10.2 De buitensensor koppelen aan het weerstation
1. Schuif het batterijvakklepje (15) naar beneden om het batterijvak van de buiten-
sensor te openen.
2. Plaats de batterijen volgens de juiste polariteit (+ en –) in het batterijvak.
3. Druk een of meerdere keren op de knop +/CH (8) om het sensorkanaal op het
weerstation in te stellen:
Druk op de
knop +/CH
1x
2x
3x
4x
De verbindingsmodus blijft 3 minuten actief nadat het basisstation is ingescha-
keld. Dit wordt aangegeven door een knipperend antennesymbool.
4. Schuif de radiokanaalschakelaar (14) zodat deze overeenkomt met het kanaal
van het weerstation.
5. Bevestig het batterijvakklepje (15) om het batterijvak te sluiten.
6. De buitensensor maakt verbinding met het weerstation.
Houd de knop +/CH (8) ongeveer 3 seconden ingedrukt om alle gegevens
van de buitensensoren te wissen en de signaalzoekactie opnieuw te starten.
10.3 Het weerstation opzetten of monteren
Hang het weerstation op aan een haak, spijker of schroef aan de muur met
behulp van de opening voor wandmontage (3) aan de achterkant.
Met behulp van de uitklapbare tafelstandaard (5) kan het weerstation ook op
een horizontaal, stabiel en voldoende groot oppervlak worden geplaatst.
Sensorkanaal
Kanaal 1
Kanaal 2
Kanaal 3
Activeer de automatische kanaalom-
schakeling.
Display toont
91