4. Laat de snelheid van het gereedschap stabiliseren voordat u het wiel
aanraakt.
5. Breng het werkstuk voorzichtig en zonder schokken in de slijpschijf. Als
het gereedschap vastloopt, oefen dan minder druk uit of verhoog de
snelheid van de slijpschijf.
6. Om een gladder oppervlak te creëren, moet u het werkstuk over de
slijpschijf blijven bewegen.
7. Bij het slijpen van snelstaal, zoals boor- en gereedschapspunten, moet
hoge temperaturen worden vermeden, omdat dit de hardheid van het staal
kan beïnvloeden.
8. Bij kleine werkstukken zoals boortjes of beitels, moet u voorkomen dat u
onder een grote hoek druk uitoefent op de slijpschijf, omdat dit ertoe kan
leiden dat het werkstuk vast komt te zitten tussen de gereedschapshouder
en de slijpschijf.
WAARSCHUWING! Pas de afstand tussen het wiel en de werksteun aan
om een scheiding van 0,125 inch (3,27 mm) of minder te behouden,
aangezien de diameter van het wiel door gebruik afneemt.
9. Om het apparaat UIT te schakelen, zet u de aan/uit-schakelaar in de
UIT-stand.
10. Om ongelukken te voorkomen, dient u het gereedschap na gebruik uit
te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Laat de
slijpmachine niet onbeheerd draaien. Maak het gereedschap schoon en
berg het vervolgens binnen op, buiten het bereik van kinderen.
Figure G
!WARNING: Do not
use worn down grind
wheels. Replace
grinding wheel if
diameter is less than
2-1/8"(54mm).
- 17 -