3.
Haal de klemschroef (22) weer aan.
11.3 Instellen van de tafelhoogte (afb. 11+12)
1.
Draai de klemgreep hoogteverstelling (21).
2.
Stel de boortafel (18) op de gewenste hoogte in,
door aan de verstelgreep voor de hoogteverstel-
ling (3) te slingeren.
3.
Haal de klemgreep hoogteverstelling (21) weer vast.
AANWIJZING:
Wij raden aan de tafelhoogte zodanig in te stellen, dat
de boorpunt dicht boven het werkstuk staat.
11.4 Gebruik van de tandkransboorkop (23)
Uw tafelboormachine is uitgerust met een tandkrans-
boorkop (23).
Ga als volgt te werk om de boor te gebruiken:
1.
Klap eerst de boorkopbescherming (16) naar boven.
2.
Plaats de boor.
3.
Draai de tandkransboorkop (23) met de meegele-
verde boorkopsleutel (26) vast.
4.
Haal de boorkopsleutel (26) er weer af.
5.
Zorg ervoor dat het ingespannen gereedshcap
goed bevestigd is.
Inspannen van de boor
Let op dat tijdens de gereedschapswissel de voedings-
stekker is losgekoppeld.
In de tandkransboorkop (23) mag alleen cilindervormig
gereedschap met de aangegeven maximale diameter
van de schacht worden gespannen. Alleen goed en
scherp gereedschap gebruiken. Geen gereedschap
gebruiken die aan de schacht beschadigd is of anders-
zins op enige wijze is vervormd of beschadigd.
Gebruik uitsluitend accessoires en aanvullende appa-
raten die in de gebruikshandleiding worden vermeld of
door de fabrikant zijn vrijgegeven.
1.
Steek de boor zo diep in de tandkransboorkop (23)
dat de klauwen van de kop optimaal kunnen vast-
grijpen. (Let bij kleine boortjes op dat de klauwen
niet de spiraal van de boor aanraken).
2.
Controleer of de boor gecentreerd in de tand-
kransboorkop (23) zit.
3.
Haal de kop met de boorkopsleutel (26) goed ge-
noeg aan, zo dat de boorkop tijdens de werkzaam-
heden niet kan doordraaien.
86 | NL
m WAARSCHUWING: Boorkopsleutel (26) niet la-
ten zitten.
Gevaar voor letsel door het wegslingeren van de boor-
kopsleutel (26).
Schakelen van de tandboorkop (23)
Draai de buitenste ring van de tandboorkop (23) zo ver
mogelijk linksom.
Sla voorzichtig op de tandboorkranskop (23) met een
houten of rubberen hamer. Houd met de andere hand
de kop vast, als deze van de spil (33) glijdt.
11.5 Werksnelheden
Let tijdens het boren op het juiste toerental. Dit is af-
hankelijk van de boordiameter en het materiaal.
De onderstaande lijst helpt u bij het kiezen van de toe-
rentallen voor de verschillende materialen.
De aangegeven toerentallen zijn slechts een richtwaarde.
ø
boor
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
16
Instellen van de snelheid en de V-snaarspanning
(afb. 13 en 13.1)
m WAARSCHUWING
Voor het openen van de deksel altijd stekker uit het stop-
contact trekken. Wacht bij onderhouds-/instellingswerk-
zaamheden altijd tot de machine volledig tot stilstand
is gekomen (gevaar voor letsel)! Nooit de boormachi-
ne met een geopende afdekking van de V-snaar laten
draaien. Nooit in de draaiende V-snaar grijpen.
www.scheppach.com
Gietij-
Staal
IJzer
zer
2550
1600
2230
1900
1200
1680
1530
955
1340
1270
800
1100
1090
680
960
960
600
840
850
530
740
765
480
670
700
435
610
640
400
560
590
370
515
545
340
480
480
300
420
Alumini-
Brons
um
9500
8000
7200
6000
5700
4800
4800
4000
4100
3400
3600
3000
3200
2650
2860
2400
2600
2170
2400
2000
2200
1840
2000
1700
1800
1500