23 Algemene en productspecifieke veiligheidsinstructies
van een stofafzuiger kan de gevaren van stof
verminderen.
h) Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van
veiligheid en negeer de veiligheidsvoorschrif‐
ten voor grasmaaiers niet, zelfs niet als u
vertrouwd bent met de grasmaaier na hem
vele malen te hebben gebruikt. Onvoorzich‐
tige handelingen kunnen binnen een fractie
van een seconde tot ernstig letsel leiden.
23.5
Gebruik en behandeling van de
grasmaaier
a) Overbelast de grasmaaier niet. Gebruik de
grasmaaier die voor uw werkzaamheden ont‐
worpen is. Met de juiste grasmaaier werkt u
beter en veiliger in het opgegeven vermo‐
gensbereik.
b) Gebruik geen grasmaaier waarvan de scha‐
kelaar defect is. Een grasmaaier die niet
meer aan of uit kan worden gezet, is gevaar‐
lijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver‐
wijder een verwijderbare accu voordat u
apparatuur bijstelt, onderdelen van het
bedieningsgereedschap vervangt of de gras‐
maaier wegzet. Deze voorzorgsmaatregel
voorkomt dat de grasmaaier onbedoeld start.
d) Houd ongebruikte grasmaaiers buiten het
bereik van kinderen. Laat de grasmaaier niet
gebruiken door iemand die er niet mee ver‐
trouwd is of die deze gebruiksaanwijzing niet
heeft gelezen. Grasmaaiers zijn gevaarlijk
wanneer ze door onervaren mensen worden
gebruikt.
e) Onderhoud de grasmaaier en het bedie‐
ningsgereedschap met zorg. Controleer of
de bewegende delen goed werken en niet
geblokkeerd zijn, of er geen onderdelen
gebroken of beschadigd zijn zodat de werk‐
ing van de grasmaaier wordt belemmerd.
Laat beschadigde onderdelen repareren
voordat u de grasmaaier gebruikt. Veel
ongelukken worden veroorzaakt door slecht
onderhouden grasmaaiers.
Houd snijgereedschap scherp en schoon.
f)
Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap
met scherpe snijkanten loopt minder vast en
is gemakkelijker te geleiden.
g) Gebruik de grasmaaier, het bedieningsge‐
reedschap, de accessoires, enz. volgens
deze instructies. Houd rekening met de
arbeidsomstandigheden en de uit te voeren
activiteit. Het gebruik van grasmaaiers voor
0478-121-9905-A
andere toepassingen dan die waarvoor zij
bestemd zijn, kan tot gevaarlijke situaties lei‐
den.
h) Houd handgrepen en greepoppervlakken
droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde
handgrepen en gripoppervlakken maken een
veilige bediening van en controle over de
grasmaaier in onvoorziene situaties niet
mogelijk.
23.6
Service
a) Laat uw grasmaaier alleen repareren door
gekwalificeerd personeel en alleen met origi‐
nele reserveonderdelen. Dit zorgt ervoor dat
de veiligheid van de grasmaaier gehand‐
haafd blijft.
23.7
Veiligheidsinstructies voor
grasmaaiers met netvoeding
a) Gebruik de grasmaaier niet bij slecht weer,
vooral niet bij onweer. Dit vermindert het
risico om door de bliksem getroffen te wor‐
den.
b) Inspecteer het werkgebied grondig op wilde
dieren. Wilde dieren kunnen gewond raken
door de draaiende grasmaaier.
c) Onderzoek het werkgebied grondig en ver‐
wijder alle stenen, stokken, draden, beende‐
ren en andere vreemde voorwerpen. Wegge‐
slingerde onderdelen kunnen verwondingen
veroorzaken.
d) Voordat u de grasmaaier gebruikt, moet u
altijd controleren of het maaimes en het
maaiwerk niet versleten of beschadigd zijn.
Versleten of beschadigde onderdelen verho‐
gen het risico op letsel.
e) Controleer vóór gebruik het netsnoer en
eventuele verlengkabels op tekenen van
beschadiging of veroudering. Gebruik de
grasmaaier niet als het snoer beschadigd of
versleten is. Als het netsnoer tijdens het
gebruik beschadigd of versleten raakt, scha‐
kelt u de grasmaaier uit en raakt u het snoer
pas aan nadat u de stekker uit het stopcon‐
tact hebt getrokken. Een beschadigd net‐
snoer of verlengkabel kan een elektrische
schok, brand en/of ernstig letsel veroorza‐
ken.
f)
Controleer de grasopvangbox regelmatig op
slijtage of scheuren. Een versleten of
beschadigde grasopvangbox verhoogt het
risico op letsel.
Nederlands
101