weg gebruikt, goed op het verkeer letten.
11) De machine nooit gebruiken wanneer de be-
schermingen beschadigd zijn.
12) Let goed op bij in de nabijheid van afgronden,
greppels of dijken.
13) Kom niet met uw handen of voeten in de buurt
van of onder de draaiende onderdelen. Blijf altijd
uit de buurt van de uitwerpopening.
14) Gebruik alleen accessoires die zijn goedge-
keurd door de fabrikant van de machine.
15) Gebruik de machine niet als de accessoires/
werktuigen niet op de voorziene punten zijn ge-
monteerd.
16) Nadat u op een vreemd voorwerp gestoten
bent. Controleer of de machine beschadigd is en
voer de nodige reparaties uit vóórdat u de machi-
ne opnieuw gebruikt.
17) Houd gedurende het werk altijd een veili-
ge afstand tot het draaiende maaisysteem aan.
Deze afstand wordt gegeven door de lengte van
de handgreep.
18) LET OP – In geval van breuk van onderdelen
of ongelukken gedurende het werk, de machine
uit de buurt brengen om geen verdere schade
te veroorzaken; in geval van ongelukken waarbij
uzelf of anderen verwond zijn geraakt, onmid-
dellijk de eerstehulpdiensten inschakelen en/of
naar een ziekenhuis gaan. Eventuele resten die,
indien ze ongezien blijven, schade of letsel van
personen of dieren kunnen veroorzaken, zorgvul-
dig verwijderen.
D) ONDERHOUD EN OPSLAG
1) LET OP! – Lees de bijgeleverde instructies al-
vorens reinigings- of onderhoudswerkzaamhe-
den te verrichten. Trek geschikte kleding en werk-
handschoenen voor alle handelingen die gevaar-
lijk kunnen zijn voor de handen.
2) LET OP! – Gebruik de machine nooit als er on-
derdelen versleten of beschadigd zijn. De defec-
te of beschadigde onderdelen moeten vernieuwd
en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend
originele reserveonderdelen: het gebruik van niet
originele en/of niet goed gemonteerde onderde-
len beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan
ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de
fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld
worden.
3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen
die niet in deze handleiding zijn beschreven,
moeten worden uitgevoerd door de verkoper of
in een gespecialiseerd centrum waar men over
de nodige kennis en uitrustingen beschikt om de
werkzaamheden correct uit te voeren en het oor-
spronkelijke niveau van veiligheid van de machi-
ne te behouden. Werkzaamheden die worden uit-
gevoerd in niet adequaat toegeruste structuren of
door niet-gekwalificeerd personeel leiden tot het
vervallen van iedere vorm van garantie en onthef-
fen de fabrikant van alle verplichtingen en van ie-
dere aansprakelijkheid.
4) Controleer de machine na elk gebruik op even-
tuele beschadigingen.
5) Zorg ervoor dat moeren en bouten altijd zijn
vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de
machine altijd in veilige gebruikscondities is.
Regelmatig onderhoud is van essentieel belang
voor de veiligheid en om de prestaties van de ma-
chine hoog te houden.
6) Controleer regelmatig of de schroeven van het
maaisysteem goed zijn aangehaald.
7) Draag werkhandschoenen wanneer u aan het
maaisysteem komt om dit te demonteren of te
monteren.
8) Let bij het slijpen van het maaisysteem op dat
dit in balans blijft. Alle werkzaamheden die betrek-
king hebben op het maaisysteem (demontage,
slijpen, uitbalanceren, montage en/of vervanging)
zijn ingewikkelde werkzaamheden die specifieke
competenties vereisen en, om veiligheidsrede-
nen, het gebruik van speciale gereedschappen.
Dergelijke werkzaamheden dienen daarom altijd
bij een gespecialiseerd centrum te worden uit-
gevoerd.
9) Let gedurende afstelwerkzaamheden op de
machine goed op dat uw vingers niet bekneld
raken tussen het draaiende maaisysteem en de
vaste delen van de machine.
10) Raak het maaisysteem niet aan zolang dit
niet volledig tot stilstand is gekomen. Gedurende
werkzaamheden aan het maaisysteem dient u
goed op te letten, het maaisysteem kan bewegen.
11) Vervang beschadigde waarschuwings- en in-
structiestickers.
12) Berg de machine op in een ruimte die niet
voor kinderen toegankelijk is.
E) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Iedere keer dat de machine moet worden ver-
plaatst, opgetild, getransporteerd of schuin ge-
zet, dient u:
– stevige werkhandschoenen te dragen;
– de machine vast te pakken bij punten die een
stevige grip bieden en rekening te houden met
het gewicht en de verdeling hiervan
– de hulp in de roepen van voldoende perso-
nen, afhankelijk van het gewicht van de ma-
chine en het gebruikte transportmiddel of de
plek waar de machine moet worden geplaatst
of opgepakt
2) Zet de machine gedurende het transport stevig
vast met koorden of kettingen.
F) MILIEU
• Bij het gebruik van deze machine dient men
altijd de prioriteit te geven aan de bescherming
van het milieu, en de fatsoensnormen van de sa-
NL - 2