Aanwijzingen voor het spannen van de ketting:
De zaagketting moet correct gespannen zijn om een
veilige werking te garanderen. De zaagketting is juist
gespannen als deze in het midden van het zaagblad
ongeveer 2 mm opgetild kan worden. Tijdens het za-
gen neemt de temperatuur van de zaagketting toe,
waardoor de lengte verandert. Controleer tenminste
elke 10 minuten de kettingspanning en pas deze zo
nodig aan. Dit geldt in het bijzonder voor nieuwe zaag-
kettingen. Haal na afloop van het werk de spanning
van de zaagketting, aangezien de ketting bij het af-
koelen korter zal worden. Zo helpt u schade aan de
ketting te voorkomen.
9. Benzine bijvullen
m Gevaar voor letsel! Benzine is explosief!
Motor uitschakelen en laten afkoelen!
Draag veiligheidshandschoenen!
Huid- en oogcontact vermijden!
Neem beslist het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies" in
acht.
• Gebruik het apparaat uitsluitend in de buitenlucht of
in goed geventileerde ruimtes.
• Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontrei-
nigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
• Schud de tank met het brandstofmengsel vóór het
vullen.
• Open voorzichtig het tankdeksel (B) zodat eventue-
le overdruk kan ontsnappen. Afb. 26
• Vul voorzichtig het brandstofmengsel bij tot aan de
onderkant van de vulpijp.
• Sluit het tankdeksel (B) weer. Controleer of de
tankdop goed is afgesloten.
• Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
• Controleer de tank en de brandstofleidingen op
lekkage.
• Neem minimaal drie meter van de plek waar u
brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.
Benzine aftappen afb. 43
Leeg de tank uitsluitend in de buitenlucht of in goed
geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brand-
stof of kettingolie in de grond wegloopt (milieube-
scherming). Gebruik een geschikte ondergrond.
• Houd een opvangbak onder de aftapplug voor de
benzine.
• Schroef de tankdop los en verwijder deze.
• Tap het benzine/oliemengsel volledig af.
• Schroef de tankdop met de hand weer vast.
10. Apparaat starten
Start het apparaat niet, voordat u deze volledig heeft
gemonteerd.
m Gevaar voor letsel!
Start het benzine-combi-apparaat alleen als het
aanbouwapparaat is aangesloten! Verwijder de
overeenkomstige transportbescherming en in-
specteer het apparaat op een goede bedrijfs-
toestand. Gebruik nooit een beschadigd, slecht
afgesteld of onderhouden apparaat of een appa-
raat dat niet volledig en veilig is gemonteerd.
Voor gebruik controleren!
• Controleer of het apparaat zich in een veilige toe-
stand bevindt:
• Controleer het apparaat op lekken.
• Controleer het apparaat op zichtbare schade.
• Controleer of alle onderdelen van het apparaat
goed zijn aangebracht.
• Controleer of alle veiligheidsvoorzieningen zich in
goede staat bevinden.
Starten afb. 60, 26 - 30
Zodra het apparaat conform de voorschriften is ge-
monteerd, start u de motor als volgt:
1.
Druk de motorschakelaar in de Aan-positie. Afb.
27
2.
Zet de choke-hendel op de
3.
Druk de benzinepomp niet meer dan 5 keer in.
Afb. 26
4.
Trek 3 tot 5 keer aan de greep van de starterkoord
(9) om de motor te starten. Afb. 28
LET OP! Nooit een voet op de schacht zetten of
erop knielen.
5.
Als de motor draait, moet u even wachten en ver-
volgens de chokehendel in de juiste stand zetten.
Afb. 29
6.
Voor het starten van de snij-inrichting bedient
u met uw hand de vrijgavehendel (8) en met uw
vingers de gashendel (11). Hoe verder u de ga-
shendel indrukt, hoe hoger het toerental van de
motor. Bij het loslaten van de gashendel gaat de
motor weer stationair lopen en stopt het snijge-
reedschap. Afb. 30 Het snijgereedschap mag bij
stationair bedrijf niet meedraaien of bewegen!
7.
Als er problemen optreden, schakelt u de motor-
schakelaar (7) direct op "0" zodat de motor stopt.
Let op, de snij-inrichting kan nog enkele seconden
verder draaien. Afb. 30
www.scheppach.com
positie. Afb. 27
NL | 117