NET-EXP
3 ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
! Gevaar voor letsel en materiële schade door elektrische schokken !
! Risico op storingen als gevolg van onjuiste installatie !
Maak de aansluitingen volgens de aanwijzingen van het bedradingsschema.
WAARSCHUWING Voor voldoende elektrische veiligheid moeten alle kabels dubbel geïsoleerd zijn. Zorg ervoor dat de zeer lage
veiligheidsspanningskabels duidelijk gescheiden blijven (minstens 4 mm in de lucht of 1 mm door de extra isolatie) van de
laagspanningskabels (230V ~) door ze in de kunststof kabelgoten te plaatsen en vast te zetten met geschikte klemmen in de buurt van
de aansluitblokken.
WAARSCHUWING Gebruik voor aansluiting op het elektriciteitsnet een meerpolige kabel met een minimale doorsnede van 3x1,5 mm²
en van het type vereist door de huidige regelgeving. Gebruik voor het aansluiten van de motoren een kabel met een minimale doorsnede
van 1,5 mm² en van het type voorzien door de geldende regelgeving. Als de kabel zich bijvoorbeeld buiten bevindt (in de open lucht),
moet deze ten minste gelijk zijn aan H05RN-F, terwijl deze binnen (in een kabelgoot) ten minste gelijk moet zijn aan H05VV-F.
WAARSCHUWING Sluit aan op het 230 - 240 V ~ 50/60 Hz netwerk via een meerpolige schakelaar of ander apparaat dat zorgt voor een
meerpolige ontkoppeling van het netwerk, met een openingsafstand van de contacten = 3 mm.
WAARSCHUWING Alle kabels moeten in de directe omgeving van de klemmen worden gestript. Houd de kabels iets langer om eventuele
overtollige kabels later te verwijderen.
WAARSCHUWING Sluit de aardgeleider aan op de juiste klem en zorg ervoor dat de lengte langer is dan die van de actieve geleiders,
zodat in het geval dat de kabel uit de bevestigingsplaats komt, de actieve geleiders als eerste worden uitgerekt.
WAARSCHUWING Gebruik alleen een speciale kabel van 3x0,22 mm² om de encoder op de besturingseenheid aan te sluiten.
1
IN 1
INPUT 1 Configureerbare ingang (zie P085 voor selecteerbare waarden)
2
C
3
IN 2
INPUT 2 Configureerbare ingang (zie P086 voor selecteerbare waarden)
4
C
5
IN 3
INPUT 3 Configureerbare ingang (zie P087 voor selecteerbare waarden)
6
C
7
IN 4
INPUT 4 Configureerbare ingang (zie P088 voor selecteerbare waarden)
8
C
9
IN 5
INPUT 5 Configureerbare ingang (zie P089 voor selecteerbare waarden)
10
C
11
IN 6
INPUT 6 Configureerbare ingang (zie P090 voor selecteerbare waarden)
12
C
13
N.O.
OUTPUT 1 Configureerbare relaisuitgang niet gevoed.
14
N.C.
Max. contactcapaciteit 2A/250V~ /30V
15
C
16
N.O.
OUTPUT 2 Configureerbare relaisuitgang niet gevoed.
17
N.C.
Max. contactcapaciteit 2A/250V~ /30V
18
C
19
N.O.
OUTPUT 3 Configureerbare relaisuitgang niet gevoed.
20
N.C.
Max. contactcapaciteit 2A/250V~ /30V
21
C
22
N.O.
OUTPUT 4 Configureerbare relaisuitgang niet gevoed.
23
N.C.
Max. contactcapaciteit 2A/250V~ /30V
24
C
25
N.O.
OUTPUT 5 Configureerbare relaisuitgang niet gevoed.
26
N.C.
Max. contactcapaciteit 2A/250V~ /30V
27
C
28
N.O.
OUTPUT 6 Configureerbare relaisuitgang niet gevoed.
29
N.C.
Max. contactcapaciteit 2A/250V~ /30V
30
C
100
NET-EXP-bord terminaltabel
Alleen resistieve belastingen (zie P091 voor selecteerbare waarden)
Alleen resistieve belastingen (zie P092 voor selecteerbare waarden)
Alleen resistieve belastingen (zie P093 voor selecteerbare waarden)
Alleen resistieve belastingen (zie P094 voor selecteerbare waarden)
Alleen resistieve belastingen (zie P095 voor selecteerbare waarden)
Alleen resistieve belastingen (zie P096 voor selecteerbare waarden)