Het product kan worden beschadigd als het bevriest. Stel
het product niet bloot aan vorst.
1
Schakel het product uit. Zie "4.7 Vervanging van
spuitpatronen" op pagina 73.
2
Trek de stekker eruit en wikkel het snoer op de
snoerhouder.
3
Sluit de waterkraan.
LET OP! Verwijder bij gebruik van een open waterbron de
zuigslang van de open waterbron.
4
Koppel de slang los van de waterinlaat van het
product.
WAARSCHUWING! Als de waterslang na gebruik
wordt losgekoppeld kan er warm water uitlopen.
5
Houd het spuitpistool met beide handen stevig vast
om het systeem drukloos te maken. Houd de trekker
ingedrukt totdat er geen water meer stroomt.
WAARSCHUWING! Richt het spuitpistool nooit in
een richting waar de waterstraal persoonlijk letsel en/of
materiële schade kan veroorzaken.
6
Maak de spuitlans los van het spuitpistool en plaats
de spuitlans in zijn houder. Controleer of het
mondstuk van de spuitlans op de
spuitlansbescherming is gericht.
7
Koppel de hogedrukslang los van het spuitpistool en
plaats de spuitpistool in zijn houder.
WAARSCHUWING! Warm water kan naar buiten
stromen als de hogedrukslang na gebruik wordt
losgekoppeld.
8
Rol de hogedrukslang op de slanghaspel en plaats de
snelkoppeling in zijn houder.
9
Plaats het product op een vlakke en stabiele
ondergrond in een stof- en vorstvrije ruimte met een
omgevingstemperatuur van tussen de 10 en 30 °C.
BELANGRIJK! Stel het product niet bloot aan vorst.
Het product kan worden beschadigd als het bevriest.
LET OP! Berg het product indien mogelijk in de verpakking
op.
2022_001
8
Afvoer van afval
8.1 Afvoer van afval van het product
● Afgedankte producten moeten worden verwijderd in
overeenstemming met de van toepassing zijnde
voorschriften. Het product mag niet worden verbrand.
75