6 Accu laden en leds
► Accu controleren/testen,
► Accu volledig laden,
► Drukreiniger reinigen,
► Als de STIHL aanzuigset wordt gebruikt: het
waterfilter op vervuiling controleren en bij ver‐
vuiling reinigen,
► Als er een spuitlans wordt gebruikt: spuitlans
monteren,
7.1.1.
► Als er een blaasmond wordt gebruikt: de
blaasmond aanbrengen,
► Als er een reinigingsmiddel wordt gebruikt:
met reinigingsmiddel werken,
► Water aansluiten,
► De bedieningselementen controleren,
► Als deze handelingen niet kunnen worden uit‐
gevoerd: de drukreiniger niet gebruiken en
contact opnemen met een STIHL dealer.
6
Accu laden en leds
6.1
Acculader aan een muur mon‐
teren
De acculader kan aan een muur worden gemon‐
teerd.
2
1
a
b
a
► Acculader zo op een muur monteren dat aan
de volgende voorwaarden wordt voldaan:
– Er wordt geschikt bevestigingsmateriaal
gebruikt.
– De acculader is waterpas.
De volgende maatvoering is aangehouden:
– a = minimaal 100 mm
– b = 54 mm
– c = 4,5 mm
– d = 9 mm
– e = 2,5 mm
6.2
Accu laden
De laadtijd is afhankelijk van diverse invloeden,
zoals bijv. de temperatuur van de accu of de
omgevingstemperatuur. Voor een optimale pres‐
tatie moeten de aanbevolen temperatuurberei‐
ken in acht worden genomen,
kelijke laadtijd kan afwijken van de aangegeven
laadtijd. De laadtijd is te vinden op
www.stihl.com/charging-times.
0458-048-9601-A
11.2.
6.2.
16.1.
16.4.
7.2.1.
12.4.
8.
3
d
e
20.6. De wer‐
Als de netstekker op een contactdoos is aange‐
sloten en de accu in de acculader wordt
geplaatst, start de laadprocedure automatisch.
Als de accu volledig is geladen, schakelt de
acculader automatisch uit.
Tijdens het laden worden de accu en de accula‐
der warmer.
1
11.1.
► Netstekker (5) in een goed bereikbare contact‐
doos (6) aansluiten.
De acculader (2) voert een zelftest uit. De
led (3) brandt ca. 1 seconde lang groen en
ca. 1 seconde lang rood.
► Aansluitkabel (4) aanbrengen.
► Accu (1) in de geleidingen van de accula‐
der (2) plaatsen en tot aan de aanslag indruk‐
ken.
De led (3) brandt of knippert groen. De accu
(1) wordt geladen.
► Als de led (3) niet meer brandt: de accu (1) is
volledig opgeladen en kan uit de acculader (2)
worden genomen.
► Als de acculader (2) niet meer wordt gebruikt:
e
netstekker (5) uit de contactdoos (6) trekken.
6.3
Laadtoestand weergeven
► De accu plaatsen.
► Schakelhendel op de drukreiniger kort indruk‐
ken en loslaten.
De leds branden of knipperen.
► Als de linkerled groen knippert: accu opladen.
6.4
Leds op de drukreiniger
De leds kunnen de laadtoestand van de accu of
storingen aangeven. De leds kunnen groen of
rood branden of knipperen.
Nederlands
2
5
3
4
75-100%
50-75%
25-50%
0-25%
6
119