• Plaats de zaagkop in de verste, achterste stand en met behulp
van de draaiknop van de geleiderblokkade (12) blokkeer de
geleider (13).
• Deblokkeer de kop en de beschermer van de snijschijf.
• Druk op de blokkadeknop van de hoofdschakelaar en zet de
zaagmachine aan (wacht totdat de snijschijf het maximale
toerental bereikt).
• Laat de zaagkop langzaam dalen.
• Begin met het snijden door een geringe kracht op de kop
tijdens het snijden uit te oefenen.
Het onvoldoende vastdraaien van de blokkadeknoppen kan
het onverwachte verschuiving van de snijschijf op de
bovenste oppervlakte van het materiaal als gevolg hebben
waardoor het risico van letsels van de operator door
materiaalstukken ontstaat.
SNIJDEN MET VERSCHUIVING VAN DE GIEKARM (DE
KOP) VAN DE ZAAGMACHINE
Het verschuiven van de giekarm van de zaagmachine toelaat
om de snijschijf naar voren en naar achteren te bewegen
waardoor bredere materiaalstukken kunnen worden gesneden.
• Plaats de giekarm in de bovenste stand.
• Maak de draaiknop van de geleiderblokkade (12) los.
• Alvorens de zaagmachine aan te zetten, houd de giekarm in
de bovenste stand en trek naar zichzelf.
• Druk op blokkadeknop van de hoofdschakelaar (3) en zet de
zaagmachine aan.
• Maak de giekarm vrij en wacht totdat de snijschijf de maximale
snelheid bereikt.
• Maak de beschermer van de snijschijf vrij.
• Laat de giekarm dalen en begin met het snijden.
• Tijdens het snijden verschuif de giekarm vanaf achteren
(vanaf zichzelf).
• Na
het
doorsnijden
van
hoofdschakelaar vrij, wacht totdat de snijschijf met het draaien
stopt en plaats de giekarm in de bovenste stand.
Het is verboden om te snijden door de zaagkop naar
zichzelf te verschuiven. De snijschijf van de zaagmachine
kan in zulk geval op het gesneden materiaal komen
waardoor het risico van letsels van de operator door
terugslag ontstaat.
BEDIENING EN ONDERHOUD
Alvorens met enige installatie-, regel-, bedienings- of
herstelwerkzaamheden te beginnen, dient de aansluiting
van het elektrogereedschap met de netspanning te worden
onderbroken.
REINIGING
• Na afronding van het werk verwijder alle materiaalstukken,
spanen en stof uit de tafelinleg van de werktafel alsook het
gebied rond de snijschijf en haar beschermer.
• Verzeker u zich of de ventilatieopeningen van de motorbehuizing
schoon zijn en er geen spanen of stof zitten.
• Maak de geleiders schoon en breng een dunne laag van
vaste smeermiddel aan.
• Houd alle handvatten en draaiknoppen schoon.
• Maak de lens van de laser met een kwast schoon.
UITWISSELING VAN DE SNIJSCHIJF
• Druk op de hendel van de beschermer van de snijschijf (5).
• Til de beschermer van de snijschijf (7) en draai de
bevestigingsschroef van de centrale plaat (40) uit (afb. H).
• Verschuif de centrale plaat (41) naar links zodat er toegang
tot de bevestigingsschroef van de snijschijf wordt verkregen.
• Druk op de blokkadeknop van de spil (6) en draai met de
snijschijf totdat het geblokkeerd is.
• Met gebruik van de speciale sleutel (in de levering) maak los
en draai de bevestigingsschroef van de snijschijf uit.
het
materiaal
maak
de
• Neem de buitendichting af en neem de snijschijf weg (let op
op de reductiering indien aanwezig).
• Verwijder alle vuil van de spil en dichtingen die de snijschijf
bevestigen.
• Monteer de nieuwe snijschijf door de bovenstaande
handelingen in de omgekeerde volgorde uit te voeren.
• Na afronding verzeker u zich of alle sleutels en
regelgereedschappen verwijderd worden en of alle schroeven,
draaiknoppen en bouten goed vastgedraaid zijn.
De beveiligende schroef is van een linkse schroefdraad
voorzien. Wees bijzonder aandachtig bij het aangrijpen van
de snijschijf. Gebruik de beschermende handschoenen om
de handen tegen het contact met scherpe tanden van de
snijschijf te beschermen.
UITWISSELING
LASERMODULE
De lasermodule wordt door twee batterijen 1,5 V type AAA
gevoed.
• Open de deksel van de batterijhouder (36) (afb. F).
• Verwijder de afgedankte batterijen.
• Plaats de nieuwe batterijen en verzeker u zich de polen juist
zijn gericht.
• Monteer de deksel van de batterijhouder.
UITWISSELING VAN KOOLBORSTELS
• Versleten (korter dan 5 mm), afgebrande of gebarsten
koolborstels van de motor dienen onmiddellijk uitgewisseld te
worden. Altijd dienen er beide borstels tegelijk uitgewisseld te
worden
• Draai de deksels van de koolborstels (8) los.
• Neem de versleten koolborstels weg.
• Verwijder het eventuele stof met gebruik van zacht druklucht.
• Plaats de nieuwe koolborstels (de borstels dienen
onbelemmerd in de borstelhouders zitten).
• Monteer de deksels van de koolborstels (8).
Na uitvoering van de uitwisseling van de koolborstels dient
de elektrogereedschap door ong. 1-2 min. zonder belasting
gedraaid te worden zodat de koolborstels zich aan de
cummutator van de motor aanpassen. Het uitwisseling van
de koolborstels dient door een vakbekwame persoon
uitgevoerd
en
vervangonderdelen te worden.
Allerlei soorten van stoornissen dienen door een
geautoriseerde servicedienst van de producent verwijderd te
worden.
107
VAN
DE
BATTERIJEN
met
gebruik
van
IN
DE
originele