10 Gebruik
Voor nauwkeurige metingen is het van cruciaal belang dat het weerstation en de
buitensensor correct worden geplaatst.
Belangrijk:
Het weerstation en de buitensensor moeten op een afstand van minimaal
1,5 tot 2 meter van elektrische apparatuur worden geplaatst om radio-in-
terferentie te voorkomen.
De buitensensor is beschermd tegen stof en spatwater (IP54). De buiten-
sensor kan daarom op een plaats worden geïnstalleerd die blootgesteld
is aan regen.
Zorg ervoor dat het weerstation en de buitensensor niet in de buurt van
grote metalen voorwerpen, dikke muren, metalen oppervlakken en derge-
lijke worden geplaatst, om het bereik te vergroten.
Vermijd het gebruik van andere elektrische apparaten die dezelfde ra-
diofrequentie gebruiken.
10.1 Het weerstation van stroom voorzien
Het weerstation kan worden gebruikt via batterijen of via een adapter (11).
U kunt het product op de voeding aansluiten terwijl de batterijen in het bat-
terijvak zitten.
Werking op batterijen
1. Schuif het batterijvakklepje (4) naar beneden om het batterijvak te openen.
2. Plaats de batterijen volgens de juiste polariteit (+ en –) in het batterijvak. Het
weerstation zendt een signaal uit.
3. Bevestig het batterijvakklepje (4) om het batterijvak te sluiten.
Werking op netvoeding
1. Sluit de adapter (11) aan op de netvoeding (6) van het weerstation.
2. Sluit de adapter (11) aan op de netvoeding.
90