■
niet op personen en richt met name de
luchtstraal niet op ogen en oren.
■
veilig en stabiel staat, vooral op hellin-
handen vast en werk alleen met een
correct ingestelde draagriem.
Strek uw lichaam niet te ver uit en pas
■
op dat u uw evenwicht niet verliest.
Werk niet met het apparaat als u moe
■
of ongeconcentreerd bent of na gebruik
■
de doorbloeding van de handen ver-
stoord raken. U kunt echter langer met
het apparaat werken als u geschikte
handschoenen draagt of regelmatig een
■
weersomstandigheden, vooral als er kans
licht of goede kunstmatige verlichting.
■
cu's uit het apparaat. Controleer of alle
als u het apparaat niet gebruikt, het
–
laat;
voordat u een verstopping of verstop-
–
te kanalen verhelpt;
voordat u het apparaat controleert,
–
aan uitvoert;
na contact met een vreemd voorwerp
–
■
dere ophopingen om schade of brand te
voorkomen.
■
stroombron actief is.
|
NL / BE
Gebruik het apparaat niet in gesloten of
■
slecht geventileerde ruimtes.
Gebruik het apparaat niet in de buurt
■
Houdt u hier geen rekening mee, dan
■
het gebruik. Lees voor het verhelpen
van storingen het hoofdstuk "Problemen
oplossen" of neem contact op met ons
servicecentrum.
Loop stapvoets, ren niet.
■
-
Pas op dat u uw evenwicht niet verliest
■
staat. Voorkom een abnormale lichaams-
houding.
■
nooit hoger dan het niveau van de basis
van het apparaat.
■
de accu's als het apparaat verstopt raakt
voordat u het van vuil ontdoet.
-
Gebruik het apparaat nooit met defecte
■
-
■
stroombron actief is.
Zorg ervoor dat u geen bewegende, ge-
■
het apparaat is losgekoppeld van de
gekomen.
■
het gebruik. Behandel verwondingen
adequaat of raadpleeg een arts.
-
-
-