Menu 7 aanbevolen instellingen
Menupunt
70 Snelheid
40
30 90 25
OPEN
71 Snelheid
25
15 40 12 < 30 25 25 50 25 12
DICHT
72 Softstart
6
73 Versnellings-
6
10 8
tijd open
74 Remtijd open
20
10 15 30
75 Versnellings-
20
10 20 30
tijd dicht
76 Remtijd dicht
10
15 30 30
77 Softstartweg
13
13 15 13
78 Motorrem
0
79 Motortype
1
10 28
* 14 DES 15:1
Menupunt
70 Snelheid
75
45
OPEN
71 Snelheid
10
25
DICHT
72 Softstart
10
3
73 Versnellings
3
7
tijd open
74 Remtijd
20
20
open
75 Versnellings
20
15
tijd dicht
76 Remtijd
30
15
dicht
77 Softstartweg 15
13
78 Motorrem
1
1
79 Motortype
27
19
80 50 50 75 45 60
6 10
3
12
6
6
3
30
39
30 7 15 7 10
39
30 10 20 20 25
39
30 10 15 15 25
39
30 10 15 15 25
4
13 4 13 13 12
1 1
1
1
1
0
1
5
18
6
7
8 12 13*
76
90 84 84 84
27
30 25 40 25
27
15 15 20 10
10
15
6 15 10
15
15 10 15 10
30
15 10 15 10
20
15 10 20 10
13
13 13 13 13
1
1
1
1
1
20
21 22 23 24
7
Bediening
Veiligheidsaanwijzingen voor het gebruik
Tijdens het gebruik de volgende veiligheidsaanwijzingen opvol-
gen:
•
De bediener moet in de omgang met de besturing, resp. de
aangestuurde deurinstallatie zijn geïnstrueerd en vertrouwd
zijn met de van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften.
•
De voor de gebruikslocatie geldende lokale
ongevalpreventievoorschriften en algemene
veiligheidsbepalingen opvolgen.
3 10
•
Controleer de besturing en de aangesloten deurinstallatie
vóór gebruik op zichtbare gebreken.
•
Bij veiligheidsrelevante gebreken de deurinstallatie buiten
werking stellen en de alle gebreken melden aan de
verantwoordelijke leidinggevende.
•
Laat gebreken onmiddellijk verhelpen.
•
Wijzigt het gedrag van de deurinstallatie tijdens gebruik,
schakel deze dan direct uit. Het opnieuw in gebruik nemen
moet worden verhinderd. Breng de exploitant op de hoogte
van de verandering.
1
1
VOORZICHTIG
Functiebeschrijving voor deurbedrijf
84
84
De besturing maakt verschillende bedrijfsmodi mogelijk:
25
50
Dodeman OPEN / dodeman DICHT
Door indrukken en ingedrukt houden (dodemanfunctie) van de
15
15
knop
start de deurbeweging richting OPEN, tot de deureindpo-
sitie OPEN is bereikt of de deurbeweging door het loslaten van
10
10
de knop wordt gestopt. Het sluiten van de deur gebeurt door het
indrukken en ingedrukt houden (dodemansfunctie) van de
10
10
knop
, tot de deureindpositie is bereikt. Wordt de knop
dens het sluiten losgelaten, stopt de deur direct.
10
10
Puls OPEN / dodeman DICHT
Door kort indrukken van de knop
10
10
de deurbeweging richting OPEN, tot de deureindpositie OPEN is
bereikt of de deurbeweging door drukken op de knop
13
13
gestopt. Het opnieuw op de knop
1
1
voortzetten van de openingsbeweging. Het sluiten van de deur
gebeurt door het indrukken en ingedrukt houden (dodemansfunc-
25
26
tie) van de knop
Wordt de knop
rect.
Puls OPEN / puls DICHT
Door kort indrukken van de knop
start de deurbeweging richting OPEN, tot de deureindpositie
OPEN is bereikt of de deurbeweging door drukken op de knop
wordt gestopt. Het kort drukken op de knop
ging in de richting DICHT, tot de eindpositie DICHT is bereikt.
Deze bedrijfsmodus vereist het installeren van een sluitkantbevei-
liging (menupunt 35). Activering van de sluitkantbeveiliging zorgt
tijdens de sluitbeweging voor het stoppen en een richtingsomke-
ring. Tijdens de openingsbeweging heeft de activering geen in-
vloed. Bij een defect kan de deur met de knop
ten.
T100 R-FU 3 kW
Knelgevaar en botsgevaar door sluitende
deur
Personen kunnen bij het sluiten van de deur wor-
den aangestoten of botsen met de deur.
•
De deur moet zichtbaar zijn vanaf de bedie-
ningslocatie.
of externe pulsgevers start
drukken, zorgt voor het
, tot de deureindpositie DICHT is bereikt.
tijdens het sluiten losgelaten, stopt de deur di-
of een externe pulsgever
tij-
wordt
start de deurbewe-
worden geslo-
NL - 95