestaties
moet u de RSP-1066 vertellen wat voor type
luidsprekers u heeft staan.
De onderstaande luidsprekerconfiguratie rept
over "LARGE" (groot) en "SMALL" klein. Dit
groot en klein slaat meer op de prestatie van
de betreffende luidsprekers dan om de fysieke
afmetingen. Een luidspreker die het volledige
frequentiespectrum tot ver in het laag aan kan,
wordt verondersteld een grote luidspreker te
zijn, hoewel die helemaal niet zo groot hoeft
te zijn. Een luidspreker met een beperkte
basweergave hoe groot hij ook is, wordt
verondersteld als klein.
Je kan stellen dat in het algemeen het systeem
lage tonen zal weghouden van kleine
luidsprekers en deze zal sturen naar de grote
luidsprekers/subwoofer in het systeem.
Het wordt allemaal nog ingewikkelder wanneer
in uw systeem een subwoofer is opgenomen.
Voorbeeld: wanneer u de RSP-1066 vertelt dat
u grote luidsprekers heeft dan zullen er geen
lagetonen naar de subwoofer gaan. Erger nog:
de RSP-1066 zal u zelfs die mogelijkheid niet
bieden. De keuze die u dus moet maken tussen
grote "LARGE" en kleine "SMALL" luidsprekers
is dus niet zozeer afhankelijk van het feit of u
uw luidsprekers lagetonen wilt laten weergeven,
maar of u wel of geen subwoofer heeft. In dat
geval moet u de RSP-1066 vertellen dat u kleine
"SMALL" luidsprekers heeft, hoe groot ze ook
mogen zijn.
Een alternatieve manier om kleine luidsprekers
samen met een subwoofer te gebruiken, is de
kleine voorluidsprekers aan te sluiten via het
scheidingsfilter van de subwoofer en de
subwoofer aan te sluiten op de "FRONT"
aansluitingen van de RSP-1066.
Op deze wijze moet u de voorluidsprekers als
groot "LARGE" classificeren en de subwoofer
optie op alle surroundmogelijkheden uit (OFF)
zetten. Op deze manier gaat geen enkele
informatie verloren daar het complete signaal
volgens de instelling naar grote "LARGE"
luidsprekers wordt gestuurd. Deze methode zal
in vrijwel alle gevallen de optimale blijken te zijn,
daar de subwoofer nu veel beter met het geheel
integreert en de satellietluidsprekers precies dat
frequentiespectrum krijgen wat ze aankunnen.
De volgende opties zijn voor de luidsprekers
beschikbaar:
De voor "FRONT" luidsprekers (small/
large): Deze menukeuze wordt bepaald door
de soort van de hoofdluidsprekers. Gebruik de
instelling "LARGE" wanneer u grote luidsprekers
gebruikt die het volledige frequentiespectrum
aankunnen en "SMALL" wanneer u kleine
luidsprekers als hoofdluidsprekers gebruikt, die
niet het volledige frequentiespectrum (goed)
aankunnen en/of wanneer u de lagetonen wilt
laten weergeven door een subwoofer die in
het totaalsysteem is opgenomen.
De middenluidspreker "CENTER"
(small/large/none): Gebruik de instelling
"LARGE" wanneer u een grote luidspreker
gebruikt die het volledige frequentiespectrum
aan kan. (Deze optie is niet beschikbaar als
u kleine voorluidsprekers heeft.) In deze
instelling worden alle lage tonen door de
middenluidspreker zelf weergegeven. Gebruik
de instelling "SMALL" wanneer u een kleine
middenluidspreker gebruikt. Gebruik de
instelling "NONE" wanneer uw installatie niet
over een middenkanaalluidspreker beschikt.
De achterluidsprekers "SURROUND"
(small/large/none): Gebruik de instelling
"LARGE" wanneer u grote luidsprekers gebruikt
die het volledige frequentiespectrum
aankunnen. (Deze optie is niet beschikbaar
bij kleine voorluidsprekers.) Gebruik de
instelling "SMALL" wanneer u kleine
achterluidsprekers gebruikt. De lagetonen
worden in deze instelling toegevoegd aan de
grote luidsprekers in het systeem of, indien
aanwezig, aan de subwoofer. Heeft u geen
achterluidsprekers kies dan "NONE".
44
De middenachterluidsprekers "CENTER
BACK" (small/large/none): De nieuwe
6.1 en 7.1 surroundsystemen kunnen zowel
van één als van twee middenachterluidsprekers
gebruik maken. Op deze nieuwe mogelijk-
heden is de RSP-1066 ingesteld middels de
voorversterkeruitgangen op de achterkant en
met gebruikmaking van extra eindversterkers.
Gebruik de instelling "LARGE" wanneer u een
luidspreker gebruikt die het volledige
frequentiespectrum aan kan. (Deze optie is niet
beschikbaar als u kleine voorluidsprekers heeft.)
In deze instelling worden alle lage tonen door
de middenachterluidspreker zelf weergegeven.
Gebruik de instelling "SMALL" wanneer u een
kleine middenachterluidspreker gebruikt of als
u de lagetonen door een subwoofer wilt laten
weergeven. Gebruik de instelling "NONE"
wanneer uw installatie niet over een
middenachterluidspreker beschikt.
SUBWOOFER (yes/no/max): Bent u in
het bezit van een subwoofer dan zet u uiteraard
deze instelling op "YES". Gebruikt u geen
subwoofer dan is de keuze "NO". Ook is de
instelling "NO" wanneer u de subwoofer op
de voorkanalen heeft aangesloten als hiervoor
besproken. Kies "MAX" als u alle lagetonen
van het surroundgebeuren door de subwoofer
wilt laten weergeven (ook die van de grote
("LARGE") luidsprekers.
Eén of twee middenachterluidsprekers
"CB SPEAKERS SEL": 1 SPEAKER/2
SPEAKERS: Kies 1 SPEAKER als u maar één
luidspreker middenachter heeft staan en 2
SPEAKERS als u twee luidsprekers midden-
achter heeft staan. Kies voor de optie "NONE"
als u geen middenachterluidspreker heeft staan.
: De luidsprekerconfiguratie
EXTRA INFORMATIE
is een totaalinstelling en behoeft slechts
eenmaal gedaan te worden.
Om een instelling te veranderen, plaatst u de
lichtstreep op de gewenste lijn met de "UP"
en "DWN" toetsen en gebruikt u de "+/–"
toetsen om bij de gewenste instelling te komen.
Om weer naar het hoofdmenu te gaan drukt
u op "ENTER". Druk op "MENU" om weer
naar normale bediening te gaan en de
beeldbuisinformatie uit te zetten.
loading