NL
•
Laat het zaagblad met de hand draaien en controleer de uitlijning tussen het zaagblad en de draaischijf op verschillende punten.
•
De rand van de winkelhaak en het zaagblad moeten parallel lopen, zoals getoond in afbeelding 20.
•
Als de boven- of de onderkant van het zaagblad afwijkt van de winkelhaak, zoals getoond in de afbeeldingen 21 et 22,
moeten de instellingen worden bijgesteld.
•
Draai met behulp van een 10 mm sleutel of een verstelbare steeksleutel de borgmoer los van de stelschroef voor de
vaste hoekinstelling. Draai ook de afschuinvergrendelingsknop los.
•
Stel de stelschroef voor de vaste hoekinstelling bij, om het zaagblad uit te lijnen ten opzichte van de winkelhaak.
Zie afbeelding 23.
•
Draai de afschuinvergrendelingsknop weer vast. Draai vervolgens de borgmoer van de stelschroef voor de vaste
hoekinstelling weer vast. Controleer opnieuw de hoek tussen het zaagblad en de draaischijf.
NB! De hiervoor beschreven werkwijze kan worden gevolgd om zowel bij 0° en bij 45° de rechte hoek tussen het
zaagblad en de draaischijf te controleren.
Uw zaagmachine is voorzien van drie schaalverdelingen, één voor het instellen van een afschuinhoek rechts, één voor het
instellen van een afschuinhoek links en één voor het instellen van een verstekhoek.
Nadat de haakse instellingen gemaakt zijn, kan het nodig zijn om de schroeven van de aanwijzers van de verschillende
schaalverdelingen los te draaien om deze weer op nul te zetten.
Afb. 20
HET ZAAGBLAD STAAT HAAKS OP DE DRAAISCHIJF.
A. AANSLAG
B. COMBINATIEWINKELHAAK
C. DRAAISCHIJFVERGRENDELINGSKNOP
Afb. 21
HET ZAAGBLAD STAAT NIET HAAKS OP DE DRAAISCHIJF, DE INSTELLINGEN MOETEN WORDEN BIJGESTELD.
A. AANSLAG
B. COMBINATIEWINKELHAAK
C. DRAAISCHIJFVERGRENDELINGSKNOP
Afb. 22
HET ZAAGBLAD STAAT NIET HAAKS OP DE DRAAISCHIJF, DE INSTELLINGEN MOETEN WORDEN BIJGESTELD.
A. AANSLAG
B. COMBINATIEWINKELHAAK
Afb. 23
A. AFSCHUINVERGRENDELING
B. STELSCHROEF VOOR VASTE INSTELLING
VAN EEN AFSCHUINHOEK VAN 45°
9.8
INSTELLINGEN VAN DE ZAAGKOP
NB! Deze instellingen zijn in de fabriek uitgevoerd en hoeven in principe niet te worden bijgesteld.
9.9
INSTELLING VAN DE NEERWAARTSE BEWEGING VAN DE ZAAGKOP
•
De zaagkop moet automatisch helemaal omhoog kunnen bewegen.
•
Als de zaagkop niet automatisch omhooggaat of als er speling is bij de draaipen, laat uw zaag dan repareren door een
ter zake kundig technicus in een Erkend Ryobi Servicecentrum om gevaar voor lichamelijk letsel te voorkomen.
9.10
INSTELLING VAN DE SCHUINE STAND VAN DE ZAAGKOP
•
De zaagkop moet gemakkelijk schuin gezet kunnen worden door de afschuinvergrendelingsknop los te draaien
en de zaagkop naar links te kantelen.
•
Als de zaagkop moeilijk schuin gezet kan worden of als er speling is ter hoogte van de draaipen, laat uw zaag
dan repareren door een ter zake kundig technicus in een Erkend Ryobi Servicecentrum om gevaar voor lichamelijk
letsel te voorkomen.
10.
GEBRUIK
10.1
TOEPASSINGEN
(Gebruik uw zaag uitsluitend voor de hieronder vermelde toepassingen).
•
Dwarsdraads zagen van hout en plastic.
•
Dwarsdraads zagen van verstek, verbindingen enz. voor fotolijsten, kroonlijsten, deurkozijnen en fijn timmerwerk.
NB! Het bij uw zaagmachine geleverde zaagblad is geschikt voor de meeste zaagwerkzaamheden op hout. Maar voor het
zagen van plastic of voor fijn timmerwerk, wordt aangeraden een speciaal zaagblad te kopen bij uw dichtstbijzijnde Ryobi
wederverkoper.
D. DRAAISCHIJFVERGRENDELINGSVEER
E. ZAAGBLAD
F. DRAAISCHIJF
D. DRAAISCHIJFVERGRENDELINGSVEER
E. ZAAGBLAD
F. DRAAISCHIJF
C. ZAAGBLAD
D. DRAAISCHIJF
C. BORGMOER(EN)
134