lnleiding
N.B.
De
vetgedrukte nummers verwi,zen naar
do
tok€ningnummers
op
het
uitvou\,\iblad
aan het
sinde
van deze
handleiding.
@r§!
Monteer de 2
kogelgewrichlen
aan
de gever-arm en de helmstok,
en
wel zo, dat
de
alstanden harl roeras/kogelgewricht en
hart
geverkogBlgewricht
geli,k
zijn
(A).
Bepaal
ds
maat A
zelf
naar
gelang de beschikbare ruimte,
bij
voorkeur
zo
lang
al6
moselijk.
Deze
roerstandgevgr
is
ontworpen
om te
worden toegepast
met de navotgende
adiketenr
Monteer de
roeßtandgevet
mel
de meegelevelde
schroeven.
l
Roerstand'aneesinstrumenten
BP|ITOO,
BPllEOOen
BPll8lOin
installaties m€t
öön
7
Zel de
siang
va§t met de
slel§ch
roef
of
twee
af
leesinstrumenten
2
vetus
aüopiloot
AP2S areen of
gelijktijdig
met 66n ot hvee
afteosinsrrumenten.
Aansluitingen
Sluit de
voedingsspanning
aan op
hsl
snoer
zoals
in het
schema
is
aangegeven,
bruin
op
Wiize van
opstellinS
de
prus
(+)
en blauw
op
de
min
C,
mas8a).
3
Bij een
roerstandgever
wetke
zo
wordt opgestetd
dat een
r€chtsomdraaiende
lnslalleer de
kabel,
ol
de kabels.
van
de roerstandgever
naar
elk instrument
en plaats
de
beweging
van
hetroer zalresullercn
in
een
rechtsomdraal€nde bswoging
van
de
sloksrs
in
de roerslandgever
as
van de
roerstandgever
moel
de
connector
(X1)
in de
positio
'NORM' staan.
De
roerslandgever wordt
geteverd
mel
de
connector in
positae
,NoBM,.
lnstellen van de roerstandgever-as
4
Bij een
roerstandgover
wstke
zo
wordt opgestetd
dat
een
rechtsomdraaiende
8
Schakel de voedingsspanning voor zowel
de roerstandgever
als het
alleesinsiru_
beweging
van
hel roer
zal
resulteren
in een
llnksomdraal€nd€ bsw6ging
van
de
ment in'
a3 van de
ro5ßtandg6v6r
moer de
conneclor
(xl)
in de
positie
BEV
staan.
zorg
er
voor dat
hel
roer
in de
middenstand slaatl
Connsctor
tosnemen en 180.
draaien.
9
Draai
de §lelschroef
los
(binnenzeskant
2
mm). Plaals een schroevedraaier
in
de
zaagsnedevan
de as en
st€ldez€
bü
lol
h€t
afleesinslrument
de
neulraalstand
aan-
Voedingsspanning
geefl'
Draai
de
schroel
w€er
vasl
ding$panning
van
12
of
24
Volt
geliikspanning.
alzonderlijk mogelijk'
dan moet
h,
worden
aangostoten
op
de
door de auropitoot
geteverde
voedingsspanning
van hel
inslrumontjuisl
is. Als de
aanwiizing oniuist
is, is
het moggliik noodzakeliik
van
5
Voll,
de
positi€
van de
connector
te wiizigen, zie 3 en 4.
5
De doorverbinder moel worden verplaatsl naar
de
poSiti€
zoals
in
de
lekening
is
aangegeven,
'12vt24/
voot aroen
afr€esinskumenren
en'5v'bii
gecombineercl
Technische gegevens
gebruik voor autopitoot
en
afteesinstrumenten.
Voedingsspanning
;
5
Voll o,
12
/
24
volt
geliikspanning
Opgonomen
slroom
: 10 mA, max.
Montage
Uilgangssignaal
analoog
:
"
Alleesinstrumenten:
2.075
V
+l
0.889
V
voor
+/'
6
De
roeraandgever nooit buiten
instatterent
45"
roeruitslag
lnstalleer
de
roerstandgever
zodanig dat
de
arm van
de
gever
nauwkeu
ng
de
'
Aulopiloot:
2,5
v
-/+
0'342 v,
voor
+/_
45'roeruit
helmstok
volgt.
slag
Monteer d6 roerstandg6v6r
zo
dat
de gever-arm
met
de
hetmstok
in
66n
vtak
Lengte
aansluilkabel
t)6waogt.
voedingssPanning
:25m
2
1m2o6o4
wallxl
Raeßlanclsev et
FFU
1
7
1
I
üIRtId
RoeßEndgevet
AFU
1
7
1
A