Herunterladen Diese Seite drucken

Behringer WAVE Schnellstartanleitung Seite 53

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für WAVE:
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 34
hogere instellingen in positieve actie. Bij gebruik
voor modulatie van de wavetables variëren de
instellingen van geen modulatie bij 0 tot volledige
(63 wavetable-stappen) bij 10. Deze modulatie
wordt toegevoegd aan de WAVES SUB-waarde.
ENVELOPE GENERATOR 2
17
18
19
17. EG 2 ATTACK – hiermee bepaalt u de aanvalstijd
voor de loudness-envelop. Als de aanvalssnelheid
van de envelop hoger is dan 47, wordt de aanval
volledig voltooid, zelfs als de sleutel wordt
losgelaten; en gaat dan over naar de releasefase.
Dit kan worden gebruikt voor filter- en
wavetable-sweeps.
18. EG 2 DECAY – regelt de vervaltijd voor de
luidheidsenvelop.
19. EG 2 SUSTAIN – regelt het sustainniveau van de
volumenenvelope na het verval.
20. EG 2 RELEASE – hiermee regelt u de releasetijd
voor de loudness-envelop.
GROEP
21
21. GROUP – elk programma heeft twee
bijbehorende geluiden, in de groepen A en B. Het
groepsdisplay toont welk geluid in gebruik is.
Als beide LED's branden, worden beide geluiden
gebruikt en zullen aanpassingen aan de instellingen
van de regelaars beide geluiden tegelijkertijd
beïnvloeden. De twee geluiden worden in gesplitste
en gelaagde configuraties gebruikt.
MODIFICATIECONTROLE
22
23
22. ENV 1 VCF – regelt de hoeveelheid
filtermodulatie van Envelope Generator 1.
23. ENV 2 LOUDNESS – deze regelaar past het
uitgangsniveau van de actieve groep aan en kan
worden gebruikt om de geluiden van groep A en B
in evenwicht te brengen wanneer ze samen of in
gesplitste modus worden gebruikt.
24. ENV 1 WAVES – regelt het gebruik van
Envelope Generator 1 om door de golfvormen in de
gebruikte wavetable te bladeren. Als een transient is
geselecteerd, stelt deze regelaar het luspunt in voor
sampleweergave voor zowel de hoofdoscillator als
de suboscillator.
DISPLAY
20
25
25. DATA CONTROL – gebruikt als alternatief voor
het toetsenblok om waarden in te voeren. Draai de
regelaar naar de gewenste waarde en druk om de
waarde te wijzigen.
26. LCD DISPLAY – 2 x 40 tekens display, toont
verschillende parameterinformatie afhankelijk van
welke knop op het toetsenblok in gebruik is. Het
display is van vitaal belang bij het gebruik van de
verschillende menu's.
27. OLED DISPLAY – Het OLED-display fungeert
als een oscilloscoop en toont de realtime
uitvoergolfvorm van de synthesizer. Tijdens de
kalibratie biedt het kalibratie-informatie. Het toont
ook de namen van de geselecteerde wavetables
en transients wanneer in bewerkingsmodus en
bevestigt de succesvolle ontvangst van wavetables
of transients die via SynthTribe zijn overgebracht.
NUMERIEK TOETSENBLOK
28. NUMERIC KEYPAD – gebruikt voor directe
nummerinvoer en cursorbediening.
24
MENUWEERGAVE/SELECTIE EN
SEQUENCER-BESTURING
29
34
29. PROGRAM – roept het programmamenu
op het display op. Dit is het standaardmenu bij
inschakeling. Door de knop tweemaal in te drukken
wordt het gebruikersmenu opgeroepen.
30. DIGITAL – roept de digitale parameters op het
display op voor bewerking.
31. TUNING – roept de afstemmingsparameters op
het display op voor bewerking.
26
27
32. ANALOG – roept de analoge parameters op het
display op voor bewerking.
33. GROUP – elk programma heeft twee
bijbehorende geluiden, in de groepen A en B. De
groeps-LED's geven aan welk geluid kan worden
bewerkt bij gebruik van de DIGITAL/TUNING/
ANALOG-menu's. Als beide LED's branden,
beïnvloeden parameterwijzigingen beide
groepsgeluiden. In de KEYB POLY 8x1-modus geeft
de brandende LED aan welk geluid wordt gebruikt.
(Als beide LED's branden, wordt het geluid van groep
B gebruikt).
SEQUENCER-KNOPPEN
34. SHIFT – gebruikt om toegang te krijgen tot de
extra functies op de knoppen
35. REST/TIE – als u op deze knop drukt terwijl u
een noot of akkoord ingedrukt houdt, wordt de noot
(noten) verlengd (verbonden) over meer dan één
stap van de sequencer. Door erop te drukken zonder
een noot vast te houden, wordt op dat punt in de
sequencer een rust ingevoegd.
36. RECORD – zet de sequencer in de
opname modus.
28
37. STOP – als een sequencer draait, stopt het
indrukken van de stopknop de sequencer en zet deze
terug naar de eerste positie.
38. PLAY/PAUSE – als een sequencer niet draait,
start het indrukken van deze knop de sequencer. Een
tweede keer drukken pauzeert de sequencer, maar in
tegenstelling tot het gebruik van de stopknop wordt
deze niet teruggezet naar de eerste positie. Druk een
derde keer om de sequencer te hervatten vanaf het
punt waar deze werd gepauzeerd.
Quick Start Guide
30
31
32
35
36
37
-
.
(35)
(38)
53
33
38
loading