5.4 Bosmaaier-Grastrimmer-Snoeier-Heggenschaar-combitool: Snoeier
GEVAAR VOOR LETSELS
OPGELET: Draag altijd handschoenen voor alle werkzaamheden aan en met
snoei- en maaigereedschap.
N
Module 4
L
29
g
23
22
23 22
f
A9
248
Montage
Voordat u begint met het onderhoud van de boom, moet u het kettingblad
en de zaagketting op de machine aanbrengen. De ketting (22) heeft zeer
scherpe randen.
Gebruik altijd veiligheidshandschoenen wanneer u de ketting (22)
aanbrengt.
1. Verwijder eerst de kettingbeschermer van het kettingblad.
2. Draai vervolgens de vastzetschroef op het zaagblok (d) met de
sleutel (29) tegen de klok in los en verwijder het bovenste deksel van de
d
behuizing.
3. Plaats de zaagketting in de geleidegroef van het kettingblad (23). Begin
zo dicht mogelijk bij de bovenkant van het blad.
Let op dat u de ketting aanbrengt met de zaagtanden in de correcte
richting. Zowel op het kettingblad als in de binnenbehuizing onder het
kettingwiel vindt u een pijl die moet worden uitgelijnd met de draairichting
van het blad.
Plaats de zaagketting rond het kettingwiel (e) en zet het kettingblad op de
f
e
bout van de spanningsregelaar (f). Zorg ervoor dat de bout ingrijpt in de
overeenkomstige opening op het blad.
Draai de schroef op de spanningsregelaar (g) indien nodig aan. Om
e
te zorgen voor een gelijkmatige slijtage van het kettingblad moet het
kettingblad (23) na 8 tot 10 werkuren worden gedraaid.
Zorg dat de spanning van de ketting altijd correct is en controleer ze
voor elk gebruik van de machine. Een loszittende ketting kan losraken
van de geleidegroef op het kettingblad en kan zo ernstige verwondingen
veroorzaken. Bovendien verhoogt een loszittende ketting ook het risico op
een terugslag. Verder zullen het blad, de ketting en het kettingwiel sneller
verslijten.
21