10. MONTAGE
Controleer het product voor montage op transportschade en volledigheid.
De MONTAGE dienen door een vakman uitgevoerd te worden.
Zie KWALIFICATIE VAN DE GEBRUIKERS!
Alle onderstaande aanwijzingen van deze montage- en gebruiksaanwijzing moeten door de
installateur en de exploitant in acht worden genomen, nageleefd en begrepen. Voorwaarde
voor het probleemloos functioneren van het apparaat is een vakkundige installatie, waarbij de
technische regels die gelden voor het plannen, monteren en het gebruik van de gehele
installatie in acht moeten worden genomen.
Schroefverbindingen
verstikkingsgevaar! Draaien van het product kan leiden tot ontsnappen van gas.
Het product na de montage en tijdens het aandraaien van de aansluitingen niet meer
draaien!
Aandraaien van aansluitingen alleen in volledig drukloze toestand!
Door metaalspanen kunt u oogletsel oplopen.
Veiligheidsbril dragen!
Montageaanwijzingen
De juiste werking is niet gegarandeerd.
• Voer een zichtcontrole uit op eventuele metalen spaanders of overige restanten in de
aansluitingen!
• Metalen spanen of overige restanten absoluut verwijderen door deze weg te blazen!
De montage moet eventueel worden uitgevoerd met geschikt gereedschap.
Bij schroefverbindingen moet altijd met een tweede sleutel aan het aansluitstuk
tegengehouden worden.
Gebruik geen ongeschikt gereedschap zoals bijv. tangen!
Volg voor de montage van de aansluitingen de montageaanwijzingen zie AANSLUITINGEN.
Beschadiging van het product door onjuiste inbouwrichting!
De juiste werking is niet gegarandeerd.
• Montagerichting in acht nemen (deze is herkenbaar aangegeven op het product met een
pijl)
11. DICHTHEIDSCONTROLE INSTALLATIES MET VLOEIBAAR GAS
Ernstige brandwonden of materiële schade.
Gebruik geen open vlammen voor de controle!
Dichtheidscontrole vóór inbedrijfstelling
Moeten, vóór inbedrijfstelling van de installatie met vloeibaar gas, met behulp van een
schuimvormend middel conform EN 14291 (bv. lekzoekspray, bestelnr. 02 601 00) door een
deskundige of door een vakbedrijf gecontroleerd worden onder bedrijfsdruk:
• de aansluitingen op containers voor vloeibaar gas of flessen met vloeibaar gas,
• de buisleidingsverbindingen en alle kraanaansluitingen die onder containerdruk staan,
alsmede
• de aansluitingen van de drukregelaars en de gastoestelaansluitingen.
22 / 24
Bij ondichte aansluitingen bestaat explosie-, brand- en
Letselgevaar door uitgeblazen metaalspanen!
Functiestoringen door restanten!
Verbrandings- of brandgevaar!
Afsluiter type RV en regelventiel
Artikel-Nr. 02 230 50 b