6
Informatie voor de installateur
Elektrische aansluiting
De bedieningseenheid wordt via de BUS-kabel met energie gevoed.
▶ Minimale afstand (100 mm) tussen de afzonderlijke BUS-deelnemers respecteren.
▶ Minimaal kabels van het type H05 VV-... gebruiken. (NYM-J...) gebruiken.
▶ Bij externe inductieve invloeden (bijvoorbeeld van fotovoltaïsche installaties)
kabel afgeschermd uitvoeren (bijvoorbeeld LiYCY) en afscherming eenzijdig aar-
den. Afscherming op de huisaarde aansluiten, bijvoorbeeld op een vrije randaar-
de of waterleiding.
▶ Laagspanningskabels gescheiden van netspanningskabels installeren (minimale
afstand 100 mm).
▶ Bij verschillende aderdiameters een verdeeldoos voor de verbinding van de
BUS-deelnemers gebruiken.
Maximale totale lengte van de BUS-verbindingen:
≤ 100 m met aderdiameter = 0,50 mm
•
≤ 300 m met aderdiameter = 1,50 mm
•
▶ BUS-verbinding maken ( afb. 4, pagina 77)
6.2
In bedrijf nemen
De volgende tabellen geven de eerste inbedrijfstelling weer of de inbedrijfstelling van
de bedieningseenheid na een reset.
Installaties met een cv-circuit (verwarmingsregelaar)
▶ Installatie inschakelen / reset RC100.
Er zijn geen andere instellingen nodig. De kamertemperatuur
wordt getoond.
Installaties met meerdere cv-circuits zonder master-bedieningseenheid
(zoneregelaar met zonemodule)
1. Installatie inschakelen / reset RC100.
2. A.1 = SC instellen en bevestigen.
3. CV-circuit (HC = 1...4) kiezen en bevestigen.
34
2
2
RC100 – 6 720 809 866 (2014/03)
°C
°F
°C
°F
°C
°F
°C
°F
°C
°F
°C
°F