Gebruik opzetmondstukken
VOORZICHTIG! Risico op letsel!
Vermijd brandwonden. Laat de opzet-
mondstukken en de uitblaasbuis af-
koelen voordat u ze wisselt.
Instructies
• De voorzetmondstukken (19/20/21)
worden op de uitblaasbuis (1) ge-
stoken.
• De voorzetmondstukken kunnen
voor verschillende doeleinden wor-
den gebruikt.
• Neem de veiligheidsinstructies in
acht en gebruik het apparaat be-
dachtzaam en voorzichtig.
Reflectormondstuk (19)
• Gebruik: Solderen, vertinnen en
krimpen van krimpkous
Diffusiemondstuk (20)
• Gebruik: Warmte bereiken over een
groot oppervlak
• AANWIJZING! Oververhitting van
naburige componenten. Let tij-
dens het gebruiken van het diffu-
siemondstuk vooral op de hitteont-
wikkeling op plekken naast het ver-
werkingspunt.
Reductiemondstuk (21)
• Gebruik: Warmte bereiken in een
bepaald punt.
• AANWIJZING! Oververhitting van
het werkstuk. Let bij het gebruik
van het reductiemondstuk vooral
op de warmteontwikkeling op het
verwerkingspunt; blijf niet te lang
op één plek hangen.
Verfkrabber
• Gebruik: Verwarm de verf- en la-
koppervlakken, indien nodig met
behulp van een voorzetmondstuk.
Het verwijderen van verven en lak-
ken kan met de verfkrabber (18)
gebeuren. De voorzetmondstukken
(19/20/21) zelf zijn niet geschikt
voor het verwijderen van de verf.
Laadstatus van de accu
controleren
LED's
rood, oranje, groenAccu geladen
rood, oranje
rood
1. Druk op de toets (13) naast de
laadstatusindicator (11) op de ac-
cu (10).
De leds van de laadstatusindicator
geven het laadniveau van de accu
aan.
2. Laad de accu (10) op wanneer
alleen nog de rode led van de
laadindicator (11) brandt.
Accu opladen
Zie ook de gebruiksaanwijzing van de
oplader.
Opmerking
• Laat een opgewarmde accu eerst
afkoelen voordat u hem oplaadt.
• Stel de accu's niet langere tijd
bloot aan sterke zonnestralen en
leg ze niet op verwarmingselemen-
ten (max. 50˚C).
Accu opladen
1. Neem de accu (10) uit het appa-
raat.
2. Schuif de accu (10) in de laad-
schacht van de acculader (14).
3. Sluit de acculader (14) aan op een
stopcontact.
4. Trek na het laden de stekker van
de acculader (14) uit het stopcon-
tact.
5. Trek de accu (10) uit de acculader
(14).
NL
BE
Betekenis
Accu gedeeltelijk
geladen
Accu moet worden
opgeladen
61