2.
Door de snelheidsregelaar (4) in de richting van
nummer 6 te draaien, wordt het toerental hoger,
terwijl deze in de richting van de 1 wordt verlaagd.
m VOORZICHTIG:
De snelheidsregelaar (4) kan maar tot 6 en te-
rug naar 1 worden gedraaid. Als deze met kracht
voorbij 6 of 1 wordt gedraaid, kan de snelheid wel-
licht niet meer worden ingesteld.
3.
Kies de juiste snelheid voor het werkstuk dat moet
worden gezaagd.
9.5
Werkstukaanslag instellen (10), (afb. 6)
m Trek om veiligheidsredenen het netsnoer uit het
stopcontact.
Bij gebruik van de metaallintzaag moet de werkstu-
kaanslag (10) in de onderste positie zijn gefixeerd.
1.
Als de werkstukaanslag (10) aan het einde van
een zaagsnede in aanraking mocht komen met
een obstakel zoals een muur of iets dergelijks,
moet u de bout (zie afb. 6) losdraaien en de werk-
stukaanslag (10) omhoog schuiven. Borg de werk-
stukaanslag (10) na het verschuiven, door de bout
weer te fixeren.
2.
Let op: Controleer bij het verstellen van de werkstu-
kaanslag (10) of de metaallintzaag is uitgeschakeld!
10. Bediening
10.1 Tips voor beter zagen (afb. 14)
De volgende aanbevelingen moeten als leidraad wor-
den gebruikt (zie in afbeelding 14 de tabel "Aanbevo-
len zaagposities").
• Verdraai de zaagband nooit tijdens het zagen.
• Gebruik voor de metaallintzaag geen vloeibaar
koelmiddel. Het gebruik van vloeibare koelmidde-
len veroorzaakt afzettingen op de rubberbanden
(17) en reduceer de zaagcapaciteit.
• Als tijdens het zagen hevige trillingen optreden,
moet u ervoor zorgen dat het te zagen werkstuk
goed is vastgeklemd. Als de trillingen niet verdwij-
nen, moet u de zaagband vervangen (zie hoofdstuk
13 "Reiniging en onderhoud").
10.2 Zagen zonder zaagtafel, (afb. 13)
m Waarschuwing
Werkstukken alleen bijstellen of toevoeren als de me-
taallintzaag stilstaat.
1.
Bevestig de te zagen werkstukken veilig in een
bankschroef of in een andere kleminrichting, dit
betekent direct tussen de beide klembekken en
zonder andere tussenliggende voorwerpen.
78 | NL
2.
Breng de werkstukaanslag (10) in contact met het
werkstuk terwijl u hierbij de zaagband weghoudt
van het werkstuk.
3.
Schakel aansluitend de metaallintzaag in. Druk
hiertoe de aan/uit-schakelaar (5) en de ontgrende-
lingsschakelaar (6) gelijktijdig in.
4.
Als de metaallintzaag het gewenste toerental heeft
bereikt, kantelt u de hoofdbehuizing van de ma-
chine langzaam en voorzichtig dusdanig dat de
zaagband (11) in contact komt met het werkstuk.
Oefen geen extra druk uit. Voorkom zorgvuldig
dat de zaagband (11) plotseling en krachtig in
contact komt met het oppervlak van het werkstuk.
Hierdoor raakt de zaagband ernstig beschadigd.
Voor een maximale levensduur van de zaagband
moet u ervoor zorgen dat er geen abrupt contact
optreedt als u begint te zagen.
5.
U verkrijgt rechte zaagsnedes als de zaagband
met het zijoppervlak van de motorbehuizing is uit-
gelijnd. Let hierbij op uw zichthoek. Als u de zaag-
band draait of scheeftrekt, wijkt de zaagsnede af
van de zaaglijn en wordt de levensduur van de
zaagband verkort. AANWIJZING: Als de lintzaag
tijdens het zagen vastloopt of in het werkstuk blijft
steken, moet u onmiddellijk de aan/uit-schakelaar
(5) loslaten om schade aan de zaagband en de
motor te voorkomen.
6.
Het eigen gewicht van metaallintzaag zorgt voor
de meest efficiënte zaagdruk. Als de druk door de
gebruiker wordt verhoogd, nemen de snelheid en
levensduur van het zaagband (11) af.
7.
Zware eindstukken die letsel kunnen veroorza-
ken als ze omlaag vallen, moeten worden onder-
steund. Gebruik van veiligheidsschoenen wordt
sterk aanbevolen. Let op: Eindstukken kunnen
heet en scherp zijn.
8.
Houd tijdens het zagen de metaallintzaag met bei-
de handen vast.
9.
Voorkom dat de metaallintzaag na het zagen tegen
het ingespannen of ondersteunde werkstuk valt.
10.3 Werkstuk vastklemmen (afb. 16-18)
1.
Open eerst de werkstukklemhendel (25) door de-
ze tegen de wijzers van de klok in te draaien.
2.
Trek de beweegbare klembek (24) naar achteren.
3.
Plaats het werkstuk tegen de voorste vaste klem-
bek (23).
4.
Schuif de beweegbare klembek (24) tegen het
werkstuk.
5.
Klem het werkstuk vast met de werkstukklemhen-
del (25) tegen de wijzers van de klok in.
www.scheppach.com