6. Bedienungselemente
1 Messspitze +
6
2 Messspitze –
3 „REL"-Taste
4 „FUNC."-Taste
5 Anzeige
6 Batteriefach
5
4
3
2
1
7. Anzeige
A
B
H
A Anzeige für die Widerstandsmessung
B Anzeige für die Kapazitätsmessung
C Anzeige für die Diodenprüfung
D Batteriewechselsymbol
E Anzeige für den Relativmessmodus
F Messeinheit der elektrischen Kapazität (nF/ μF)
G Messeinheit des elektrischen Widerstandes (MΩ/ kΩ/ Ω)
H Messwert
6
C
D
E F
G
8. Batterij plaatsen
Controleer de correcte polariteit bij het invoeren
van de batterijen. Verwijder de batterijen, indien het
toestel voor een langere periode niet zal gebruikt
worden om schade door lekkende batterijen te
vermijden. Lekkende of beschadigde batterijen
kunnen leiden tot chemische brandwonden bij
het in contact komen met uw huid, daarom moet
u beschermende handschoenen gebruiken als u
ze behandelt.
Houd batterijen uit de buurt van kinderen. Laat
batterijen niet rondslingeren, omdat kinderen of
huisdieren in gevaar kunnen komen door ze in te
slikken.
Vervang alle batterijen op hetzelfde moment.
Het gelijktijdig gebruik van oude en nieuwe
batterijen kan leiden tot lekkage en schade aan
het apparaat.
Zorg dat batterijen niet uit elkaar gehaald,
kortgesloten of in het vuur geworpen worden.
Herlaad niet-oplaadbare batterijen nooit. Dit levert
explosiegevaar op!
Vervang de batterij wanneer het symbool van een lege batterij,
op het display verschijnt.
1.
Koppel de meter los van het meetpunten en schakel de meter
uit.
2.
Schuif het afdekklepje van het batterijvak aan de onderkant van
de tester open en verwijder deze.
3.
Plaats twee LR44 knoopcellen in het batterijvak (6), waarbij
rekening met de juiste polariteit moet worden gehouden ("+" =
positief). De positieve pool van de knoopcellen moet naar buiten
wijzen.
4.
Sluit het batterijvak (6) daarna weer.
9. Werking
Koppel de meter los van het meetcircuit voordat
de meetfunctie wordt ingeschakeld.
Koppel het circuit los van zijn voedingsbron
en ontlaadt alle condensatoren voordat u gaat
meten.
Raak de kathode- of anodepunt tijdens het meten
niet aan.
1.
Druk op de "FUNC."-knop (4) om de meter in te schakelen.
2.
Druk op de "FUNC."-knop (4) om tussen de drie beschikbare
functies, t.w. weerstand, capaciteit en diodemeting te kiezen.
3.
Druk nogmaals op de "FUNC."-knop (4) en houdt deze 4 sec
ingedrukt om de meter uit te schakelen.
4.
Druk op de "REL"-knop (3) om de relatieve meetmodus te
activeren/deactiveren. Het "REL"-symbool verschijnt op het
display wanneer de functie is ingeschakeld.
5.
Indien gedurende 15 min geen enkele toets wordt ingedrukt,
wordt de meter automatisch uitgeschakeld.
,
31