assistent hulp bieden.
8-
Elektrische
voorzichtig tewerk gaan bij het aanbrengen
van de tangen op niet geïsoleerde leidingen of
verdelingsbalken. Het lichamelijk contact vermijden
met oppervlakken zoals buizen, radiators en metalen
kasten terwijl men de voltage aan het testen is.
9-
De werkzone rein houden. Plaatsen met obstakels
kunnen letsel veroorzaken.
10- Vermijden de starter te beschadigen. Hem uitsluitend
gebruiken
zoals
gespecificeerd
handleiding.
11- De aanwijzingen m.b.t. de werkzone in acht nemen.
Niet gebruiken op vochtige of natte plaatsen. Niet
blootstellen aan de regen. Werken op goed verlichte
plaatsen.
12- Niet
blootstellen
rechtstreekse warmtebronnen of vochtigheid.
13-
Het apparaat kan worden gebruikt door
kinderen vanaf 8 jaar en door personen met
beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale
capaciteit, door personen zonder ervaring of de
benodigde kennis, mits deze onder toezicht staan of
nadat deze instructies hebben gekregen over een
veilig gebruik van het apparaat en over het begrip
van de gevaren die met het apparaat gepaard gaan.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
De reiniging en het onderhoud dat door de
gebruiker moeten worden uitgevoerd, mogen niet
worden uitgevoerd door kinderen die niet onder
toezicht staan.
14- Wanneer de starter niet gebruikt wordt, moet hij
opgeborgen worden op een droge plaats om de
vorming van roest te voorkomen. De starter altijd
vergrendeld bewaren en uit de buurt van kinderen
houden.
15-
Zich op een gepaste manier kleden.
Geen brede kleren of juwelen dragen
die in de beweeglijke gedeelten
kunnen verstrikt geraken. Tijdens de werken raadt men
het dragen van elektrisch geïsoleerde beschermende
kledij en antislip schoenen aan. Voor wie lang haar
heeft, een alles omvattend hoofddeksel dragen.
16- De reparaties moeten uitsluitend uitgevoerd worden
door ervaren operators, zoniet kan dit een aanzienlijk
gevaar voor de gebruiker inhouden.
17- Vervanging
van
Bij
de
uitvoering
identieke reserveonderdelen gebruiken (zie lijst
reserveonderdelen). Het gebruik van gelijk welk ander
stuk annuleert de waarborg.
18- Op elk ogenblik een adequate stand van stabiliteit en
stabiele steunpunten behouden.
Zich niet verplaatsen op kabels of elektrische structuren.
19- Het onderhoud van de starter heel zorgvuldig
uitvoeren. Regelmatig de kabels ervan controleren en in
geval van schade de reparatie laten uitvoeren door een
geautoriseerde technicus.
20- Verifiëren of er geen beschadigde onderdelen zijn.
Voordat men deze starter gebruikt, aandachtig alle
onderdelen controlen die beschadigd blijken te zijn,
om te bepalen of ze in staat zijn correct te werken.
Controleren of de kabels goed bevestigd zijn aan de
starter. Men raadt aan de beschadigde onderdelen te
laten repareren of vervangen door een gekwalificeerde
technicus.
INSTALLATIE
INRICHTING (Fig. C)
De starter uitpakken, de montage van de losse gedeelten
uitvoeren die zich in de verpakking bevinden.
schokken
vermijden.
wordt
in
aan
rechtstreeks
zonnelicht,
onderdelen
en
toebehoren.
van
het
onderhoud,
Autogoods "130"
WERKING
Uiterst
elektriciteitsgeleiders aan te raken.
De starter is ontworpen voor het gebruik op voertuigen
of vaartuigen. Het is niet nodig over een ander voertuig of
voedingscontact aan 230V AC te beschikken.
Het is eveneens mogelijk deze starter te gebruiken als
draagbare energiebron aan 12V DC op afgelegen plaatsen
deze
en in noodgeval.
Gebruik van de starter om een voertuig te starten
OPGELET: de instructies strikt navolgen in de
hierna aangegeven volgorde!
- Controleren dat de tangen van de starter NIET onder
spanning staan: de beweeglijke contactdoos van Fig. A-1
moet losgekoppeld zijn.
- Controleren dat de schakelaar of de startsleutel van het te
starten voertuig of vaartuig in de stand OFF staat.
- Eerst de rode tang verbinden met het positieve uiteinde
geplaatst op de batterij van het voertuig.
- Vervolgens de zwarte tang verbinden met een niet
beweeglijk metalen gedeelte van de motor; de tang niet
verbinden met de negatieve klem van de batterij.
OPGELET: GEVAAR!
De beweeglijke contactdoos (Fig. A-1) aan 12V of 24V van
de starter verbinden en hierbij de correcte spanning van
het te starten voertuig respecteren, de operatie alleen
uitvoeren indien men ten volle zeker is dat de tangen zijn
verbonden met de correcte polariteiten van de batterij.
- De beweeglijke contactdoos verbinden zoals eerder werd
aangegeven.
- Controleren dat de schakelaar of de startsleutel van
het te starten voertuig of vaartuig in de stand ON staat.
Ongeveer een minuut wachten. De schakelaar of de sleutel
naar de stand van start brengen gedurende een tijd niet
langer dan 5÷6 seconden. Indien de wagen of het vaartuig
niet start, minstens 3 minuten wachten voordat men terug
probeert.
Opgelet: Altijd vermijden dat de zwarte en rode
tang met elkaar in contact komen of een gemene
geleider raken.
alleen
- Terwijl de motor in werking is, de beweeglijke contactdoos
loskoppelen van de starter en de tangen van het voertuig
in deze volgorde::
1. de beweeglijke contactdoos.
2. de zwarte tang (negatief )
3. de rode tang (positief ) .
- De tangen in de zak van de starter opbergen.
Men raadt aan de starter op te laden zodra dit mogelijk is.
Gebruik van de starter als voedingsinrichting aan 12V
middels contactdoos type aansteker (Fig. A-4).
OPGELET! OUTPUT ALLEEN 12V!
In geval van overbelasting grijpt de herstelbare
bescherming in. Om de werking te herstellen,
de oorzaak van overbelasting elimineren en op de
drukknop drukken (Fig. A-2).
- Het deksel van de contactdoos type aansteker optillen
(Fig. A-4).
- De stekker aansteker van de te voeden inrichting in de
contactdoos steken (Fig. A-4).
Opladen met voeding A 230V AC
Belangrijk! Om de integriteit van de batterij te
behouden, deze gedurende 12 uren opladen
vóór het gebruik, na ieder gebruik en in ieder
- 21 -
OPGELET: Een elektroshock kan letsel of
de dood veroorzaken. Vermijden blote