1. Vul de oliespuit (12) met wat olie door eerst de inlaat-
schroef (12a) uit de oliespuit (12) te draaien.
2. Breng de oliespuit (12) nu zoals onder 8.1 beschreven
op het product in.
12.1.2
Smering middels een olievernevelaar
Als behandelingsfase na de drukregelaar smeert een ne-
velsmeerapparaat* uw product continu en optimaal. Een
nevelsmeerapparaat geeft fijne druppels olie af aan de
lucht die erdoorheen stroomt en garandeert zo een regel-
matige smering.
* = niet altijd meegeleverd!
12.1.3
Handmatige smering
Als u geen nevelsmeerapparaat hebt, smeert u voor elke
start of tijdens langere werkzaamheden door 3 - 4 druppels
pneumatische olie* in de steeknippel (7) te druppelen.
12.2
Olie bijvullen
Om ervoor te zorgen dat het product goed blijft werken,
moet er voldoende pneumatische olie* in het product zitten.
Aanwijzing:
Gebruik onschadelijke smeermiddelen.
Bij het bepalen welke smeermiddelen u gaat gebruiken,
moet u rekening houden met de bijbehorende milieu-, ge-
zondheids- en veiligheidsaspecten.
U kunt kiezen uit de volgende opties:
• Sluit een onderhoudseenheid met smeerapparaat aan
op de compressor.
• Installeer een te monteren smeerapparaat in de pers-
luchtleiding of op het persluchtapparaat.
• Voeg om de 15 bedrijfsminuten met de hand onge-
veer 3-5 druppels pneumatische olie* toe aan de
steeknippel.
* = niet altijd meegeleverd!
13 Opslag
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op
een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoe-
gankelijke plaats.
De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 ˚C.
Bewaar het product in de originele verpakking.
Dek het product af om het te beschermen tegen stof of
vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
17 Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als
u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
Storing
Product start niet
Het product wordt langzamer
tijdens de werkzaamheden.
Sterke trillingen.
44 | NL
Mogelijke oorzaak
Aan/uit-schakelaar beschadigd. Vervang alle beschadigde onderdelen voordat u het
Product is niet aangesloten op
perslucht.
Er wordt te veel druk op het
werkstuk uitgeoefend.
Drukverlies/ te lage druk (bar).
Inzetgereedschap niet gecen-
treerd vastgeklemd.
www.scheppach.com
14 Transport
• Bescherm het product tegen stoten, schokken en ster-
ke trillingen, bijv. tijdens transport in voertuigen.
• Het product kan met de handgreep worden opgetild
en verplaatst.
15 Reparatie en reserveonderdelen
bestellen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheids-
technische delen zijn bevestigd en in optimale toestand
zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere
personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.
LET OP
Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er
geen garantie geboden voor schade die ontstaan is
door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken
van originele reserveonderdelen.
Neem contact op met een servicecentrum of een erken-
de specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor acces-
soires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij
ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titel-
pagina.
16 Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn re-
cyclebaar. Verpakkingen milieu-
vriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur
kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
• Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brand-
stoftank en het motorolie-reservoir worden leegge-
maakt!
• Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelij-
ke afval of in het riool, maar moeten worden ingeza-
meld resp. gescheiden worden afgevoerd!
• Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk
worden afgevoerd.
Oplossing
product gebruikt. Neem contact op met uw lokale servi-
cestation of een geautoriseerd servicestation. Elke re-
paratiepoging kan tot gevaar leiden, als dit niet door
een gekwalificeerde vakman wordt uitgevoerd.
Aansluiten op perslucht.
Zet minder druk op het werkstuk.
Druk verhogen (bar) (max. 6,3 bar).
Inzetgereedschap in de boorkop controleren.