Sproeien
WAARSCHUWING!
m
Risico op onvoorzien contact
u
van sproeimateriaal met huid
en ogen. Draag altijd geschikte
persoonlijke veiligheidsuitrusting
volgens de aanwijzingen van de
fabrikant van de chemicaliën, als u
chemicaliën gebruikt, voorbereidt,
behandelt, versproeit of afvoert.
Deze uitrusting omvat minstens
een veiligheidsbril, handschoenen,
ademhalingsbescherming en
beschermende kleding.
Voordat u chemicaliën versproeit,
u
moet u controleren, hoe dicht
u zich bevindt bij gevoelige
gebieden, zoals scholen,
ziekenhuizen, gevoelige velden,
waterwegen, veestapels,
boerderijen en bijengebieden.
Werk alleen buiten of op zeer goed
geventileerde plaatsen, bijv. in open
kassen.
Eet, drink of rook niet bij het werken
met gewasbeschermingsmiddelen.
Als u bij het verspreiden van het
sproeimateriaal wordt onderbroken
bijv. door een telefoonoproep
sluit dan de container van
het sproeimateriaal zoals
voorgeschreven en zet deze buiten
bereik van kinderen, die tijdens uw
afwezigheid in de omgeving zouden
kunnen komen.
Blaas sproeikoppen of andere
onderdelen nooit door met de mond.
Sproei niet in de richting van mensen
of dieren. Vermijd om op winderige
dagen te sproeien. De gesproeide
materialen kunnen onvoorzien op
planten of voorwerpen waaien,
die niet mogen worden besproeid.
Sproei altijd in de windrichting.
126 NL/BE
Een te hoge of te lage sproeidruk of
ongunstige weersomstandigheden
kunnen een verkeerde concentratie
van de oplossing veroorzaken.
Sproei nooit in de richting van
omstanders.
Wees bijzonder voorzichtig bij gladde
omstandigheden
ijs, op steile hellingen of oneven
terrein.
Let op hindernissen: Let op afval,
boomstronken, wortels en greppels,
waarover u zou kunnen vallen of
struikelen.
Las tijdig pauzes in, om moeheid
en uitputting te voorkomen, om het
risico op ongevallen te verminderen.
Werk rustig en voorzichtig
daglicht en alleen bij goed zicht.
Blijf waakzaam, om anderen niet in
gevaar te brengen.
Werk nooit op een ladder of een
andere onveilige steun.
Let er bij werkzaamheden buiten en
in tuinen in het bijzonder op dat u
geen kleine dieren verwondt.
Er moeten bij het sproeien rekening
worden gehouden met verschillende
parameters, om afdrijven te
voorkomen. Voorbeelden:
Sproeikoppen
–
Druk
–
Lengte van de sproeibuis
–
Windsnelheid
–
Werk nooit in de buurt van
stroomvoerende draden of
stroomkabels, om het gevaar van
elektrische schokken te verminderen.
Maak het product altijd schoon,
voordat u het vult met een ander
sproeimateriaal (zie "Schoonmaken
en onderhoud").
Gebruik het product niet bij
temperaturen van meer dan
in de schaduw of in direct zonlicht.
vocht, sneeuw,
bij
0 C