79. Werkinstructies
•
Controleer het hele maaigebied zorgvuldig en verwijder alle vreemde voorwerpen voordat je begint met maaien.
•
Gebruik de grasmaaier alleen als er zich geen derden in de gevarenzone bevinden.
•
Maai alleen als het zicht goed is.
•
Bedien de machine alleen stapvoets.
•
Gebruik de maaier alleen als het mes scherp is.
•
Maai niet over obstakels (bijv. takken, boomwortels).
•
Maai altijd dwars op de helling op hellend terrein. Maai niet bergop of bergaf of op hellingen met een helling van
meer dan 20°.
•
Wees vooral voorzichtig bij het veranderen van richting op hellend terrein.
•
Controleer voor, tussen en na het maaien de luchtinlaten die de elektromotor koelen en verwijder eventuele
verstoppingen. Dit mag alleen worden gedaan als de motor is uitgeschakeld, anders bestaat er een aanzienlijk
risico op letsel!
80. Tips voor het maaiproces
Manual_FX-RME33_Int24_rev1
114