■
een sproeier om blootstelling aan stof te
verminderen.
Werk niet met een beschadigd, onvolle-
■
kant omgebouwd apparaat. Controleer
het apparaat voor gebruik op veiligheid,
vooral de aan-uitknop.
Gebruik het apparaat uitsluitend als het
■
Gebruik het apparaat nooit met
■
Houd er rekening mee dat de bediener
■
ongelukken of gevaren voor andere per-
sonen of hun eigendommen.
■
dassen.
Bedien het apparaat in een aanbevolen
■
positie en alleen op een stevige, vlakke
ondergrond.
Gebruik het apparaat niet op een ver-
■
hard oppervlak of grindoppervlak waar
het uitgeworpen materiaal letsel kan
■
inspectie uit om te controleren of be-
om het evenwicht te behouden. Vervang
beschadigde of onleesbare opschriften.
Controleer of de toevoer leeg is voordat
■
u het apparaat start.
■
van de invoeropening.
-
■
dere lichaamsdelen of kleding in de toe-
voer, in het uitwerpkanaal of in de buurt
van bewegende onderdelen bevinden.
■
-
■
het apparaat goed op dat er geen stuk-
apparaat terechtkomen.
■
uit en wacht tot het apparaat niet meer
-
raat ongewone geluiden maakt of begint
volgende stappen uit voordat u het ap-
inspecteer op schade;
–
-
vervang of repareer beschadigde
-
–
onderdelen;
controleer op losse onderdelen en
–
Voorkom dat het verwerkte materiaal
■
dit een correcte uitworp kan verhinderen
teruggaat via de invoeropening.
Voorkom een abnormale lichaamshou-
■
gen. Loop gewoon, niet rennen.
-
Gebruik
Schakel het apparaat niet in als het om-
■
de werkpositie bevindt.
Voorkom onbedoelde inschakeling. Con-
■
troleer of het apparaat is uitgeschakeld
het dragen van het apparaat uw vinger
op de aan-uitknop houdt, kan dit tot
ongelukken leiden.
-
-
-
-
-
|
NL / BE