TOEVOEGING VAN WATER
Groenten en andere gerechten die veel water
bevatten, kunnenin het eigen sap of met toevoeging
van een weinig water wordengekookd. Daardoor
blijven vele vitaminen en mineraalstoffen inhet voedsel
behouden.
VOEDSEL MET VEL OF SCHIL
zoals worstjes, kip, kippenpootjes, ongeschilde
aardappelen, tomaten, appels, eigeel en dergelijke
met een vork of een houten staafje doorprikken.
Daardoor kan de zich vormende stoom verdwijnen,
zonder dat de vel of de schil barst.
VETTE GERECHTEN
Met vet doorregen vlees en vetlagen worden sneller
gaar dan magere delen. Dekt u deze delen daarom
bij het garen af met een stukje aluminiumfolie of legt u
het voedsel met de vette kant naar beneden.
BLANCHEREN VAN GROENTEN
Groente dient voor het invriezen te worden
geblancheerd. Zo blijven de kwaliteit en de
aromastoffen optimaal behouden.
Procedure: De groenten wassen en kleinsnijden. 250
gr. groenten met 275 ml. water in een schotel
plaatsen en toegedekt 3-5 minuten verwarmen. Na
het blancheren meteen in ijswater dompelen, om het
doorkoken te vermijden en daarna laten afdruipen.
De geblancheerde groenten luchtdicht verpakken en
invriezen.
HET INMAKEN VAN FRUIT EN GROENTEN
Het inmaken in de magnetron
gaat snel en eenvoudig. In de
handel zijn weckflessen, rubber
ringen en passende plastiek
weckflesklemmen verkrijgbaar, die
speciaal voor de magnetron
geschikt zijn. De fabrikanten geven nauwkeurige
gebruiksaanwijzingen.
KLEINE EN GROTE HOEVEELHEDEN
De tijden in uw magnetron zijn geheel afhankelijk van
de hoeveelheid van het voedsel dat u wilt ontdooien,
verwarmen of koken. Dat houdt in dat kleine porties
sneller gaar worden dan grote.
Als vuistregel geldt:
DUBBELE HOEVEELHEID = BIJNA DUBBELE TIJD
HALVE HOEVEELHEID = HALVE TIJD
DIEPE EN ONDIEPE SCHALEN
Beide schalen hebben hetzelfde volume, maar in de
diepe schaal is de kooktijd langer dan in de ondiepe.
TIPS EN ADVIES
Dus gebruikt u bij voorkeur
ondiepe schalen met een groot
oppervlak. Diepe schalen alleen
voor gerechten gebruiken, waarbij
het gevaar van overkoken bestaat,
bijv. voor noedels, rijst, melk enz.
RONDE EN OVALE SCHALEN
In ronde en ovale schotels worden gerechten
gelijkmatiger gaar dan in hoekige, omdat de
microgolf-energie zich in hoeken concentreert,
waardoor de gerechten op deze plaatsen te gaar
zouden kunnen worden.
BEDEKKEN
Door een gerecht te bedekken blijft
het vocht in het voedsel, waardoor
de kooktijd wordt verkort. Voor het
bedekken
magnetronfolie of een afdekkap
gebruiken. Gerechten die een
korstje dienen te krijgen, bijv. braadvlees of kip, niet
bedekken. Hierbij geldt de regel dat alles wat op het
conventionele fornuis wordt bedekt ook in de
magnetron dient te worden bedekt. Wat op het
fornuis open wordt gekookd, kan ook in de
magnetron open worden gekookd.
VOEDSEL VAN ONREGELMATIGE GROOTTE
met de dikkere of stevige kant naar
buiten plaatsen. Groenten (bijv.
broccoli) met de steel naar buiten
leggen. Dikkere porties hebben
een langere kooktijd nodig en
krijgen aan de buitenkant meer
microgolf-energie, zodat het voedsel gelijkmatig gaar
wordt.
ROEREN
Het roeren van de gerechten is
noodzakelijk,
microgolven eerst de buitenste
gedeelten verwarmen. Hierdoor
wordt de temperatuur waarde
overal gelijk en het voedsel wordt
gelijkmatig verwarmd.
RANGSCHIKKING
Meerdere
afzonderlijke
puddingvormpjes,
aardappelen, ringvormig op de draaitafel plaatsen.
Tussen de porties ruimte open laten, zodat de
microgolf-energie van alle kanten kan binnendringen.
47
een
deksel,
omdat
porties,
bijv.
kopjes
of
ongeschilde
de