11.4.1
Motor starten met elektrische starter
(afb. 1, 2, 18)
1. Controleer de laadstatus van de accu (20) (zie 10.3)
en laad deze eventueel op.
2. Controleer voor elke start het brandstof- en motorolie-
peil (zie hoofdstuk 10.1 en 10.2). Controleer of de
bougiestekker (9) op de bougie (9a) is aangesloten.
3. Schuif de opgeladen accu (20) langs het geleideblad
in het apparaat. De accu (20) klikt hoorbaar vast.
4. Sta achter de grasmaaier.
5. Druk de motorremhendel (2) richting het stuur in en
houd deze ingedrukt.
6. Druk de elektrische starter (3a) op de elektrische star-
terunit (3) in en houd deze ingedrukt.
7. De motor start.
8. Zodra het product is opgestart, kunt u de elektrische
starter (3a) weer loslaten.
11.4.2
Motor starten zonder elektrische
starter (afb. 1, 19)
1. Controleer voor elke start het brandstof- en motorolie-
peil (zie hoofdstuk 10.1 en 10.2). Controleer of de
bougiestekker (9) op de bougie (9a) is aangesloten.
2. Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand de mo-
torremhendel (2) naar het stuur, de andere hand moet
op het starterkoord (17) liggen.
3. Start de motor met starterkoord (17). Trek hiertoe de
greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) er
uit. Trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Als
de motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord
(17) trekken.
4. Op basis van een beschermplaat op de motor kan er
een lichte rookvorming ontstaan, indien u het product
voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal pro-
ces.
LET OP
–
Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot
schade leiden.
–
Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het start-
proces meerdere te herhalen.
11.5
De motor uitzetten
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog
enkele seconden door. Als u de roterende delen aan-
raakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn.
–
Wacht tot de stilstand van het messen.
–
Rem het mes niet af met de hand.
–
Draag veiligheidshandschoenen.
–
Verwijder de bougiedop van de bougie om te voor-
komen dat de motor onbedoeld start wanneer u het
product uitschakelt of parkeert.
–
Houd het mes uit de buurt van uw voeten.
88 | NL
1. Om de motor uit te schakelen, laat u eerst de beugel
rijaandrijving (1a) en vervolgens de motorremhendel
(2) los. Wacht tot het mes (18) stilstaat.
2. Verwijder de accu (20) (zie hoofdstuk 10.5).
11.6
Rijaandrijving (afb. 1)
De grasmaaier is voorzien van een achterwielaandrijving.
11.6.1
1. Start de grasmaaier (zie 11.4).
2. Trek en houd de beugel van de rijaandrijving (1a) rich-
ting het stuur.
3. De rijaandrijving wordt ingeschakeld (aandrijfwiel (14)
beweegt) en de grasmaaier beweegt naar voren.
LET OP
Beschadigingen aan het product vermijden! Beschadi-
gingen aan het product vermijden! Druk de beugel rij-
aandrijving altijd volledig (tot aan de aanslag) in, om
vervolgschade aan de aandrijving te vermijden.
11.6.2
1. Laat de beugel van de rijaandrijving (1a) los. De rij-
aandrijving (1a) wordt uitgeschakeld en de grasmaaier
blijft staan.
2. De motor loopt verder.
12 Werkinstructies
• Maai alleen met scherpe, optimale messen, zodat de
grassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geel
wordt.
• Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaaier
in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij
moeten deze banen altijd enkele centimeters overlap-
pen zodat er geen stroken overblijven.
• Houd de onderzijde van de maaibehuizing schoon en
verwijder direct grasafzettingen. Afzettingen verzwa-
ren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uit-
werpen van het gras.
• Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling
worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier
wordt door de schuine stand naar boven voorkomen.
WAARSCHUWING
Zorg dat derden uit de buurt blijven.
12.1
Na het maaien
• Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de gras-
maaier in een gesloten ruime parkeert.
Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en
oliën. Geen andere voorwerpen op de grasmaaier be-
waren.
• Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en
moeren. Haal losse schroeven aan.
• Leeg de grasopvangbak voor het hernieuwde gebruik.
• Neem ook het hoofdstuk "Opslag" in acht.
www.scheppach.com
Rijaandrijving inschakelen
Rijaandrijving (1a) uitschakelen