NL
Deze bijsluiter (tekst en schema's) legt de enige juiste toepassingen van dit product uit.
De waarschuwingen informeren u over de meest voorkomende gebruiksfouten van dit product,
maar we kunnen uiteraard niet alle mogelijke gebruiksfouten identificeren of beschrijven. Lees
daarom de nieuwste updates en aanvullende info op Petzl.com.
U bent zelf verantwoordelijk om met elke waarschuwing rekening te houden en uw materiaal
juist te gebruiken. Bij niet-naleving van deze technische bijsluiter stelt u zichzelf bloot aan het
risico op ernstige of dodelijke verwondingen. Neem bij twijfel of onduidelijkheden contact op
met Petzl.
1. Toepassingsveld
Persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) tegen hoogtevallen.
Gordel voor rope-access met ventraal punt met opening en een
geïntegreerde CROLL L stijgklem.
Complete antivalgordel, heupriem voor werkpositionering en werkplaatsbeperking, en zitgordel
voor werken op hoogte.
Dit product mag niet boven zijn grenzen belast worden. Dit product mag niet gebruikt worden
in situaties die niet in de gebruiksinstructies van Petzl beschreven staan.
Verantwoordelijkheid
LET OP
De activiteiten waarvoor dit product bedoeld is, zijn van nature gevaarlijk
en houden een risico in op ernstige of dodelijke verwondingen bij een val,
vallende voorwerpen of andere omgevingsgevaren.
U staat zelf in voor uw daden, beslissingen en veiligheid.
Voordat u deze uitrusting gebruikt, moet u:
- Alle gebruiksinstructies van het product en de bijbehorende materialen lezen en begrijpen.
- Een aangepaste training hebben gevolgd voor het gebruik van dit product en de bijbehorende
materialen, alsook voor het beheer van de risico's die inherent zijn aan de activiteiten waarvoor
dit product bedoeld is.
- Zich vertrouwd maken met uw uitrusting, en de prestaties en beperkingen ervan leren
kennen.
- De inherente risico's begrijpen en aanvaarden.
Het niet-respecteren van al deze instructies en waarschuwingen kan leiden
tot ernstige of dodelijke verwondingen.
Dit product mag enkel gebruikt worden door (personen die onder direct visueel toezicht staan
van) bevoegde en beraden personen.
U staat zelf in voor uw daden, beslissingen en veiligheid, en neemt dan ook persoonlijk de
gevolgen op zich. Indien u niet in staat bent om deze verantwoordelijkheid op u te nemen of de
gebruiksinstructies niet goed begrepen hebt, gebruik deze uitrusting dan niet.
2. Terminologie van de onderdelen
Borstgordel
(1) Dorsaal inbindpunt, (2) Regelgesp achteraan van het dorsaal inbindpunt, (3) Regelgesp
vooraan van de schouderriemen, (4) Sternaal inbindpunt, (5) FAST sluitingsgesp van de
schouderriemen, (6) CROLL, (7) Elastische doorsteeklussen voor bandlus, (8) Verwijderbare
Velcro doorsteeklus voor ASAP'SORBER, (9) Karabinerhouder van de antivalleeflijn.
Zitgordel
(10) Ventraal inbindpunt met opening, (10a) Grote metalen D-ring, (10b) Kleine metalen D-ring,
(10c) Inbindpunt leeflijn, (10d) Inbindpunten zitje, (11) Plastic bescherming, (12) Heupriemen,
(13) Beenlussen, (14) Laterale inbindpunten van de heupriem, (15) Verbindingspunt achteraan
voor werkplaatsbeperking, (16) DOUBLEBACK regelgespen van de bandlussen, (17)
FAST gespen van de beenlussen, (18) Materiaallus, (19) Doorsteeklussen voor CARITOOL
materiaaldrager, (20) Verstelbare elastische bandlussen achteraan.
Voornaamste materialen:
Riemen: polyester, polyamide.
Regelgespen: staal, aluminium.
Metalen inbindpunten en CROLL: aluminium.
3. Check: te controleren punten
Uw veiligheid is afhankelijk van uw volledige uitrusting.
Petzl beveelt op zijn minst een grondige 12-maandelijkse controle door een bevoegd persoon
aan (conform de geldende normen in uw land en de omstandigheden waarin u het product
gebruikt).
Let op: een intensiever gebruik kan ervoor zorgen dat u uw PBM vaker moet controleren.
Leef de gebruiksregels na zoals vermeld op
Petzl.com. Vermeld de resultaten op de fiche van uw PBM: type, model, gegevens van
de fabrikant, serienummer of individueel nummer, data van fabricage/aankoop/eerste
ingebruikneming/volgende periodieke nazichten, gebreken, opmerkingen, naam/handtekening
van de controleur.
Vóór elk gebruik
Kijk de bandlussen ter hoogte van de inbindpunten, de regelgespen en de veiligheidsstiksels
na. Let op voor doorgesneden of uitgerokken vezels.
Controleer op scheuren, slijtage en schade ten gevolge van bv. het gebruik, hitte, chemische
producten. Check de goede werking van de DOUBLEBACK en FAST gespen.
Controleer de visuele valstopindicator. Deze indicator is rood als het dorsale inbindpunt een
schok van meer dan 400 daN heeft ondergaan. Gebruik uw gordel niet langer als de visuele
valstopindicator zichtbaar is.
Ventraal inbindpunt met opening
Controleer op de afwezigheid van vervormingen, scheuren, vlekken, slijtage, corrosie.
Controleer of alle schroeven aanwezig zijn. Controleer dat de schroeven goed vastgezet zijn
(bv. juiste plaatsing, geen speling).
CROLL L
Controleer op de afwezigheid van vervormingen, scheuren, vlekken, slijtage, corrosie.
Controleer de staat van de body, verbindingsogen, spanveer, veiligheidspal en veren. Zorg
ervoor dat de spanveer op de juiste as ligt. Controleer de mobiliteit van de spanveer en de
doeltreffendheid van de veer. Zorg ervoor dat de tanden van de spanveer van alle vuil ontdaan
zijn.
Tijdens het gebruik
Check regelmatig of de regelgespen goed aangespannen zijn.
Het is belangrijk om regelmatig de staat van het product te controleren, alsook zijn
verbindingen met de andere onderdelen van het systeem. Zorg ervoor dat alle elementen goed
geplaatst zijn ten opzichte van elkaar.
4. Verenigbaarheid
Dit product is een onderdeel van een veiligheidssysteem. Gelieve na te zien of dit product
compatibel is met de andere elementen die u hierbij gebruikt.
De elementen die u samen met uw gordel gebruikt, moeten voldoen aan de normen die van
kracht zijn in uw land (bv. karabiners EN 362).
5. Aantrekken van de gordel
- Zorg ervoor dat u het overtollige deel van de bandlussen (goed platgedrukt) in de elastische
doorsteeklussen opbergt.
- Let op losse voorwerpen die de goede werking van de FAST gespen kunnen hinderen (bv.
steentjes, zand, kledij). Controleer of ze goed vergrendeld zijn (zie schema's).
Ventraal inbindpunt met opening
Op dit punt kunt u verschillende materialen installeren. De twee schroeven moeten aanwezig
zijn. Voor een juiste prestatie van uw apparaat moeten de schroeven juist geplaatst zijn en
op de vermelde kracht aangespannen zijn. U kunt de aanspanningskracht enkel met een
dynamometrische sleutel controleren.
Volg nauwgezet de instructies voor (de)montage: zie pijltjes. U hoeft de schroef niet volledig te
verwijderen om de as los te maken. Bij verlies van een schroef: neem contact op met de dienst
na verkoop van Petzl.
Eenmalige afstelling van het dorsale inbindpunt
Pas de afstelling van dit dorsale inbindpunt aan uw lichaamsbouw aan: plaats hem ter hoogte
van de schouderbladen.
Afstelling en ophangingstest
Uw gordel moet zo goed mogelijk op uw lichaam aansluiten om het risico op verwondingen
bij een val te beperken.
U moet een ophangingstest op elk inbindpunt en verschillende bewegingen met uw uitrusting
uitvoeren, om er zeker van te zijn dat dit de gepaste maat is en voldoende comfort verzekert
voor het gewenste gebruik, en dat alles optimaal afgesteld is.
6. Inbindpunten
6a. Sternaal inbindpunt
Inbindpunt voor een valstopsysteem of klim op ladder.
6b. Dorsaal inbindpunt
Inbindpunt voor een valstopsysteem.
6c. Ventraal inbindpunt (grote D-ring)
Inbindpunt voor een voortbewegings- of positioneringssysteem.
6d. Inbindpunt voor leeflijn
Inbindpunt om een leeflijn voor werkpositionering mee te verbinden.
6e. Laterale inbindpunten van de heupriem
De twee laterale inbindpunten op de heupriem moeten samen gebruikt worden om een leeflijn
voor werkpositionering of werkplaatsbeperking te verbinden.
De leeflijn moet onder spanning blijven tussen de gebruiker en de verankering.
6f. Inbindpunt achteraan voor werkplaatsbeperking
Dit inbindpunt achteraan de heupriem is enkel bedoeld om te voorkomen dat de gebruiker een
plaats bereikt waar hij kan vallen.
6g. Ventraal inbindpunt (kleine D-ring)
Vooral bedoeld voor de verbinding van de CROLL op de zitgordel, maar kan ook gebruikt
worden om een extra voortbewegings- of positioneringssysteem te verbinden.
TECHNICAL NOTICE ASTRO INT
7. Tirant d'air: resterende hoogte onder de
gebruiker
De resterende hoogte onder de gebruiker moet voldoende zijn zodat hij geen hindernissen
raakt bij een val. De specifieke berekeningen van de tirant d'air zijn uitgelegd in de technische
bijsluiters van de andere onderdelen (i.e. energieabsorbers, mobiele antivalbeveiligingen).
Tijdens een val wordt het dorsale inbindpunt geactiveerd om de val te stoppen (45 cm). U
moet hiermee rekening houden bij de berekening van de tirant d'air. Houd bij de berekening
van de tirant d'air rekening met de lengte van de karabiners die de valhoogte beïnvloedt.
8. Norm EN 361: 2002
Enkel de punten EN 361 dienen voor het verbinden van een valstopsysteem zoals een mobiele
antivalbeveiliging op touw of een energieabsorber. Om deze punten beter te identificeren, zijn
ze aangeduid met de letter A.
9. Norm CSA Z259.10-18
Enkel het dorsale inbindpunt klasse A is ontworpen om de gebruiker bij een val te
ondersteunen.
De inbindpunten klasse L, voor klim op een ladder, zijn bedoeld voor het gebruik met
valbeperkingssystemen met een valstopsysteem op een verticale leeflijn volgens de norm
CAN/CSA-Z259.2.1.
De inbindpunten klasse D zijn bedoeld voor het blijven hangen en gecontroleerd afdalen.
10. Norm EN 358: 2018
Heupriem voor werkplaatsbeperking en werkpositionering.
Goedgekeurd voor één gebruiker, inclusief zijn uitrusting en materiaal, met een totaalgewicht
tot 150 kg. De inbindpunten EN 358 mogen enkel gebruikt worden voor het bevestigen aan
een systeem voor werkpositionering of werkplaatsbeperking. Installeer of regel de leeflijn zo
dat ze onder spanning blijft. Gebruik een heupriem niet voor een valstopsysteem, of wanneer
het risico bestaat dat de gebruiker in hangende positie blijft of blootgesteld wordt aan een
ongecontroleerde spanning op de heupriem.
11. Norm EN 813: 2008
Zitgordel voor het voortbewegen op touw en werkpositionering.
Maximale nominale last: 140 kg.
Gebruik de inbindpunten EN 813 voor het verbinden van bv. een afdaalapparaat, leeflijnen voor
werkpositionering of een voortbewegingssysteem.
Een zitgordel is niet geschikt voor een valstopsysteem.
12. CROLL L ventrale stijgklem
De CROLL L is een regelapparaat op touw EN 12841: 2006 van het type B, bedoeld voor de
verplaatsing naar boven op het werktouw.
U moet de CROLL L samen met een systeem van het type A als back-upbeveiliging gebruiken
op het veiligheidstouw (bv. met een ASAP mobiele antivalbeveiliging voor touw).
Maximale nominale last: 140 kg.
- De CROLL L is niet geschikt voor gebruik in een valstopsysteem.
- Om te voldoen aan de vereisten van de norm EN 12841: 2006 type B, gebruik semistatische
touwen (kern + mantel) EN 1891 type A van 10 tot 13 mm diameter. (Opmerking: tijdens de
certificatie werden de testen uitgevoerd op Petzl CLUB 10 mm en Teufelberger KM III 13 mm
touwen.)
- De CROLL wordt enkel verbonden met de gordel gebruikt, zonder leeflijn. Gebruik een geheel
van verbindingen met een maximale lengte van 15 cm.
- Houd het touw zo gespannen en verticaal mogelijk tussen het regelapparaat en de
verankering om het risico op een val te beperken.
- Wanneer het beveiligingstouw belast wordt met het hele gewicht van de gebruiker, dan
krijgt dit touw de functie van werktouw. In dit geval moet u hem samen met een ander
beveiligingstouw gebruiken.
- Als u onder spanning staat op uw werkpositioneringsapparaat, zie er dan op toe dat uw
veiligheidsapparaat niet belast wordt.
- Een dynamische overbelasting zou de beveiligingsketen kunnen beschadigen.
Principe en werkingstest
De CROLL glijdt langs het touw in één richting en blokkeert in de andere richting. De tanden
van de spanveer starten het klemmen en daarna blokkeert de spanveer het touw door het
vast te knijpen.
Plaatsing en verwijdering van het touw
Trek de blokkeerpal naar beneden en vergrendel hem op de body van het apparaat. De
spanveer blijft zo in open positie. Plaats het touw in de voorziene gleuf. Installeer in de juiste
richting (pijl 'UP'). Ontgrendel de pal zodat de spanveer tegen het touw kan drukken. In
deze stand voorkomt de veiligheidspal dat de spanveer ongewild open gaat. Om het touw
te verwijderen, laat het apparaat naar boven glijden op het touw en verwijder gelijktijdig de
spanveer door de pal over te halen.
Opklim langs touw
Gebruik de CROLL L samen met een andere stijgklem, bv. een BASIC en een voetlus. Vergeet
niet om u met een geschikte leeflijn op deze tweede stijgklem te verbinden.
13. Verbinding van het zitje
De inbindpunten voor het zitje maken de verbinding van harpsluitingen mogelijk om een
PODIUM of LITEPOD zitje zonder karabiner (of elk ander zitje met karabiners) te installeren.
14. Materiaallus
De materiaallussen mogen enkel gebruikt worden voor het transporteren van materiaal.
LET OP - GEVAAR: gebruik de materiaallussen niet voor het beveiligen, voor afdalingen, om u
in te binden of om u te verbinden met een leeflijn.
De verwijderbare Velcro doorsteeklus kan op de rechter of de linker schouderriem worden
geplaatst. U kunt de doorsteeklus gebruiken om de absorber van uw mobiele antivalbeveiliging
in hoge positie te houden.
15. Karabinerhouder van de antivalleeflijn
A. Mag enkel gebruikt worden als karabinerhouder van een antivalleeflijn die niet in gebruik is.
B. Bij een val laat de karabinerhouder de karabiner op het einde van de leeflijn los om de
activering van de energieabsorber niet te hinderen.
Let op: dit is geen antivalinbindpunt.
16. Extra informatie
Dit product is conform de verordening (EU) 2016/425 betreffende persoonlijke
beschermingsmiddelen. De EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op Petzl.com.
Voor een gebruik in het kader van de norm ANSI Z359.11 verwijzen we u naar bijlage A, die bij
uw gordel geleverd wordt.
- Voor een valstopsysteem moet u een energieabsorber gebruiken waarvan de capaciteit
compatibel is met uw gewicht.
- Voor werkplaatsbeperking moet u een verankeringspunt ter hoogte van de taille of hoger
gebruiken.
- De verankering van het systeem bevindt zich bij voorkeur boven de positie van de gebruiker
en moet voldoen aan de vereisten van de norm EN 795 (minimale weerstand van 12 kN).
- Het kan nodig zijn om deze systemen voor werkpositionering en werkplaatsbeperking aan te
vullen met collectieve of persoonlijke beschermingsmiddelen tegen hoogtevallen.
- Noodplan: voorzie de nodige reddingsmogelijkheden om snel te kunnen reageren bij
eventuele moeilijkheden.
- Let op: er kan zich een gevaar voordoen tijdens het gebruik van meerdere uitrustingen
waarbij de veiligheidsfunctie van een van de apparaten kan beïnvloed worden door de
veiligheidsfunctie van een ander apparaat.
- Let op: chemische producten, warmte, corrosie en uv-stralen kunnen uw gordel
beschadigen. Neem bij twijfel contact op met uw lokale Petzl verdeler.
- Waakzaamheid is vereist als u in de buurt van elektriciteitsbronnen, mobiele apparaten, of
scherpe of ruwe oppervlakken werkt.
- Na een val of bij de vaststelling van een gebrek tijdens de inspectie van de gordel moet de
gordel uit de dienst worden verwijderd tot een bevoegd persoon bepaald heeft of de gordel
nog gebruikt mag worden of vernietigd moet worden.
- In een valstopsysteem is het van essentieel belang dat u vóór elk gebruik nagaat dat er onder
de gebruiker de nodige vrije ruimte is, zodat elke botsing met de grond of een hindernis bij een
val vermeden wordt.
- Zorg voor de juiste positie van het verankeringspunt om het risico op en de hoogte van een
val te beperken.
- In een valstopsysteem is enkel het gebruik van een antivalgordel toegelaten als verbinding
naar het lichaam.
- LET OP: zie erop toe dat uw producten niet schuren over ruwe oppervlakken of scherpe
randen.
- De gebruikers moeten medisch geschikt zijn voor activiteiten op hoogte. LET OP:
onbeweeglijk hangen in een gordel kan ernstige fysiologische letsels of de dood veroorzaken.
- De gebruiksinstructies, bepaald in de bijsluiter van elke uitrusting geassocieerd met dit
product, moeten worden gerespecteerd.
- De gebruiksinstructies moeten geleverd worden aan de gebruiker van deze uitrusting in de
taal van het land van gebruik.
- Houd de gebruiksinstructies in een permanente map bij, zodat u deze later nog kunt
raadplegen wanneer u ze van uw materiaal verwijderd hebt.
- Zorg ervoor dat de markeringen op het product goed leesbaar zijn.
Afschrijven
LET OP: een uitzonderlijk voorval kan u ertoe brengen het product af te schrijven na één enkel
gebruik (bv. type en intensiteit van gebruik, gebruiksomgeving: agressieve milieus, zeewater,
scherpe randen, extreme temperaturen, chemische producten).
Een product moet worden afgeschreven wanneer:
- De levensduur overschreden is.
- Het een belangrijke val of belasting heeft ondergaan.
- Het resultaat van de controles van het product geen voldoening geeft. U twijfelt aan de
betrouwbaarheid ervan.
- U zijn volledige gebruikshistoriek niet kent (bv. een onleesbare markering op het product).
- Het product in onbruik is geraakt (bv. wijziging van de wetgeving, normen of technieken,
onverenigbaarheid met de andere delen van de uitrusting).
Vernietig deze afgeschreven producten om een verder gebruik te vermijden.
Pictogrammen:
A. Levensduur: 10 jaar - B. Markering - C. Toegelaten temperatuur - D.
Gebruiksvoorschriften - E. Reiniging/desinfectie - F. Droging - G. Berging/
transport - H. Onderhoud - I. Veranderingen/herstellingen (verboden buiten de
Petzl ateliers, behalve voor vervangstukken) - J. Vragen/contact
3 jaar garantie
Voor fabricage- of materiaalfouten. Met uitzondering van: normale slijtage, oxidatie,
veranderingen of aanpassingen, slechte berging, slecht onderhoud, nalatigheid of
toepassingen waarvoor dit product niet bestemd is.
Waarschuwingsborden
1. Situatie die een dreigend risico op een ernstige of dodelijke verwonding inhoudt. 2.
Blootstelling aan een mogelijk risico op een incident of verwonding. 3. Belangrijke informatie
over de werking of de prestaties van uw product. 4. Niet compatibel met ander materiaal.
Markering en tracering
a. Conform de vereisten van de verordening betreffende PBM's. Erkend keuringsorganisme
dat zich uitspreekt over het EU type-examen - b. Nummer van de bevoegde instantie die de
productie van dit PBM controleert - c. Tracering: datamatrix - d. Maat - e. Individueel nummer
- f. Fabricagejaar - g. Fabricagemaand - h. Lotnummer - i. Individuele identificatie - j. Normen
- k. Lees aandachtig de technische bijsluiter - l. Identificatie van het model - m. Compatibele
diameters - n. Materialen - o. Adres van de fabrikant - p. Fabricagedatum (maand/jaar)
C0191000B (010724)
12