Invacare® Comet®-serie
Richtingaanwijzers in- en uitschakelen
1. Druk op de knop van de linker- of
rechterrichtingaanwijzer.
Het betreffende knipperlicht wordt in- of
uitgeschakeld.
Wanneer het knipperlicht wordt ingeschakeld, gaan het
ledlampje naast de knop en het symbool voor het knipperlicht
op het lcd-scherm (indien aanwezig) branden. Volgens de
installatie klinkt een akoestisch signaal. Het knipperlicht
schakelt na 30 seconden automatisch uit.
Gevarenlichten in- en uitschakelen
1. Druk op de knop voor de gevarenlichten.
De gevarenlichten worden in- of uitgeschakeld.
Wanneer de gevarenlichten worden ingeschakeld, gaan de
ledlampjes naast de knipperlichtknoppen en het symbool voor
de gevarenlichten op het lcd-scherm (indien aanwezig)
branden. Volgens de installatie klinkt een akoestisch signaal.
De claxon gebruiken
1. Druk op de claxonknop.
Er klinkt een akoestisch signaal.
De lage-snelheidsmodus in- en uitschakelen
Uw scooter is voorzien van een lage-snelheidsmodus. Met deze functie
wordt de snelheid van de scooter verlaagd.
1. Druk op de knop Lage snelheid.
De lage-snelheidsmodus wordt in- of uitgeschakeld.
Wanneer de lage-snelheidsmodus wordt ingeschakeld, gaan
het ledlampje naast de knop en het symbool voor lage snelheid
op het lcd-scherm (indien aanwezig) branden.
Curve control in- en uitschakelen
Als uw scooter is voorzien van een automatische bochtbediening,
wordt deze standaard geactiveerd wanneer de scooter wordt inges-
chakeld. Deze functie verlaagt de snelheid van de scooter zodra u een
bocht ingaat. Deze functie is vooral bedoeld voor onervaren gebruikers
die zich mogelijk onzeker voelen over het dynamische rijgedrag van de
scooter in bochten. Als u echter een ervaren gebruiker bent, kunt u
deze functie uitschakelen. De laatste instelling wordt opgeslagen.
U moet zich realiseren dat het uitschakelen van deze functie
zal leiden tot een ander dynamisch rijgedrag. Wees voorzichtig
bij het nemen van een bocht.
Curve control uitschakelen
1. Houd de Curve control-knop vijf seconden lang
ingedrukt.
Het ledlampje naast de knop en het Curve control-symbool op
het lcd-scherm (indien aanwezig) gaan branden.
Bochtbediening is uitgeschakeld.
Curve control inschakelen
1. Druk op de Curve control-knop.
Het ledlampje naast de knop en het Curve control-symbool op
het lcd-scherm (indien aanwezig) gaan uit. Bochtbediening is
ingeschakeld.
Schakelen tussen modi (alleen lcd-paneel)
Op het lcd-statusscherm kunt u schakelen tussen vier verschillende
modi.
ODO-modus: geeft de totale afstand weer die door de scooter is
l
afgelegd.
TRIP-modus: geeft de afstand weer die is afgelegd sinds de
l
laatste reset.
TEMP-modus: geeft de omgevingstemperatuur weer.
l
TIME-modus: geeft de tijd weer.
l
1. Druk op de instellingenknop om tussen de modi op het
scherm te schakelen.
Voor meer informatie over het aanpassen van de modi raadpleegt u
5.6.2 Het lcd-paneel aanpassen, pagina 70.
72
6.6 De scootmobiel met de hand duwen
VOORZICHTIG!
Gevaar voor lichamelijk letsel
Tijdens het duwen van de scootmobiel kan de rugleuning
onverwacht naar voren klappen.
— Duw de scootmobiel niet vooruit aan de rugleuning.
De motoren van de scootmobiel zijn uitgerust met een automatisch
remsysteem waarmee kan worden voorkomen dat de scootmobiel
onbedoeld begint te rijden terwijl de stroomvoorziening is
uitgeschakeld. Bij het duwen van de scootmobiel moeten de
magnetische remmen worden ontkoppeld.
6.6.1 De motor ontkoppelen en weer inschakelen
VOORZICHTIG!
Risico dat de scootmobiel wegrolt
— Als de motoren zijn ontkoppeld (voor duwen in
vrijloop), zijn de elektromagnetische motorremmen
uitgeschakeld. Als de scootmobiel is geparkeerd,
moeten de hendels voor het koppelen en ontkoppelen
van de motoren goed in de "DRIVE" positie
(elektromagnetische motorremmen ingeschakeld)
worden vergrendeld.
De motoren mogen alleen door een begeleider worden
ontkoppeld, niet door de gebruiker. Dit zorgt ervoor dat de
motoren alleen kunnen worden ontkoppeld als er een
begeleider aanwezig is om de scooter te vergrendelen om
onbedoeld wegrollen te vermijden.
De hendel voor het koppelen en ontkoppelen bevindt zich
rechtsachter. Voor uitleg van de symbolen, zie 3.6 Labels op de
scootmobiel, pagina 64.
Ontkoppelen
1. Zet de scooter uit
(sleutelschakelaar).
2. Druk op de ontgrendelingsknop
op de ontkoppelingshendel A.
3. Duw de ontkoppelingshendel
naar voren.
De motor is nu ontkoppeld.
Koppelen
1. Trek de hendel naar achteren.
De motor is nu gekoppeld.
6.7 Parkeren en stilstaan
Als u uw voertuig parkeert of het gedurende een langere periode
zonder toezicht laat staan:
1. Zorg ervoor dat de scooter vastzit en dat de magnetische rem
geactiveerd is om te voorkomen dat hij wegrijdt. Voor meer
informatie raadpleegt u 6.6.1 De motor ontkoppelen en weer
inschakelen, pagina 72.
2. Zet met de sleutel de stroomvoorziening uit en verwijder deze uit
het sleutelgat.
7 Bedieningssysteem
7.1 Beveiligingssysteem van elektronica
De elektronica van de scootmobiel is voorzien van een beveiliging
tegen overbelasting.
Als de scooter gedurende een lange periode wordt overbelast
(bijvoorbeeld wanneer u een steile helling oprijdt), en vooral bij een
hoge omgevingstemperatuur, kan het elektronische systeem
oververhit raken.
A
1675762-C