Zorg er voor elke rit voor dat:
Alle bedieningsconsoles binnen handbereik zijn.
l
de accu voldoende is opgeladen voor de afstand die u wilt
l
afleggen;
de bekkengordel (als deze is geïnstalleerd) perfect in orde is en
l
de achteruitkijkspiegel (indien geïnstalleerd) op de juiste wijze is
l
afgesteld, zodat u altijd achteruit kunt kijken zonder voorover te
buigen of uw zithouding aan te passen.
6.3 Obstakels
6.3.1 Maximale obstakelhoogte
De maximale obstakelhoogte bedraagt:
100 mm
l
Voor meer informatie raadpleegt u 12.1 Technische specificaties,
pagina 80.
6.3.2 Veiligheidsinformatie als u obstakels oprijdt
WAARSCHUWING!
Risico op kantelen
— Nader obstakels nooit diagonaal, maar altijd in een
rechte hoek zoals hieronder wordt aangegeven.
— Zet de rugleuning altijd rechtop voordat u een obstakel
oprijdt.
6.3.3 De juiste manier om obstakels te nemen
Goed
Oprijden
1. Benader de stoeprand of het obstakel langzaam frontaal.
Verhoog de snelheid kort voordat de voorwielen de hindernis
raken en verlaag de snelheid pas nadat de achterwielen ook over
de hindernis zijn geklommen.
Afrijden
1. Benader de stoeprand of het obstakel langzaam frontaal.
Verminder snelheid voordat de voorwielen het obstakel raken en
houd deze aan totdat ook de achterwielen van het obstakel zijn
afgekomen.
6.4 Hellingen op- en afrijden
het nominale hellingspercentage is 10° (17,6%). Voor informatie over
het nominale hellingspercentage raadpleegt u 12.1 Technische
specificaties, pagina 80.
WAARSCHUWING!
Risico op kantelen
— Rijd nooit met meer dan 2/3 van de maximumsnelheid
bergafwaarts.
— Vermijd plotseling remmen of versnellen op hellingen.
— Rijd indien mogelijk niet op natte, gladde, bevroren of
olieachtige oppervlakken (zoals sneeuw, grind, ijs
enzovoort) waar de kans bestaat dat u de controle over
het voertuig verliest, vooral op een helling. Dit kan ook
het geval zijn op geverfde of anderszins behandelde
houten oppervlakken. Rijd zeer langzaam en uitermate
voorzichtig als u dit soort oppervlakken niet kunt
vermijden.
— Stap niet uit uw scootmobiel als u zich op een hellend
vlak of op een helling bevindt.
— Volg de straat of het pad waarop u rijdt altijd in een
rechte lijn in plaats van zigzaggend te rijden.
— Draai nooit om op een hellend vlak of een helling.
1675762-C
6.5 De scootmobiel gebruiken
1. Schakel de voeding in (sleutelschakelaar).
2. Stel de gewenste snelheid in met de snelheidsregelaar.
3. Trek de rechterrijhendel voorzichtig naar u toe om vooruit te
4. Trek de linkerrijhendel voorzichtig naar u toe om achteruit te
Fout
6.5.1 Gebruik op de openbare weg
Op de wielen kan de opmerking Not For Highway Use (Niet voor
gebruik op de weg) staan. De scootmobiel kan echter worden gebruikt
op alle verkeerswegen waarvoor hij is goedgekeurd in
overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving.
6.5.2 Gebruik van het bedieningspaneel
Verlichting aan- en uitzetten
1. Druk op de verlichtingsknop.
VOORZICHTIG!
De remweg is heuvelafwaarts veel langer dan op een
gelijkmatig terrein
— Rijd nooit een helling af die de nominale helling
overschrijdt (raadpleeg 12.1 Technische specificaties,
pagina 80).
WAARSCHUWING!
Letselrisico door onbedoeld wegrollen van het
voertuig
Wanneer u het voertuig stilzet, moet de rijhendel
terugkeren naar de middelste stand om de
elektromagnetische rem te activeren. Als de rijhendel niet
kan terugkeren naar de middelste stand, kan de
elektromagnetische rem niet worden geactiveerd. Hierdoor
kan het voertuig onbedoeld wegrollen.
— Controleer of de rijhendel zich in de middelste stand
bevindt wanneer het voertuig stil moet blijven staan.
De bedieningsconsole licht op. Er kan met de scootmobiel
worden gereden.
Als de scooter niet bedrijfsklaar is nadat u de voeding hebt
ingeschakeld, kijkt u op het statusscherm (zie 3.4.1
Statusaanduiding, pagina 62, 3.5.1 Statusaanduiding, pagina
63 en 10.1.2 Foutcodes en diagnosecodes, pagina 78 ).
rijden.
rijden.
Het bedieningssysteem is in de fabriek voorgeprogrammeerd
met standaardwaarden. Uw Invacare-leverancier kan de
programmering afstemmen op uw persoonlijke wensen.
WAARSCHUWING!
Elke verandering in het rijprogramma kan gevolgen
hebben voor het rijgedrag en daarmee de stabiliteit
tegen kantelen.
— Alleen opgeleide en gespecialiseerde leveranciers van
Invacare mogen het rijprogramma aanpassen.
— Alle Invacare-mobiliteitsproducten worden vanuit de
fabriek geleverd met een standaard rijprogramma.
Invacare kan alleen voor dit standaard rijprogramma
een garantie afgeven voor veilig rijgedrag van het
voertuig – met name de stabiliteit tegen kantelen.
Om snel af te remmen laat u de rijhendel gewoon los. Deze
gaat dan automatisch terug naar de middelste stand. De
scootmobiel remt.
Wanneer u een noodstop moet maken, volgt u bovenstaande
instructies en trekt u de handremhendel aan tot de scooter tot
stilstand komt.
De verlichting wordt in- of uitgeschakeld.
Wanneer de verlichting wordt ingeschakeld, gaan het
ledlampje naast de knop en het verlichtingssymbool op het lcd-
scherm (indien aanwezig) branden.
5 Montage
71