5.7 Montage van het draagsysteem
Module 7
N
L
A13
252
9
2
9
b
2
c
Montage
Controleer voor gebruik:
De afstand van de schouderriemophanging tot het
maai- of snoeigereedschap bedraagt min. 750mm
De afstand van het maai- of snoeigereedschap
tot de grond: bij gebruik als trimmer 0-300mm
en bij gebruik met maaiblad 100-300mm. De
brandstoftank moet voor de helft worden gevuld met
tweetaktbenzine in een mengverhouding van 40:1.
Bewaar tijdens het werk een veilige afstand tussen
uzelf en het maai- of snoeigereedschap.
De benzine bosmaaier/trimmer/snoeier moet worden
gebruikt met de schouderriem (9). Breng de machine
eerst in uitgeschakelde toestand in evenwicht.
- Doe de schouderriem om (9).
- Pas de lengte van de riem zodanig aan dat
snapsluiting (b) zich ongeveer een handbreedte
onder de rechterheup bevindt.
- Hang de bosmaaier op aan de snapsluiting.
- Laat de machine even schommelen.
Het snoei- of maaigereedschap mag in een normale
werkhouding ongeveer net de grond raken.
Hang de machine met draaiende motor op aan de
snapsluiting (b) van de schouderriem.
Veiligheidslipje op de schouderriem
OPGELET! In noodgevallen kan het veiligheidslipje
(C) op de schouderriem (9) worden uitgetrokken.
De machine wordt dan onmiddellijk van de
schouderriem (9) losgemaakt en valt op de grond.