Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Hfd.stk. 6 - Elektrische Aansluiting - Flotec Scm 4 Plus Bedienungs- Und Wartungsanleitung

Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 18
NL
Voordat men de pompgroep installeert moet de put vrij zijn van zand, volgens de normale procedures van putgravers.
De pompen van de serie SCM 4 Plus® mogen niet zonder vloeistof draaien omdat de lagers door deze gepompte
vloeistof worden gesmeerd. De pomp kan ernstig beschadigd worden bij drooglopen, zelfs voor korte tijd.
De pomp moet niet op de bodem van de put worden gemonteerd maar 1-2 m daarboven, anders zal het eventueel
opwervelende zand de pomp kunnen beschadigen: de motor zal te warm worden en de ronddraaiende componenten
zullen slijten.
Voordat men de pomp in de put laat zakken moet men controleren dat de voedingskabels goed aan de klemmen van
het controlepaneel zijn verbonden en dat de veiligheidsrelais' overeenkomen met de opgegeven stroomwaarden.
Daarna moet men de voedingsspanning uitschakelen en de pomp naar beneden laten zakken. Hiervoor moet men
kabels van roestvrij staal of van nylon gebruiken, die men aan de daarvoor bestemde hijsringen op de kop van de
pomp heeft bevestigd.
Verbind het eerste stuk slang aan de uitgang van de pomp, nadat men het midden van een steunlat aan het andere
uiteinde heeft vastgemaakt. Gebruikt men buizen voor de installatie dan moet men aan het bovenste uiteinde een
verbindingsstuk op de buis draaien, om te voorkomen dat deze langs de steunlat glijdt.
Door middel van een paranco katrol laat men alles naar beneden zakken totdat de steunlat op de bovenkant van de
put ligt. Zorg ervoor dat het vrije uiteinde van de kabel niet in de put valt. Nu zet men het tweede stuk buis erop, ook
deze moet een verbindingsstuk aan het bovenste uiteinde hebben. Men laat nu alles nog dieper in de put zakken. Men
herhaalt deze handelingen totdat de pomp de voorgeschreven diepte heeft bereikt. Bedenk dat de machine 1 - 2 m
onder het dynamische niveau moet staan of in ieder geval zodanig dat aan de NPSH van de pompen wordt voldaan.
Denk er bij het positioneren van de pomp ook aan dat het waterniveau kan zakken als gevolg van het wisselen der
seizoenen of door te veel waterontrekking. In ieder geval mag het waterniveau nooit onder de aanzuigmond dalen
om te voorkomen dat de geleiderhulzen blokkeren of de motor te warm wordt. De voedingskabel moet elke 2-3 m
met bandjes aan de slang of buis worden bevestigd. De kabels moeten degelijk aan de stang worden bevestigd om
te voorkomen dat ze door hun gewicht naar beneden zakken. Door zulke bewegingen zouden ze tegen de wanden
kunnen schuren en op den duur breken. Als de stang bestaat uit buissecties, dan moeten deze goed zijn aangedraaid
omdat ze anders los zouden kunnen raken door het reactiekoppel van de machine.

HFD.STK. 6 - ELEKTRISCHE AANSLUITING

28
GEVAAR
Gedurende het neerlaten in de put uitkijken dat men niet de
Risico elektrische
elektrische kabel beschadigd.
ontlading
D e p o m p e n v a n d i t s o r t k u n n e n h o g e d r u k
ontwikkelen. In het geval van de installatie van verzamelings
GEVAAR
reservoires of uitbreidingsvaten 15 raden we de installering van
Risico van ontploffing
een drukbeperkingsklep 16 aan tussen het reservoir en de pomp.
Alle buizen en/of componeneten van de in-
stallatie moeten een max. uitoefeningsdruk
GEVAAR
hebben groter of gelijk aan de max. druk van
Risico van ontploffing
de pomp.Waar het niet mogelijk is moet men
een drukreduktor gebruiken.
De pomp en alle buizen tegen bevriezing beschermen.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
De vloeistof kan vervuild worden door het lekken van smeermiddelen
WAARSCHUWING
GEVAAR
Risico elektrische
ontlading
GEVAAR
Risico elektrische
ontlading
WAARSCHUWING
GEVAAR
Nagaan of de spanning en de frekwentie, zie plaatje, overe-
enkomen met die van het beschikbare voedingsnet.
De man die verantwoordelijk is voor de installatie moet
nagaan of de elektrische voedingsinstallatie voorzien is
van een doeltreffende grondaarding volgens de geldende
normatieven .
Het is nodig na te gaan of de elektrische voedingsinstallatie
voorzien is van een differentiele schakelaar met hoge gevo-
D
eligheid
=30 mA (DIN VDE 0100T739)
Voor de voedingskabel aan de relatieve klemmetjes van het
bedieningspaneel te verbinden, nagaan of de voedingskabels
afgemeten zijn om de nominale stroom van de groep te
dragen.
De electrische voedingskabel moet door gespecialiseerd per-
soneel vervangen worden; zich wenden tot de eigen verkoper.
3
NL

Kapitel

Inhaltsverzeichnis
loading

Diese Anleitung auch für:

Scm 75/52Scm 75/75Scm 115/92Scm 115/122

Inhaltsverzeichnis