CSP 56 Q/EQ - Buch (Euro) Seite 37 Donnerstag, 1. März 2001 8:51 08
Kabel altijd achterwaarts van de machine wegvoe-
ren.
Materiaal vastspannen wanneer het niet reeds door
het eigen gewicht stabiel ligt.
De machine uitsluitend ingeschakeld naar het werk-
stuk toe bewegen.
Het zaagvlak moet aan de boven- en onderzijde vrij
van hindernissen zijn.
Handen uit de buurt van het roterende zaagblad
houden. Niet in aanraking komen met het zaagblad
aan de onderzijde van het werkstuk.
Het zaagblad mag niet meer dan 3 mm uit het werk-
stuk steken.
Niet in spijkers, schroeven e. d. zagen.
Wanneer het zaagblad wordt geblokkerd, de
machine onmiddellijk uitschakelen.
Zaagblad na het uitschakelen niet afremmen door er
aan de zijkant tegen te drukken.
Voor alle werkzaamheden aan de machine, tijdens
werkpauzes of wanneer de machine niet wordt
gebruikt, stekker uit het stopkontakt trekken.
Geen gescheurde of vervormde zaagbladen gebrui-
ken.
Zaagbladen van hooggelegeerd snelwerkstaal
(HSS) mogen niet worden gebruikt.
Zaagblad en splijtwig mogen niet in de zaagsnede
vastklemmen. De zaagtandzetting moet breder en
de basis van het zaagblad moet dunner zijn dan de
dikte van de splijtwig.
Geen spangereedschap op de machine laten zitten.
De machine niet aan het snoer optillen.
Personen jonger dan 16 jaar mogen niet met de
machine werken.
Gebruik volgens bestemming
De machine is bestemd voor het met een vaste steun en
een recht verlopende zaaglijn schulpen, afkorten en tot
45° verstek zagen in hout. Met geschikte zaagbladen
kunnen ook nonferrometalen, lichte bouwmaterialen
en kunststoffen worden gezaagd.
Bij gebruik dat niet volgens bestemming is, is alleen de
gebruiker aansprakelijk.
Vóór de ingebruikname
b
Instelling van de splijtwig
controleren
Splijtwig (25) moet om veiligheidsredenen altijd
gebruikt worden. De splijtwig voorkomt het klemmen
van het zaagblad bij het schulpen.
Bout (7) losdraaien, splijtwig (25) instellen en bout
weer vastdraaien (zie afbeelding).
Controleer de functie van de pendelbeschermkap (10).
Ingebruikname
De spanningsaanduiding op het typeplaatje moet over-
eenkomen met de spanning van het stroomnet. Machi-
nes van 230 V kunnen ook op een stroomnet van
220 V / 240 Vworden gebruikt.
Netkabelmodule aansluiten (Plug it)
De machine is voorzien van een netkabelmodule (4)
die snel kan worden gewisseld. Door netkabel en
machine van elkaar los te maken, kunnen beide gemak-
kelijker vervoerd worden.
Steek de netkabelmodule (4) in de insteekbus (18) van
de machine en zet deze vast door de huls (19) rechtsom
te draaien.
Wanneer u de aansluiting wilt losmaken, dient u de
huls (19) naar links te draaien en de netkabelmodule
(4) los te trekken.
Gebruik de netkabelmodule alleen voor PRO-
TOOL elektrische gereedschappen. Probeer er
geen andere machines mee te gebruiken.
Inschakelen en uitschakelen
Inschakelen:
Inschakelblokkering (2) bedienen.
Aan/uit-schakelaar (3) indrukken en ingedrukt houden.
Let op: de aan/uit-schakelaar (3) kan niet worden ver-
grendeld.
Uitschakelen:
Aan/uit-schakelaar (3) loslaten.
Motor-electronic (CSP 56 EQ)
Aanloopstroombegrenzing
De elektronisch geregelde zachte aanloop zorgt voor
schokvrij aanlopen van de machine. Door de geringe
aanloopstroom van de machine is een zekering van
16 A voldoende.
Verlaagd onbelast toerental
De electronic verlaagt het toerental van de machine bij
onbelast lopen. Daardoor onstaat minder geluid en
minder slijtage van motor en transmissie.
Vooraf instelbaar toerental
Met de toerentalregelaar (1) kan het toerental traploos
vooraf worden ingesteld:
-1
Stand 1: 2200 min
Stand 4: 4100 min
Stand 2: 3000 min
-1
Stand 5: 4750 min
Stand 3: 3600 min
-1
Stand 6: 5400 min
Het vereiste toerental is afhankelijk van het gebruikte
zaagblad en het te bewerken materiaal.
-1
-1
-1
37