Bijlage A4 Opmerkingen en Tips + A5 Veel gestelde vragen
A4 Opmerkingen en Tips
A) U kunt de MoveControl ook gebruiken voor het
aankoppelen aan uw voertuig.
B) Voordat u met het voertuig wegrijdt, controleert
u dan eerst of beide aandrijfunits afgekoppeld
(Afb. 3.4 = OFF) zijn.
C) Gebruik voor stoepranden of andere soortgelij-
ke obstakels wielkeggen.
D) Bewaar de afstandsbediening, de verbin-
dingskabel en deze handleiding op een droge
plaats in de meegeleverde map.
E) De MoveControl is voorzien van een elektri-
sche overbelastingsbeveiliging en schakelt
zich bij overbelasting automatisch uit.
A5 Veel gestelde vragen
De MoveControl
gemonteerd worden.
De MoveControl is standaard voor een bevesti-
ging aan het standaard-chassis bedoeld.
Op aanvraag zijn extra adapters verkrijgbaar.
Het reservewiel verhindert de inbouw van de
MoveControl .
Reservewieldrager door middel van de optionele
adapter verplaatsen.
De MoveControl verwringt zich zeer sterk.
Indien de stabilisatorstang niet minimaal 400 mm
in het frame zit, kunt u een verlengde stabilisa-
torstang gebruiken.
De MoveControl is niet met de afstandsbedie-
ning in te schakelen.
De hoofdschakelaar is niet ingeschakeld.
De afstandsbediening is niet met het basisstation
gesynchroniseerd.
De accuspanning is te laag.
De aandrijfrol draait bij de banden door.
De afstand tussen de aandrijfrol en de banden is
verschoven. De afstand dient 15 - 20 mm te zijn.
U dient de bandenspanning te controleren en
eventueel verhogen. Zo niet: u kunt ook de druk
van de rol op de band verhogen door herhaalde-
lijk op de 2 'on'' knoppen van het OM op de
afstandsbediening te drukken, afb. 2.1.
NL12
kan niet aan het chassis
Na een overbelasting voert u de reset-
procedure uit (bijlage A2) uit.
F) Indien de afstandsbediening of het basis-
station vervangen wordt, dient een synchroni-
satie
procedure
(bijlage A1).
G) Indien nodig vervangt u de batterijen van de
afstandsbediening (Afb. 2.2). U schuift het
klepje aan de achterkant van de afstandsbe-
diening er in de pijlrichting vanaf. Vervolgens
neemt u de oude batterij eruit en vervangt
deze door een nieuwe van het gelijke type.
Tijdens het rangeren stottert het voertuig.
De accuspanning of het accuvermogen is te
gering. Het minimale vermogen van de accu dient
75 ampère te bedragen.
De batterij van de afstandsbediening is leeg. De
batterij vervangen, respectievelijk de rangeer-
aandrijving
middels
dingskabel besturen.
Het antennesignaal wordt door afschermingen
respectievelijk magnetische velden gestoord.
Monteer evt. de optioneel verkrijgbare antenne-
versterker.
Het rode LED brandt gedurende het gebruik
continue en de MoveControl
meer.
De overspanningsbeveiliging treedt in werking. Bij
zware belasting schakelt de elektronica uit.
De resetprocedure uitvoeren.
De kabels naar de aandrijfmotoren zijn van ver-
schillende lengtes. De kabels dienen altijd dezelf-
de lengte te hebben.
De MoveControl
rijdt precies in tegenover-
gestelde richting dan op de afbeelding op de
afstandsbediening is aangegeven.
De basisstation is niet volgens het aansluitplan
aangesloten.
De MoveControl
trekt tijdens het rangeren
naar één kant.
De kabels naar de aandrijfmotoren zijn van ver-
schillende lengtes.
De afstand van de aandrijfrol tot de banden lopen
niet parallel.
De bandenspanning respectievelijk de gewichts-
verdeling is niet gelijk.
te
worden
uitgevoerd
de
bijgeleverde
verbin-
reageert niet