slagkracht van 6 kN. Na een val moet de HSG buiten gebruik worden
gesteld en door een bevoegd persoon worden gecontroleerd. Als het
testresultaat negatief is, moet de SRL onmiddellijk buiten gebruik worden
gesteld en worden afgevoerd!
SRL's mogen niet worden gebruikt boven bulkmateriaal of soortgelijke
materialen waarin het mogelijk is om te zinken. De benodigde
blokkeersnelheid wordt dan niet gehaald en het zinken is niet meer te
stoppen. (5.14)
Een SRL kan aan de bevestigingszijde (afb. 1, 1) worden bevestigd door
middel van een karabijnhaak EN 362 of door middel van een karabijnhaak
EN 362 en een geschikte strop EN 354 / ankerapparaat EN 795/B op
een geschikt bevestigingspunt ( minimaal 12 kN). De behuizing van de
SRL mag niet op randen rusten. De intrekbare vanglijn van staalkabel/
band mag in de bewegingsrichting niet worden belemmerd en mag nooit
over randen of afbuigingen worden geleid (uitzondering: RAPTOR CH20
via katrollen bij bevestiging aan Tripod, Jackpod, Jackpod Davit). Slappe
kabel moet in ieder geval worden vermeden (5.10).
Let op: Gebruik voor het verlengen van het ankerpunt nooit demping of
andere componenten die zijn ontworpen voor vervorming die niet samen
met de SRL zijn getest. Dit kan de blokkeerfunctie van het apparaat
opheffen!
2.1) Productetikettering (Fig. 2 - 6)
1. fabrikant incl. adres
2. max. lengte
3. instructies opvolgen
4. relevante normen + jaar van uitgifte
5. artikelaanduiding
6. CE-markering van de toezichthoudende instantie
7. fabrikant
8. QR-code (apparaatinformatie)
9. maand en jaar van fabricage
10. pictogrammen van de valindicator van het toestel
11. artikelnummer
12. serienummer
13a. Markering „Applicatie horizontaal", rand toegestaan
13b.markering „verticaal aanbrengen", rand niet toegestaan
14. Pictogram voor valindicator met karabijnhaak
15. pictogramuitlijning SRL
16.pictogram zijwaartse afbuiging
17. pictogram waarschuwing SRL onder stavlak
18. min./max. nominale belasting
19. maximaal hefhoogte
60