9. Reiniging, onderhoud, transport
en opberging
GEVAAR VOOR LETSEL
OPGELET: Draag altijd
beschermende handschoenen
voor alle werkzaamheden aan en
met snoei- en maaigereedschap.
Verwijder de bougiestekker om het
risico dat de machine onbedoeld
start te verminderen.
9.1 Reiniging
Gebruik een vochtige doek om de plastic onderdelen
schoon te maken. Gebruik geen schoonmaakmiddelen,
oplosmiddelen of scherpe voorwerpen.
Afhankelijk van technische factoren kunnen er zich
tijdens het werk nat gras en onkruid ophopen rond de
aandrijfas onder de maaibescherming.
Die moeten worden verwijderd om te voorkomen dat de
motor door te hoge wrijving oververhit raakt.
9.2 Onderhoud
9.2.1 Regelmatige controles
Houd er rekening mee dat de volgende informatie geldt
voor een normaal gebruik. In bepaalde omstandigheden
(langere werkdagen, sterke verontreiniging door stof,
enz.) moet u de aangegeven intervallen overeenkomstig
verkorten.
Voordat u begint te werken en telkens nadat u de tank
hebt gevuld:
Controleer op loszittende bevestigingen, in het bijzonder
bij het maai- of snoeigereedschap en de schouderriem,
brandstoflekken en beschadigde onderdelen zoals
scheuren in de maai- of snoei-eenheid (visuele controle).
Voer ook altijd een visuele controle uit wanneer de
machine valt of ergens mee in botsing komt, zodat
ernstige defecten onmiddellijk worden vastgesteld.
Wekelijkse controle: Smering van het drijfwerk (ook
indien op een ander moment vereist).
Indien vereist: Zet bereikbare montagebouten en
-moeren vast.
U kunt overmatige slijtage en beschadiging van de
machine voorkomen als u de voorschriften in deze
handleiding naleeft.
Alle schade die het gevolg is van het niet naleven van de
instructies in deze handleiding is de verantwoordelijkheid
van de gebruiker.
Dit geldt ook voor niet-geautoriseerde wijzigingen
aan de machine, het gebruik van niet-toegelaten
vervangingsonderdelen, toebehoren, gereedschappen,
oneigenlijk gebruik en gebruik dat niet overeenstemt met
het beoogde doel, gevolgschade door het gebruik van
defecte onderdelen.
Houd de machine, alle maai- of snoeigereedschappen
en het beveiligingssysteem ervan altijd in goede staat.
9.2.3 Onderdelen die onderhevig zijn aan
slijtage
Zelfs bij correct gebruik zijn sommige onderdelen
onderhevig aan normale slijtage.
Afhankelijk van het type en de gebruiksduur moeten
die regelmatig worden vervangen. Tot deze onderdelen
behoren het maai- en snoeigereedschap en de
borgplaat.
N
L
259