Herunterladen Diese Seite drucken

Scheppach DP16SL Originalbetriebsanleitung Seite 87

Vorschau anzeigen Andere Handbücher für DP16SL:
Verfügbare Sprachen

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 1
U kunt verschillende spilsnelheden op uw standaard-
boormachine instellen:
1.
Als u het product hebt uitgeschakeld, kunt u de
snaarbeschermkap (14) openen, door de borg-
schroef (15) los te draaien. Op de snaarbescherm-
kap (14) van de machine zijn alle instelmogelijkhe-
den van de spilsnelheid aangegeven.
2.
Maak de spanning van de aandrijfriem (36) aan
de rechterzijde van de machinekop (8) los door de
vleugelschroef (37) los te draaien. Trek de rech-
terzijde van de motor (13) iets in de richting van
de spil (33) om de aandrijfriem (36) te ontspannen
3.
Draai de aandrijfriem (36) om de betreffende
snaarschijf (38).
4.
Druk de rechterzijde van de motor (13) iets naar
achteren om de aandrijfriem (36) weer te spannen.
5.
Haal de vleugelschroef (37) weer aan. De aandrijf-
riem (36) moet ongeveer 13 mm speling hebben
wanneer deze in het midden wordt samengedrukt.
6.
Sluit de snaarbeschermkap (14) en draai de borg-
schroef (15) vast.
7.
Als de aandrijfriem (36) tijdens het bedrijf door-
slipt, stelt u de riemspanning bij.
LET OP:
Altijd riemschijven (38) gebruiken, die er tegenover lig-
gen. Als de riemschijven (38) op verschillende hoogte
worden gebruikt, wordt de aandrijfriem (36) verstoord.
AANWIJZING: Veiligheidsschakelaar
Als u de snelheid wilt instellen, moet u de afdekking
openen. Om gevaar voor verwondingen te vermijden,
wordt de boormachine door de veiligheidsschakelaar
automatisch uitgeschakeld.
11.6 Diepteaanslag (10) (afb. 14)
AANWIJZING:
Bij de kleminrichting in de bovenste positie moet het
uiteinde van de boor niet iets boven de bovenkant van
het werkstuk staan.
De diepteaanslag (10) maakt het mogelijk om de boor-
diepte te begrenzen:
1.
Stel de gewenste boordiepte in.
2.
Schroef deze vast met behulp van kartelmoeren
(11) tegen de onderste aanslag (12).
11.7 Positioneren van het werkstuk (afb. 15)
• Plaats een ondergrond (A) (bijv. van hout) tussen
de tafel en het werkstuk. Hierdoor kan worden voor-
komen dat bij het doorboren de achterzijde van het
werkstuk gaan versplinteren of wegbreekt.
• Om te voorkomen dat de ondergrond ongecontro-
leerd meedraait, moet deze tegen de linkerzijde van
de kolom (5), zoals afgebeeld, worden gesteund.
m WAARSCHUWING
Als het werkstuk of de ondergrond niet lang genoeg is,
klemt u het vast aan de tafel, anders kunnen ernstige
verwondingen ontstaan.
AANWIJZING
Voor kleine werkstukken die niet op de tafel kunnen
worden gespannen, gebruikt u de machinebankschroef
(accessoire).
De bankschroef moet op de tafel worden geklemd of
vastgezet om letsel door draaiende werkstukken of
door de bankschroef en om beschadiging van het ge-
reedschap te voorkomen.
11.8 Boor een gat
1.
Markeer het te boren punt op het werkstuk met be-
hulp van een drevel of een puntige spijker.
2.
Voordat u de boormachine inschakelt, laat u de
boor op het werkstuk zakken en centreert u deze
boven het te boren punt.
3.
Schakel de machine in en druk de boor voorzichtig
op het werkstuk, zodat deze goed kan boren.
Bij een te lage invoersnelheid bestaat het gevaar dat de
boor te heet wordt.
Bij een te hoge invoersnelheid bestaat het gevaar dat
de motor (13) blokkeert, de V-snaar of de boor door-
slipt, het werkstuk loslaat of de boor breekt.
Als u in metaal boort, kan het noodzakelijk zijn, om de
boor met geschikte vloeistof te koelen.
11.9 Werken met de laser (afb. 16)
1.
Schakel het laserlicht in met de aan/uit-schakelaar
van de laser (25).
2.
Het gemarkeerde boorgat in het vaste punt (B) van
de laser zetten.
3.
Plaats de boor en boor een gat.
11.10 Verzinken en kernboren
Met deze tafelboormachine kunt u ook verzinken of
kernboren.
Let hierbij op dat het laten zakken met de laagste snel-
heid moet gebeuren, terwijl voor het kernboren een
hoge snelheid is vereist.
www.scheppach.com
NL | 87
loading

Diese Anleitung auch für:

490680790149068079245906804904