• Laat de kop naar beneden dalen en controleer opnieuw of de
ingestelde hoek met de aanwijzing op de gradenschaal van de
kophelling (34) overeenkomt, indien nodig regel de stand van
de hoekindicatie van de kophelling (35) (afb. E).
Voer gelijke afregeling voor de hoek van 45° voor
versteksnijden met gebruik van de regelschroef van de hoek 45
° (43) (rys. E).
CONTROLE EN INSTELLEN VAN DE LOODRECHTE STAND
VAN DE SNIJSCHIJF TEGEN DE STOOTLIJST
• Deze procedure dient altijd uitgevoerd worden als de stootlijst
gedemonteerd of uitgewisseld werd. Deze afregeling kan alleen
uitgevoerd worden als de snijschijf loodrecht ten opzichte van
de werktafel zich bevindt. De stootlijst dient als een begrenzing
voor het te snijden materiaal.
• Maak de blokkadeknop van de werktafel (23) los, druk en
houd ingedrukt de hendel van automatisch vaststellen (22) en
plaats de werktafel in de 0° stand.
• Laat de kop van de zaag naar de onderste stand dalen.
• Controleer de hoek met behulp van een gradenboog of een
ander meettoestel.
• Schuif het meettoestel aan de stootlijst (15).
• De meting dient 90° aan te geven.
• Indien afregelen nodig is:
• Maak de bevestigingsschroeven van de stootlijst (15) los.
• Regel de stand van de stootlijst (15) af zodat deze loodrecht
aan de snijschijf zich bevindt.
• Draai de bevestigingsschroeven van de stootlijst vast.
INSTELLEN
VAN
DE
VERSTEKZAGEN
De giekarm kan onder willekeurige hoek tussen 0° tot 45°
zich bevinden – voor verstekzagen (afb. E).
• Trek de aan blokkadepin van de kop (9) zodat de giekarm
langzaam naar de bovenste stand komt.
• Maak de blokkadehendel van de kop (14) los.
• Buig de giekarm naar links onder de gewenste hoek die op de
gradenschaal van de kophelling (34) met gebruik van de
hoekindicatie van de kophelling (35) afgelezen kan worden (afb.
E).
• Draai de blokkadehendel van de kop (14) vast.
Indien beide hoeken afgeregeld dienen te worden (in beide
oppervlaktes, horizontale en verticale), voor gecombineerd
snijden, stel altijd in de eerste volgorde de hoek van het
versteksnijden.
CONTROLE VAN DE WERKING VAN DE LASER
De laser stuurt een bundel van laserlicht die een lijn op het
materiaal aangeeft waarop het snijden gaat verlopen. De juiste
instelling van de lijn van de laserbundel werd tijdens het
productieproces afgeregeld. Toch bij precieze werkzaamheden
alvorens met het snijden te beginnen, dienen de instellingen
gecontroleerd te worden.
• Plaats de batterijen in de batterijhouder (36) (afb. F) en
verzeker u zich of de polen juist gericht zijn.
• Plaats de werktafel in de stand waarop de hoekindicatie van
de werktafel (21) met het 0° punt op de gradenschaal van de
werktafel (20) en de hoekindicatie van de kophelling (35) (afb.
E) met het 0° punt op de gradenschaal van de kophelling (34)
(afb. E) overeenkomt.
• Bevestig op de werktafel (25) een stuk van afvalmateriaal en
voer de snede uit.
• Maak de giekarm los en laat het afvalmateriaal op de werktafel
van de zaagmachine zitten.
• Plaats de schakelaar van de laser (37) in de "I" stand
(gemarkeerd).
• De ontstane lichtbundel dient evenwijdig aan de snijlijn te
verlopen.
GIEKARM
(DE
KOP)
VOOR
AFREGELEN VAN DE LASER
Het is verboden om tijdens het afregelen van de leidende
laserbundel direct op de bundel of de weerkaatsende
oppervlakte te kijken. Zet de laser uit indien het niet
gebruikt wordt.
Indien de bundel van laserlicht niet evenwijdig aan de snijlijn
verloopt:
• Draai de laser (38) zachtjes naar links of naar rechts (afb. G)
in de behuizing van de lasermodule (26) totdat de bundel
evenwijdig verloopt. Het is verboden om de lasermodule met
grote kracht laten omdraaien en met meer dan enkele graden.
• Indien de lasermodule in de dwarse lijn afgeregeld dient te
worden, maak de bevestigingsschroeven van de lasermodule
(39) los en verschuif de lasermodule naar links of naar rechts
totdat er een evenwijdige lijn tussen de laserbundel en de snijlijn
ontstaat.
Het stof dat bij het snijden ontstaat, kan het laserlicht
verduisteren, om die reden dient de lens van de laser
regelmatig gereinigd te worden.
AANZETTEN VAN DE ZAAGMACHINE
Alvorens op de hoofdschakelaar te drukken, verzeker u
zich of de zaagmachine op de juiste manier alsook volgens
de aanwijzingen van deze gebruiksaanwijzing gemonteerd
en afgeregeld werd.
De beschreven zaagmachine wordt voor de rechtshandige
mensen ontworpen.
• Druk op de blokkadeknop van de hoofdschakelaar (3).
• Druk op de hoofdschakelaar (4).
• Laat de motor van de zaagmachine met het volledige toerental
draaien.
• Druk op de hendel van de beschermer van de snijschijf (5).
• Laat de giekarm naar het te bewerken materiaal dalen.
• Maak de hendel van de beschermer van de snijschijf (5) vrij.
• Voer de snede uit.
STOPZETTEN VAN DE ZAAGMACHINE
• Maak de hoofdschakelaar (4) vrij en wacht totdat de snijschijf
met het draaien stopt.
• Schuif de giekarm vanaf het bewerkte materiaal af en laat het
naar boven gaan.
Tijdelijke vonkproductie op de borstels van de elektrische
motor vormt een normaal verschijnsel tijdens het aan- en
uitzetten van de zaagmachine. Het is verboden om de
snijschijf van de zaagmachine door de uitoefening van een
zijdelingse druk stop te zetten.
SNIJDEN MET DE ZAAGMACHINE
Bevestig het te snijden materiaal op zulke manier zodat het
de bediening van de zaagmachine niet belemmert.
Alvorens de zaagmachine aan te zetten, verschuif de kop
naar de onderste stand om zich te verzekeren dat de
zaagkop en beschermer van de snijschijf onbelemmerd
kunnen bewegen. Verzeker u zich of de beschermer van de
snijschijf naar de verste stand kan bewegen.
Alvorens met het snijden te beginnen, verzeker u zich of de
blokkadeknop van de werktafel (23) en de blokkadehendel van
de kop (14) van de zaagmachine goed vastgedraaid zijn.
• Sluit de zaagmachine op het netwerk aan.
• Verzeker u zich of de spanningskabel niet in de buurt van de
snijschijf of het onderstel van het toestel zich bevindt.
• Plaats het materiaal op de werktafel en verzeker u zich of deze
goed bevestigd is zodat het tijdens het snijden niet verschuift.
106