Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Bediening En Onderhoud - Graphite 58G010 Benutzerhandbuch

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für 58G010:
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 13
• Het koppel is groter naarmate het getal dat overeenkomt met
een bepaalde positie groter is (Figuur D) .
• Stel de koppelinstelring (3) in op het aangegeven koppel.
• Begin altijd met een kleiner koppel.
• Verhoog het koppel geleidelijk tot een bevredigend resultaat is
bereikt.
• Voor het verwijderen van schroeven moeten hogere instellingen
worden gekozen.
• Kies voor boren de instelling met het boorsymbool. Met deze
instelling wordt de hoogste koppelwaarde bereikt.
• Oefening baart kunst om de juiste koppelinstelling te kiezen.
Door de koppelregelring in de boorstand te zetten, wordt de
overbelastingskoppeling uitgeschakeld.
INSTALLATIE VAN HET UITRUSTINGSSTUK
• Zet de draairichtingschakelaar (5) in de middelste stand.
• Door de ring van de snelspanboorhouder (2) linksom te draaien
(zie markering op de ring), wordt de gewenste bekopening
bereikt, waardoor de boor of schroevendraaierboor kan worden
geplaatst (Fig. E).
• Om het werktuig vast te zetten, draait u de snelspanring (2)
rechtsom en draait u hem stevig vast.
De demontage van het uitrustingsstuk gebeurt in omgekeerde
volgorde van de montage.
Let bij het bevestigen van de boor of schroefbit in de
snelspanboorhouder
op
gereedschap. Als u korte schroevendraaierbits of bits
gebruikt, gebruik dan een extra magnetische houder als
verlengstuk. DRAAIRICHTING RECHTSOM - LINKSOM
De draairichting van de spindel wordt geselecteerd met de
rotatieschakelaar (5) (Fig. F).
Rechtsom draaien - zet de schakelaar (5) in de uiterst linkse
stand.
Links draaien - zet de schakelaar (5) in de uiterst rechtse stand.
* In sommige gevallen kan de positie van de schakelaar ten
opzichte van de rotatie anders zijn dan beschreven. Raadpleeg de
grafische symbolen op de schakelaar of de behuizing van de
eenheid.
De
veiligheidsstand
is
draairichtingschakelaar (5), die voorkomt dat het elektrische
gereedschap per ongeluk wordt gestart.
• In deze positie kan de boor/machine niet worden gestart.
• Deze positie wordt gebruikt om boren of bits te vervangen.
• Controleer voor ingebruikname of de draairichtingschakelaar (5)
in de juiste stand staat.
Verander de draairichting niet terwijl de as van de
boor/schroefmachine draait. TANDWIEL VERWISSELEN
Versnellingskeuzeschakelaar (4) (Afb. G) om het snelheidsbereik
te vergroten.
Versnelling I: lager toerentalbereik, hoog koppel.
Versnelling II: toerentalbereik groter, koppelkracht kleiner.
Zet de versnellingskeuzeschakelaar in de juiste stand, afhankelijk
van het uit te voeren werk. Als de schakelaar niet kan worden
verplaatst, draait u de spindel iets.
Verander de versnellingskeuzeschakelaar nooit terwijl de
boormachine/schroevendraaier draait. Dit kan het elektrische
gereedschap beschadigen.
Bij langdurig boren met een laag toerental kan de motor
oververhit raken. Neem regelmatig een pauze of laat de
machine ongeveer 3 minuten onbelast op maximale snelheid
draaien.
BEDRIJFSMODUSSCHAKELAAR
de
juiste
positie
van
de
middelste
stand
van
Met de ring voor het wijzigen van de bedrijfsmodus (15) (Fig. I) kan
de functie van het apparaat worden geselecteerd:
• Schroefsymbool
overbelastingskoppeling.
• Boorsymbool - boren. Hoogste koppelwaarde is bereikt
(overbelastingskoppeling gedeactiveerd).
• Hamersymbool - boren met slag (overbelastingskoppeling
uitgeschakeld).
Als de ring voor het wisselen van werkingsmodus in de stand
boor
of
hamerboor
overbelastingskoppeling uitgeschakeld.
Probeer de positie van de modusring niet te veranderen terwijl
de spindel van de machine draait. Dit kan leiden tot ernstige
schade aan het elektrische apparaat.
HANDLEIDING
De
boormachine/schroevendraaier
handgreep (6) die gebruikt wordt om bijvoorbeeld aan de riem van
een monteur te hangen bij het werken op hoogte.

BEDIENING EN ONDERHOUD

Verwijder de batterij uit het apparaat voordat u het apparaat
installeert, bijstelt, repareert of bedient. ONDERHOUD EN
OPSLAG
• Het wordt aanbevolen om het apparaat onmiddellijk na elk
gebruik schoon te maken.
• Gebruik geen water of andere vloeistoffen om schoon te maken.
het
• Het apparaat moet worden schoongemaakt met een droge doek
of worden doorgeblazen met perslucht onder lage druk.
• Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen, want
deze kunnen de plastic onderdelen beschadigen.
• Maak de ventilatiesleuven in de motorbehuizing regelmatig
schoon om oververhitting van het apparaat te voorkomen.
• Als er overmatige vonken op de commutator ontstaan, laat dan
de
koolborstels
gekwalificeerd persoon.
• Bewaar het apparaat altijd op een droge plaats buiten het bereik
van kinderen.
• Bewaar het apparaat met verwijderde batterij.
UITWISSELING VAN SNELSPANBOORHOUDER
de
De snelspanboorhouder wordt op de schroefdraad van de
boor/schroefmachine geschroefd en extra vastgezet met een
schroef.
• Zet de draairichtingschakelaar (5) in de middelste stand.
• Maak de bekken van de snelspanboorhouder (1) los en draai de
klemschroef (linkse schroefdraad) los (afb. H).
• Plaats de zeskantsleutel in de snelspanboorhouder en sla licht
op het andere uiteinde van de zeskantsleutel.
• Schroef de snelspanboorhouder los.
• Het installeren van de snelspanboorhouder gebeurt in
omgekeerde volgorde als het verwijderen ervan.
Eventuele storingen moeten worden verholpen door een erkende
servicewerkplaats van de fabrikant.
TECHNISCHE SPECIFICATIES
BEOORDELINGSGEGEVENS
PARAMETER
Accuspanning
Bereik stationair
toerental
83
-
schroeven
wordt
gezet,
heeft
een
van
de
motor
controleren
WAARDE
18 V DC
versnelling
0-350 min
I
versnelling
0-1250 min
II
versnelling
0-5250 min
I
met
actieve
wordt
de
praktische
door
een
-1
-1
-1
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis