Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Meec tools 014167 Bedienungsanleitung Seite 77

Farbsprühgerät
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 48
MATERIAAL DAT NIET KAN WORDEN
GESPOTEN
Emulsieverven, zure of basische verven.
Materiaal met een vlampunt lager dan 21 °C.
VOORBEREIDING
Controleer of de netspanning overeenkomt
met de nominale spanning op het typeplaatje.
Schroef het reservoir van het spuitpistool.
Roer de vloeistof door en giet de
gewenste hoeveelheid in het reservoir.
Als de materiaalstroom te weinig is,
verdun 5-10 % in kleine stappen totdat de
materiaalstroom voldoende is.
Als de zuigslang correct is geplaatst, kan
er worden gespoten totdat het reservoir
bijna helemaal leeg is. Stel de slang zo af
dat deze het laagste punt in het reservoir
bereikt.
Bij neerwaarts spuiten moet de
aanzuigslang naar voren gericht
zijn (A).
Bij opwaarts spuiten moet de
aanzuigslang naar achteren gericht
zijn (B).
AFB. 2
Schroef het reservoir stevig op het
spuitpistool.
Zet het product alleen neer op een vlakke,
schone ondergrond, anders kan het
omvallen.
Pas de materiaalstroom op het
spuitpistool aan.
SPUITINSTELLINGEN
Er zijn drie verschillende spuitinstellingen voor
verschillende toepassingen.
AFB. 3
A = horizontale, platte straal
B = ronde straal
C = verticale, smalle straal
De verschillende spuitpatronen zijn op het
voorste deel van het spuitpistool gemarkeerd.
Draai zo dat de pijl voor het gewenste
spuitpatroon zich in het midden van het
uitstekende deel aan de voorkant bevindt.
SPUITPATROON INSTELLEN
Draai de borgring (2) iets los, draai het
luchtmondstuk (1) naar de markering voor het
gewenste spuitpatroon.
AFB. 4
WAARSCHUWING!
Gevaar voor persoonlijk letsel. Raak de
trekker nooit aan tijdens het aanpassen van
de luchtstroominstelling.
INSTELLEN VAN MATERIAALSTROOM
Stel de materiaalstroom in met de knop op de
handgreepvergrendeling op het spuitpistool.
- naar beneden = kleinere materiaalstroom
+ naar boven = grotere materiaalstroom
AFB. 5
SPUITTECHNIEK
Het te verven oppervlak moet vrij zijn van
stof, vuil en vet.
Plak oppervlakken die niet moeten
worden geverfd af.
Plak schroefdraden en dergelijke op het te
schilderen object af.
Gebruik een stuk karton of iets dergelijks
om uit te proberen. Begin met spuiten
buiten het te schilderen gebied en vermijd
onderbrekingen binnen dit gebied.
Goed (A). Houd het spuitpistool op
een gelijkmatige afstand (10-30 cm)
van het te spuiten object.
Fout (B). Oneffen materiaallaag of
overmatige beneveling.
AFB. 6
NL
77
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis