Werkinstructies
• Zet het werkstuk vast. Gebruik een kle-
minrichting voor kleine werkstukken.
• Teken een lijn om de richting aan te ge-
ven waarin het zaagblad wordt geleid.
• Houd het apparaat veilig aan de greep
vast.
• Stel de zaagsnelheid in.
• Stel de verstekhoek in.
• Stel de pendelslagstand in.
• Schakel het apparaat in.
• Wacht tot het apparaat op volle snel-
heid is.
• Plaats de bodemplaat (8) op het werk-
stuk.
• Beweeg de machine langzaam langs
de voorgetrokken lijn en druk de bod-
emplaat daarbij stevig tegen het werk-
stuk.
• Oefen niet teveel druk op het apparaat
uit. Laat het apparaat het werk verrich-
ten.
• Alvorens het apparaat neer te leggen,
schakelt u het uit en wacht u tot het vol-
ledig tot stilstand is gekomen.
Reiniging en onderhoud
Schakel het apparaat uit en
haal voor alle werkzaamhe-
den het snoer uit het stopcon-
tact.
Laat reparatiewerkzaamheden en
onderhoud, die niet zijn beschreven
in deze handleiding, uitvoeren door
een gespecialiseerd service-center.
Gebruik uitsluitend originele onder-
delen.
Reiniging
Het apparaat mag niet met
water worden afgespoeld of
in water worden gedompeld.
Er bestaat anders een risico
op een elektrische schok.
Gebruik geen reinigings- of oplos-
middelen. U kunt het apparaat op
die manier zodanig beschadigen
dat het niet meer kan worden ge-
repareerd. Chemische substanties
kunnen de plastieken delen van het
apparaat aantasten.
• Houd verluchtingsspleten, motorbe-
huizing en grepen van het apparaat
schoon. Gebruik daartoe een vochtige
doek of een borstel.
Onderhoud
Het apparaat is onderhoudsvrij.
Opslag
• Opslag van het apparaat en accessoi-
res gebeurt steeds:
- droog.
- zuiver.
- beschut tegen stof.
- buiten het bereik van kinderen.
Verwerking en
milieubescherming
Breng het apparaat, de toebehoren en de
verpakking naar een geschikt recyclage-
punt.
Machines horen niet bij huishoude-
lijk afval thuis.
NL
BE
63