GEFELICITEERD!
U hebt zopas de nieuwste en meest geavanceer-
de automatische zwembadreiniger gekocht.
De Navigator reiniger wordt voortbewogen door
het filtersysteem van het zwembad en werkt met
de meeste bestaande systemen. De prestaties
van de Navigator zullen dus afhangen van het
vermogen van de pomp.
Het oprollen van de slang
kan de goede werking van de
Navigator
reiniger
gedrang
Beschadigingen die te wijten
zijn aan het oprollen van de
slangen, worden niet door
onze waarborg gedekt. Berg
de elementen altijd recht op.
Opmerking: Gebruik de Navigator niet voor het
schoonmaken van het zwembad bij de eerste
ingebruikneming na de winter, behalve indien de
voorwaarden zoals omschreven in de etappes 1
en 2 vervuld zijn. Wanneer er abnormaal veel vuil
op de zwembadbodem ligt, moet het zwembad-
water eerst de verschillende etappes van de
voorbehandeling ondergaan.
Neem de Navigator altijd vast met het handvat.
Verplaats het toestel nooit door aan de slang te
trekken.
INSTALLATIE VAN DE NAVIGATOR REINIGER
Etappe 1. Maak de filter schoon of voer een back-
wash-cyclus uit, reinig de voorfilterkorf alvorens
de Navigator te installeren. Maak het toestel
regelmatig schoon, afhankelijk van de kenmerken
van uw installatie.
Etappe 2. Controleer de chemische eigenschap-
pen van het zwembadwater. Zorg ervoor dat het
chemische evenwicht in acht wordt genomen en
dat het water geen wieren bevat. Controleer het
zwembad en verwijder alle voorwerpen die de
aanzuigopening van de Navigator reiniger zouden
kunnen verstoppen, vooral grote hoeveelheden
bladeren.
Etappe 3. De installatie telt negen (9) verbinding-
sslangen van 1,2 m en een hoofdslang van 1,2 m,
voorzien van een grijs mondstuk. Steek de ver-
schillende slangelementen van de Navigator als
volgt in elkaar: steek een smal uiteinde krachtig en
met een draaibeweging in een breed uiteinde van
een ander element (zie fig. 1). Afhankelijk van de
afmetingen en de vorm van het zwembad, is het
niet altijd noodzakelijk, alle elementen te gebrui-
ken. Wel moet in ieder geval de hoofdslang wor-
den aangesloten, anders zou de Navigator niet
behoorlijk werken. Forceer de elementen niet: ze
in
het
brengen.
19
NL
moeten alleen voldoende stevig in elkaar zitten
om het ontsnappen van lucht te vermijden. Door
het uiteinde van de slangen nat te maken, kunnen
ze gemakkelijker in elkaar worden geschoven.
Etappe 4. De totale lengte van de slang moet
gelijk zijn aan de afstand tussen de skimmer en
het verste punt van het zwembad, plus 2 extra-
elementen voor de diepte. Deze extra-elementen
zijn absoluut noodzakelijk om een goede werking
van de Navigator te verzekeren. Vormt het basis-
pakket een slang die niet lang genoeg is voor uw
zwembad, bestel dan extra-elementen bij uw dea-
ler. Na het monteren van een slang die voldoen-
de lang is, de bladvanger en de onderdrukmeter
V096 aanbrengen tussen het element dat op de
skimmer is aangesloten en het volgende element.
De onderdrukmeter dient om het waterdebiet te
meten bij het inschakelen van de Navigator (zie
fig. 2).
Etappe 5. Controleer of de afstelknop aan de
achterkant wel degelijk op de stand II, d.w z. de
tussenstand, staat (zie fig. 3). Dompel de
Navigator onder in het zwembadwater om de
lucht die de reiniger bevat, te verwijderen. Zodra
er geen lucht meer ontsnapt, kan de hoofdslang
worden aangesloten. De hoofdslang is voorzien
van een grijs mondstuk en een rode, te verwijde-
ren sticker. Sluit het grijs mondstuk aan op de
Navigator reiniger (zie fig. 4) en dompel de slang
onder om de lucht te laten ontsnappen, net zoals
bij een manueel reinigingssysteem.
In geen geval het water dat mit de terugbuis komt
gebruiken, on de darm van de Navigator te vullen.
Wanneer men di wel doet, loopt men het risiko,
dat er lucht in de kop van de reiniger komt, waar-
deer men de perkektie vermindert.
Etappe 6. Schakel het filtersysteem van het zwem-
bad uit, sluit de slang op de skimmer aan (zie fig.
5, 6 en 7). Fig. 5 geeft aan hoe de slang moet wor-
den aangesloten op de skimmer met aanzuiging
onderaan, met behulp van een verloopstuk
AEXV093BP. Op fig. 6 wordt aangegeven hoe de
verbinding tot stand moet worden gebracht wan-
neer de aanzuiging via de zij- of achterkant gebeurt
; in dat geval moet een knievormig verloopstuk
(AEXV151) worden gebruikt, dat u bij uw dealer
kunt bestellen. De slang mag zonder onderscheid
door het kijkgat of het deksel van de skimmer wor-
den aangesloten. Op fig. 7 wordt aangegeven hoe
de slang moet worden aangesloten wanneer de
skimmer voorzien is van een directe aanzuiging in
het zwembad. Het verloopstuk AEXV093BP wordt
aangesloten op het aansluitingsstuk dat bij de
skimmer geleverd wordt voor het gebruik van een
manueel reinigingssysteem. Om de goede werking
van de Navigator te verzekeren is het verder nood-
zakelijk het deksel van de voorfilter te gebruiken
die bij de skimmer geleverd wordt. Is het deksel
niet hermetisch gesloten, neem dan contact op met
uw dealer om na te gaan of een extra-accessoire
noodzakelijk is.