2.2 Gebruiksdoel
Luchtkussenpipet voor het pipetteren van vloeistoffen met een lage tot gemiddelde viscositeit.
2.3 Toepassingsgrenzen
De pipet dient voor het doseren van vloeistoffen waarbij onderstaande grenzen in acht moeten wor-
den genomen:
•
gebruikstemperatuur van +15°C tot +40°C (59°F tot 104°F). Overige temperaturen op aanvraag.
•
Dampdruk tot 500 mbar
•
Viscositeit: 260 mPa s
Voor stroperige vloeistoffen moet de snelheid eventueel worden aangepast.
2.4 Gebruiksbeperkingen
Stroperige en bevochtigende vloeistoffen kunnen de nauwkeurigheid van het volume beïnvloeden.
Hetzelfde geldt voor vloeistoffen waarvan de temperatuur meer dan ± 1°C/± 1.8°F afwijkt van de ka-
mertemperatuur.
2.5 Uitgesloten toepassingen
De gebruiker moet zelf controleren of het apparaat geschikt is voor het beoogde gebruik, aangezien
agressieve vloeistoffen en hun dampen het apparaat kunnen beschadigen (corrosie!). Het apparaat
kan niet voor onderstaande vloeistoffen worden gebruikt voor:
•
vloeistoffen met een zeer hoge dampdruk
•
vloeistoffen die de volgende materialen aantasten:
–
fluorelastomeerrubber (FKM)
–
polycarbonaat (kijkvenster)
–
polyetheretherketon (PEEK)
–
polyoxymethyleen (POM)
–
polyfenyleensulfide (PPS) (bij variabel 50 μl apparaat, 5 ml, 10°ml pipetteereenheid)
–
polypropyleen (PP)
–
polyvinylideenfluoride (PVDF)
Meer informatie over de chemische bestendigheid van kunststoffen vindt u op www.brand.de.
997207
2 Veiligheidsbepalingen
397
Gebruiksaanwijzing