• De operator en het onderhoudspersoneel moeten fy-
siek in staat zijn om de grootte, het gewicht en het
vermogen van het product te hanteren.
• Houd het product schoon: Hou beide handen klaar om
de gebruikelijke of plotselinge bewegingen tegen te
gaan.
• Zorg ervoor dat uw lichaam in evenwicht is en dat u
een stabiele stand hebt.
• Hoge reactiekoppels kunnen optreden bij blokkeren,
wat kan worden veroorzaakt door te grote belastingen
op de boor, doordat de boor vastloopt in het te bewer-
ken materiaal of wanneer de boor door het te bewer-
ken materiaal gaat.
• In gevallen waarin hulpmiddelen nodig zijn om het re-
actiekoppel op te vangen, verdient het aanbeveling
zoveel mogelijk gebruik te maken van een ophangin-
richting. Indien dit niet mogelijk is, worden zijdelingse
handgrepen aanbevolen voor producten met rechte
handgrepen en voor producten met pistoolgreep. In
ieder geval wordt aanbevolen hulpmiddelen te gebrui-
ken om het reactiekoppel op te vangen als het groter
is dan 4 Nm voor producten met rechte handgrepen,
groter dan 10 Nm voor producten met pistoolgrepen.
• Houd uw handen uit de buurt van de draaiende boor-
houder en de draaiende boor.
• Geef de commando-inrichting vrij voor het in gang zet-
ten en stilzetten bij een onderbreking van de stroom-
voorziening.
• Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen
smeermiddelen.
• Er moet een veiligheidsbril worden gedragen; het dra-
gen van veiligheidshandschoenen en veiligheidskle-
ding wordt aanbevolen.
5.4
Gevaren door repeterende
bewegingen
• Bij het gebruik van een boormachine kan de bediener
bij de uitvoering van werkgerelateerde werkzaamhe-
den onaangename gewaarwordingen ervaren in de
handen, armen, schouders, nek of andere delen van
het lichaam.
• Neem bij het werken met dit product een comfortabele
houding aan, zorg voor een stevige grip en vermijd
lastige posities of posities waarbij het moeilijk is uw
evenwicht te bewaren. De bediener moet tijdens lange
werkperioden van lichaamshouding veranderen, wat
ongemak en vermoeidheid kan helpen voorkomen.
• Als de bediener symptomen ervaart zoals aanhou-
dend ongemak, pijn, kloppen, pijn, tintelingen, gevoel-
loosheid, branderigheid of stijfheid, mogen deze waar-
schuwingssignalen niet worden genegeerd. De bedie-
ner moet dit aan zijn werkgever mededelen en dient
een gekwalificeerde arts te raadplegen.
5.5
Gevaren door accessoires
• Koppel het product los van de stroomvoorziening voor-
dat u het inzetgereedschap of accessoire verwisselt
• Gebruik uitsluitend accessoireonderdelen en ver-
bruiksmaterialen overeenkomstig de door de fabrikant
van het product aanbevolen groottes en types; ge-
bruik geen andere types of groottes van de accessoi-
reonderdelen en verbruiksmaterialen.
40 | NL
• Vermijd direct contact met het inzetgereedschap tij-
dens en na gebruik, omdat het heet kan zijn of scher-
pe randen kan hebben.
5.6
Gevaren op de werkplek
• Uitglijden, struikelen en vallen zijn belangrijke oorza-
ken van letsel op de werkplek. Let op oppervlakken
die glad kunnen zijn geworden door het gebruik van
het product en op struikelgevaar door de luchtslang of
de hydraulische slang.
• Ga voorzichtig te werk in onbekende omgevingen. Er
kunnen verborgen gevaren zijn door elektriciteitska-
bels of andere toevoerleidingen.
• Het product is niet bedoeld voor gebruik in omgevin-
gen met ontploffingsgevaar en is niet geïsoleerd tegen
contact met elektrische stroombronnen.
• Controleer of er geen elektrische leidingen, gasleidin-
gen enz. aanwezig zijn, die bij beschadiging door het
gebruik van het product tot een gevaar kan leiden.
5.7
Gevaren door stof en dampen
• Het stof en de dampen die vrijkomen bij het gebruik van
het product kunnen schade toebrengen aan de gezond-
heid (zoals kanker, geboorteafwijkingen, astma en/of
dermatitis); het is van essentieel belang een risico-eva-
luatie uit te voeren in verband met deze gevaren en
passende controlemechanismen in te voeren.
• De risicobeoordeling moet ook betrekking hebben op
het stof dat vrijkomt bij het gebruik van het product en
het stof dat tijdens het proces kan worden rondgewer-
veld.
• Het product moet worden bediend en onderhouden
overeenkomstig de aanbevelingen in deze handlei-
ding om het vrijkomen van stof en dampen tot een mi-
nimum te beperken.
• De afvoerlucht moet zodanig worden afgevoerd dat
het opwervelen van stof in een stoffige omgeving tot
een minimum wordt beperkt.
• Indien stof of dampen vrijkomen, moet de hoofdtaak
erin bestaan deze te beheersen op de plaats waar zij
vrijkomen.
• Alle inbouw-of accessoireonderdelen van het product
die bedoeld zijn om vliegas of dampen op te vangen,
af te zuigen of te onderdrukken, moeten op de juiste
wijze worden gebruikt en onderhouden volgens de
aanwijzingen van de fabrikant.
• De verbruiksartikelen/inzetgereedschappen moeten
worden geselecteerd, onderhouden en vervangen in
overeenstemming met de aanbevelingen in deze in-
structies om onnodige intensivering van stof- of damp-
vorming te voorkomen.
• Gebruik ademhalingsbeschermingsmiddelen volgens
de instructies van uw werkgever of zoals vereist door
gezondheids- en veiligheidsvoorschriften.
5.8
Gevaren door lawaai
• Blootstelling aan hoge geluidsniveaus kan leiden tot
permanente gehoorschade, gehoorverlies en andere
problemen zoals tinnitus (rinkelen, zoemen, fluiten of
zoemen in het oor) als de gehoorbescherming niet af-
doende is. Het is van essentieel belang een risico-eva-
luatie uit te voeren in verband met deze gevaren en
passende regelgevingsmechanismen te implementeren.
www.scheppach.com