12. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aange-
sloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE-
en DIN-voorschriften.
De netaansluiting van de klant en het gebruikte ver-
lengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften
voldoen.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan
de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
• Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of
deuropeningen worden geleid.
• Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge-
leiding van het netsnoer.
• Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden.
• Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wand-
contactdoos is getrokken.
• Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen
niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de
isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op
schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer
niet op het stroomnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante
VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitslui-
tend netsnoeren met de aanduiding H05VV-F.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld
staan.
Wisselstroommotor
• De netspanning moet 220 - 240 V~ zijn.
• Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m
een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluittype X
Als het netsnoer van dit product beschadigd is, moet
dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd
netsnoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens
klantenservice.
Aansluitingen en reparaties aan de elektrische appa-
ratuur mogen uitsluitend door een elektromonteur wor-
den uitgevoerd.
80 | NL
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
• Stroomtype van de motor
• Gegevens van het typeplaatje van de machine
• Gegevens van het typeplaatje van de motor
13. Reiniging en onderhoud
Let op!
Trek bij alle onderhoudswerkzaamheden altijd de voe-
dingsstekker uit het stopcontact.
Reiniging
• Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilaties-
leuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mo-
gelijk zijn. Wrijf het apparaat met een schone doek
schoon of blaas het met perslucht bij een lage druk
uit. Wij adviseren om het apparaat direct na elk ge-
bruik te reinigen.
• Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige
doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings-
of oplosmiddelen. Hierdoor kunnen de kunststofon-
derdelen van het apparaat worden aangetast. Let
op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
Binnendringing van water in een elektrisch apparaat
vergroot het risico op een elektrische schok.
Algemene onderhoudswerkzaamheden
Veeg van tijd tot tijd met een doek de spaanders en het
stof van de machine.
De motor niet oliën.
Gebruik voor de reiniging van het kunststof geen bij-
tende middelen.
Onderhoud
Inspectie van de koolborstels (afb. 22)
Controleer de koolborstels bij een nieuwe machine
na de eerste 50 bedrijfsuren of wanneer nieuwe kool-
borstels worden gemonteerd. Controleer na de eerste
controle om de 10 bedrijfsuren.
Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten
is of de veer of shuntdraad verbrand of beschadigd is,
moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels
na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden,
kunt u ze weer inbouwen.
1.
Open beide vergrendelingen linksom (zoals in af-
beelding 22 weergegeven) om onderhoud aan de
koolborstels te verrichten.
2.
Verwijder vervolgens de koolborstels.
3.
Plaats de koolborstels in omgekeerde volgorde
terug.
www.scheppach.com