• Het reservoir (2) is niet geschikt om vloeistoffen in te
bewaren.
Maak het reservoir (2) na het nat-zuigen leeg (zie
11.1.1).
1. Verwijder de papieren filterzak (14) uit het reservoir
(2) (zie 8.3.1).
2. Breng de schuimstoffilter (15) aan (zie 8.3.2).
3. Sluit de slangkoppeling (9a) aan op de zuigaansluiting
(4) (zie 8.4.1).
4. Breng de zuigbuis (11) aan op de handgreep (10) (zie
8.7).
Vloerzuigen:
Sluit de zuigbuis (11) en een van de mondstukken
(12/13) aan.
Zuigen op tafelhoogte of in krappe ruimtes:
Sluit geen of een zuigbuis (11) en een van de
mondstukken (12/13) aan.
5. Houd de zuigslang (9) op de handgreep (10) vast.
6. Schakel het product in (zie 9.1).
7. Zuig het te reinigen bereik.
8. Schakel het product uit (zie 9.1).
9. Reinig het product (zie 11.1).
10.2
Blaasfunctie
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Als u de luchtstroom op mensen, dieren of voorwerpen
richt, kan dit leiden tot letsel en schade.
– Richt de luchtstroom van u af.
– Richt de luchtstroom nooit op andere mensen, die-
ren of voorwerpen.
– Blaas geen harde voorwerpen zoals stenen of tak-
ken weg.
1. Plaats de papieren filterzak (14) in het reservoir (2)
(zie 8.3.1).
2. Breng de schuimstoffilter (15) aan (zie 8.3.2).
3. Breng de slangkoppeling (9a) aan op de blaasaanslui-
ting (7) (zie 8.4.2).
Sluit indien nodig een mondstuk (12/13) aan (zie
8.8.1).
4. Houd de zuigslang (9) op de handgreep (10) vast.
5. Schakel het product in (zie 9.1).
6. Blaas een oppervlak of voorwerp af.
7. Schakel het product uit (zie 9.1).
8. Sluit de zuigslang (9) aan op de zuigaansluiting (4)
(zie 8.4.1).
11 Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamhe-
den, die niet in deze gebruikshandleiding be-
schreven staan, uitvoeren door onze gespeci-
aliseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend ori-
ginele reserveonderdelen.
48 | NL
WAARSCHUWING
Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan
letsel veroorzaken!
WAARSCHUWING
Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerk-
zaamheden kan het product onverwacht starten en
letsel en brandwonden veroorzaken.
– Schakel het product uit.
– Trek de voedingsstekker uit het contact.
– Laat het product afkoelen.
11.1
Reiniging
1. Dompel het product om te reinigen nooit onder in wa-
ter of andere vloeistoffen.
2. Spuit het product nooit af met water.
3. Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleu-
ven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk
zijn. Wrijf het product met een schone doek af en
blaas deze met perslucht bij lage druk uit. Wij advise-
ren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
4. Ventilatieopeningen moeten altijd vrij zijn.
5. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen;
deze kunnen de kunststofonderdelen van het product
aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het pro-
duct kan komen.
* = niet altijd meegeleverd!
11.1.1
WAARSCHUWING
Leeg en reinig het product voor en na ge-
bruik om te voorkomen dat zich in het pro-
duct materialen ophopen die brandgevaar
kunnen opleveren.
1. Verwijder de reservoirdeksel (5) van het reservoir (2)
zoals onder 8.1 beschreven.
2. Maak het reservoir (2) leeg.
11.1.2
Reinig het schuimstoffilter (15) als de zuigkracht afneemt.
Aanwijzing:
Voordat u het filter weer inbouwt, controleert u of deze
droog is.
1. Haal alle mondstukken (12/13), zuigbuizen (11) en de
zuigslang (9) uit de houder (5a).
2. Haal het reservoirdeksel (5) los zoals beschreven on-
der 8.1.
3. Draai het reservoirdeksel (5) om.
4. Trek het schuimstoffilter (15) van de filterkorf (8) af.
5. Verwijder het stof op het schuimstoffilter (15) door de-
ze uit te schudden of eventueel uit te spoelen.
6. Laat het schuimstoffilter (15) aan de lucht drogen,
voordat u het weer bevestigt en opnieuw gebruikt.
www.scheppach.com
Reservoir (2) leegmaken (afb. 3)
Het schuimstoffilter (15) reinigen
(afb. 6)